Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sibenik, de witte stad.

DALMAT ^

H

OP SCHOOL LEERden we Dalmatië kennen als de fjordenkust aan de Middellandsche Zee. Maar dit zijn fjorden, waar eens in de twee jaar sneeuw valt, en waar je uren lang in het doorzichtige blauwe water kunt rondspartelen, zonder dat de thermosfiesch met heete thee er aan te pas moet komen, zooals aan de Noordzee. 0 Het was elf uur op een gloed¬

volle Septembermorgen, toen de

tretn uit het Noorden in een aanvallige bocht op de Adriatische Zee toeslingerde. Nergens wordt het voorschrift: „Verboden naar buiten te leunen!" geestdriftiger overtreden dan op de kustlijntjes. Uit het raampje links hing een baardig kustbewoner met een oranje kalotje, rechts van mij snoof een rasechte Kroaat met een bruine paars-omboorde schoudermantel begeerig de zeelucht in. Achter ons blaakte het kale Karstlandschap, maar voor ons, achter de zwarte steekvlammen der Cypressen, murmelde rustig de „sinje more", de blauwe Adria, de zee der verliefden en der dichters. 0 Onder een versleten vesting ligt Sibenik, de eerste witte stad langs het spattende water. Alle steegjes loopen holderdebolder op de haven toe. In de muur van een oud patriciërshuis gromt een witte gevleugelde leeuw, zinnebeeld uit den tijd, toen de vrije republiek Venetië de Adriatische Zee beheerschte. Aan het portaal van de kathedraal staan twee van zijn collega's ietwat knorrig in de schaduw van het koepeldak op de zon te wachten, die de huizen aan de overkant probeert te verdampen. Ik hol naar de haven en neem een roeiboot, want een havenstad moet je nu eenmaal van het water uit zien, of ze Hoorn heet of Sibenik. Ik pik een jeugdige barrevoeteling op, die voor één dinar (4J cent) met een verrukt gezicht een uur lang een van de riemen hanteert, terwijl ik me om de beurt blaren trek en fotografeer, alles met een honderste seconde, want de boot huppelt als een wild veulen. M'n heele hebben en houden zit in een propvolle rugzak, zoodat ik me zonder moeite op een uitvarende visschersboot kan inschepen, die naar Trogir gaat, de tweede museumstad. Trogir is zooiets als Brugge, wanneer Brugge nog aan 't water zou liggen en de Noordzee blauw zou zijn. Tegen de muur van het

oude fort Camerlengo hangen nu de koeienhuiden te drogen en de schapen trippelen de verlaten kade langs en onder de stadspoort door, die alweer door een gevleugelde leeuw bewaakt wordt. In een oud paleis, dat zoo uit

Venetië verdwaald schijnt, koop ik een hoed vol versche vijgen dertig voor vijf cent, als mondkost voor de boottocht naar Split, het vroegere Spalato. In de derde eeuw bouwde de Romeinsche keizer Diocletianus hier een ontzaglijk paleis met een mausoleum er naast, om in de eeuwig

290

Mostar. De Romeinsche brug.

Sluiten