Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem van der Winkel was een teruggetrokkene die diep in zichzelf vocht met het leven, een werker in het verborgene, afgekeerd van de buitenwereld. Hij zocht eer noch roem; hij was vervuld van een groote en diepe liefde voor zijn arbeid, en met een toewijding die geen grenzen kende, heeft hij zich daaraan gegeven. Hij was een werkman in den vollen zin van het woord. Hij doorvoelde volkomen den aard van het materiaal dat zijn handen bewerkten; de teerheid waarmede hij het

Zooals ieder kunstenaar, dien naam waardig, droeg Van der Winkel zijn artistschap als een kruis. Maar hij was een ohristenkerel, in den waren zin, die zijn strijd, zijn geestelijk torment, „omkleedde" met dezelfde mildheid welke de Heer vroeg van Zijn leerlingen bij het vasten, tot hen sprekende aldus: „Wanneer gij aan 't vasten zijt, zalft uw hoofd en wascht uw gezicht, om niet aan de wereld te laten zien dat gij vast, maar aan Uw

Vader Die in het verborgen is." Van den mènsch

Van der Winkel onthouden wij den breeden glimlach, samen met de hartelijkheid van zijn woord, met de warmte van zijn handdruk. Onze treurnis geldt hier zoozeer den goeden kameraad, wiens eenvoud en trouwe even écht waren, als den brenger van een Schoonheid waarin teederheid én kracht, ontroering én vorm-tucht in gelijke mate te vinden zijn.

Het klinkt banaal, bij het heengaan van dezen beeldenmaker te getuigen, dat de kunst van godsdienstige inspiratie in hem een figuur van groote beteekenis verloren heeft. — Katholiek Nederland verliest in Van der Winkel, op het plan van de Kunst, een der dapperste kampers voor de vestiging van het Rijk Gods, de Civitas Dei, — waarin alle werkzaamheid van de kinderen der menschen gericht staat op het visioen der Eeuwige Harmonie.

In de levensworsteling, niet minder dan in den artistieken opgang, van Willem van der Winkel was stille, serene heldhaftigheid, God geve hem den vrede en het geluk zonder eind in het aanschouwen van Zijn Aangezicht.

MOENS.

soms betasten kon, verried den echten, waarachtigen vakman in hem.

Waren zijn eerste werken „modern", in dien zin dat daarin de hoofdzakelijke aandacht viel op een bepaalden, strakken, gestyleerden vorm (afb. 1 ) die boeit om een uiterlijk schoon, naarmate de jaren verloopen zien wij in een teer en innig gebaar als dat van het Kindje naar de Moeder Gods (afb. 2) hoe hij zich verdiepte

DE BEELDHOUWER WILLEM VAN DER WINKEL IN ZIJN

WERKPLAATS. 20 Febr. 1 932. WIES

WILLEM VAN DER WINKEL EN ZIJN WERK

242

Sluiten