Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berati, de witte stad in Zuid-Albanië. ■

Albanië, het vergeten koninkrijk

DOOR A. DEN DOOLAARD. Met foto's van den schrijver.

DE ONVOORZICHTIGE REIZIGER, DIE ALbanië onvoorbereid en zonder gewapend geleide bezoekt, zal dit avontuur hoogstwaarschijnlijk met den dood moeten bekoopen."

Dit stond er met vette letters in den laatsten Baedeker over den Balkan, die in 1912 verscheen. Nu schrijven wij 1932; maar toen ik in Saloniki vertelde, dat ik te voet door Albanië wilde trekken, ried een voorzichtige Griek mij aan, minstens drie revolvers en de noodige patronen mee te nemen. Albanië en roovers zijn even vaste synoniemen als Chicago en „gangsters", en de Albaneezen zijn daar zeer nijdig over, en terecht. Wanneer je niet aan Balkanpolitiek doet, maar als vredig reiziger door dit ten onrechte beruchte land trekt, wordt je een verrukking in je leven rijker. De Albaneezen stammen van de Pelasgen en Illyriërs af, zoowat de

oudste rassen van Europa, en daar zijn ze machtig trotsch op. Het vreemdste is echter, dat ze de woorden „Albanië" en „Albaneezen" nauwelijks kennen en in 't geheel niet gebruiken. Hun land, dat iets grooter is dan Nederland, noemen zij Shqipni, wat „adelaarsland" beteekent; en de bewoners noemen zich Skipetaren, Zonen van den Adelaar. Deze adelaren zijn er werkelijk, alleen moest ik heel ver, weken lang zelfs, loopen om ze te vinden; want ze huizen in de rotsen van het Noorden; en ik kwam Albanië aan de Zuidkant binnen, vanuit Griekenland.

Albanië houdt er geen spoorwegen op na; maar wel prachtig uitgelegde bergwegen, die in de onmogelijkste kurketrekkers door de zwarte en gele rotsen krinkelen. Ze zijn pas aangelegd, en bestaan voor de helft nog uit vuistgroote keien. Daarover daveren de vrachtauto's en huppelen de kleine autobusjes, en elke Albaneesche chauffeur is een geboren hardrijder. Geen kans om hier voor niets meegenomen te worden; loopen of betalen! is hier het consigne.

Ik was, al geloofde ik niet aan rooverbenden, : toch wel op een krijgshaftige ontvangst voorbereid; en daarom was ik bitter teleurgesteld, toen de eerste drie Albaneezen aan de andere kant van de grens er even doodgewoon uitzagen als elke West-Europeeër. En heel ZuidAlbanië door bleef het zoo; overal confectiepakjes en lompenkleeren; want de bevolking is arm. De bodem is ondankbaar en het grootgrondbezit is nog regel; de boer geeft maar liefst tweevijfde van zijn oogst aan den heer, den „bey" af, wat met recht een schande genoemd mag worden.

Maar wie onze meestal kale dorpen gewend is, komt voortdurend in verrukking door de schilderachtige Zuid-Albaneesche stadjes: rij na rij van witte huizen en nog wittere minaretten en moskeeën zijn aan weerszijden van een rivier tegen de heuvels opgebouwd; overal

bronnen, platanen, cypressen en hoogspringende

vlooien; maar daarvan heeft Albanië het monopolie niet!

Tirana, Albanië's hoofdstad, waar Koning Ahmed Zogu I troont, wordt snel een moderne stad, waar de slechtingelichte vreemdeling, die hier een rooversnest denkt te vinden, op een prachtige asfaltboulevard tusschen keurige ministeries en kleine gezantenpaleizen door kan wandelen. Wanneer de leden van het „Corps diplomatique", de gezanten en consuls dus, zich amuseeren willen, gaan ze vlak in de buurt van Tirana de derwischen van de Bektaschi-sekte opzoeken; en geen enkel buitenlandsch journalist ontsnapt aan de gastvrijheid dezer brave Musuimannen. Het zijn ware wijzen en ze zien er stuk voor stuk als filosofen uit; maar ze weten zich wonderwel aan de moderne tijd aan te passen. Want ze dansen niet meer, zooals hun oostelijker broeders, urenlang met het schuim op den mond, doch houden er een gramofoon met de meest moderne platen op na, en wanneer er dames op bezoek zijn, dansen ze statig een foxtrott, waarbij hun lange witte gewaden als hoepelrokken uitwaaieren. Samen met twee Amerikaansche journalisten en eenige dames van de Amerikaansche en Fransche legatie werd ik door den directeur van het regeeringspersbureau tot een maaltijd bij de Derwischen uitgenoodigd, en het werd een grootsch feest.

In de open lucht werd een lam aan het spit gebraden; sla, kersen, kompot, groote kannen wijn, niets ontbrak;

6

Sluiten