Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE REVUE DER SPORTEN.

105

medische en dat, wat slaat op scheepvaart en handel.

Een tweetal bemerkingen zij ons gegund ! En helaas, een er van moet van politiek gehalte zijn. Nochthans, de nuchtere waarheid boven allesj Er is den laatsten tijd zooveel over politiek geschreven, dat wij gaarne uit het programma van dit congres de politieke gedragslijn der watersportvereenigingen hadden kunnen opmaken.

Zoo hadden wij een poging tot geschil-oplossing ten opzichte van watersport-vereenigingen eenerzijds en den A.N.W.B. aan den anderen kant gaarne gezien. Onder de, in het prospectus vermelde, watersportvercenigingen vinden wij evenwel niet den A.N.W.B., welke bond inderdaad een „Commissie voor het Watertourisme" in werking stelde. Of men die commissie nu niet geheel en al au sérieux neemt, of men haar in vroegeren tijd niet van indringerigheid vrij kon. pleiten, een feit is het, dat zij bestaat, een feit temeer is het, dat zij naast een fabricatie van kritiek-lokmiddelen toch ook wel eenige prijzenswaardige zaken ambieert. En temeer doet deze negatie curieus aan, waar de Vereeniging voor Watertourisme, eene vereeniging, die wat ijver betreft bij den A.N.W.B. in de leerschool kan gaan, door de

organisatoren van het congres zoo schitterend is erkend. Nu vragen wij : is het mijden van sportieve politiek, en dat langs dezen weg, langs den weg der algeheele negatie, niet juist de oorzaak, dat naderhand die verfoeilijke politiek in veel ergere mate weer zal opflikkeren? Ware het — nog afgezien van zekere wellevendheid, die eischt, zelfs in den vijand ook de goede hoedanigheden te eerbiedigen — niet juister geweest, door besprekingen een ieders weg af te bakenen en zoo nog eens het beeld van den handigen en vredelievenden schoenmaker, die zich bij zijn leest houdt, te projecteeren? Thans negeerde men zonder meer. Thans wekte men de kiem van zich verongelijkt te gevoelen tot leven. Thans duldt men de giftige zwammen der verbittering in den moestuin. Bereiken wij zoo het doel: samenwerking en postvatten tegen schadelijke en egoistische elementen?

En onze tweede bemerking ! Parbleu, wij hebben in het prospectus tal van program-punten gelezen. De apothese ten opzichte van dat alles ontbreekt echter tot onze verwondering, tot verwondering van velen in den lande — dat weten wij. Met geen woord, met geen letter wordt gewag gemaakt van

de oprichting van een Bond van Watersportvereenigingen, en dat, terwijl het aan het Congres-bestuur toch bekend moet zijn, dat in uitgebreiden kring een begeerte naar een federatie leeft. De vraag lijkt ons gewettigd: aan wie wordt de uitwerking der vraagstukken, op dit Congres te berde gebracht, opgedragen?

Voor het oogenblik willen wij niet dieper op deze zaak ingaan. Wij behouden ons het recht voor op de zaak terug te komen vóór het omhoog gaan van het scherm. Inmiddels hopen wij van harte, dat het in de vergadering aan bemerkingen, de beide, door ons aangeroerde, punten betreffende, niet zal ontbreken.

Waar wij bij allen, en bij bestuurderen en bij congres-leden, bovenal de liefde voor de zaak, de liefde voor de watersport veronderstellen, daar achten wij besprekingen, openhartig en eerlijk gevoerd, mijdend het verfoeilijk-persoonlijke, mijdend hoogmoed, doch beroerend tevens iedere inmenging van buiten-af, en deze gevaarlijk voor de sport zelve, een mogelijkheid. Doch dan werpe men de helmkappen omhoog, en men denke aan Horatius' gezegde „sapereaude" — waag het wijs te zijn ....

LEO LAUER.

KAREL HEIJTING ALS KRIJGSGEVANGENE!

Het zal onzen lezers, die internationaal voetbal in den „goeden ouden tijd" volgden, toen er nog tusschen naties gestreden werd zonder bloedvergieten en wij als kleine mogendheid ferm van ons afbeten, zóó, dat zoowel de Engelsche Leeuw als de Gallische Haan en de Oostenrijksche en Duitschc adelaars voor ons moesten buigen — bekend zijn, dat Karei Heyting en der beste verdedigers onzer nationale kleuren is gebleken. Men behoefde geen H.V.V.'er te zijn om in bewondering te staan voor zijn techniek, zijn kalmte, zijn vernuftigheid in het spel. Tusschen 21 April 1905 en 24 April 1910 kon men vast aan Heyting een plaats in het elftal toedenken, hetzij als halfback dan wel als achterspeler. De Ned. Elftal Commissie koos hem dan ook niet mindei dan 18 keeren, voorzeker een getal dat vergroot zou zijn geworden, ware Heyting niet in 1909 naar Parijs gegaan waardoor het hem op den duur onmogelijk werd uit het buitenland over te komen. Wat hij voor de H.V.V. beteekend heeft blijkt wel uit het feit dat gedurende de 10 jaren die hij voor de geel-zwarten speelde, zijn club 6 maal kampioen van Nederland werd en 4 keer als no. 2 eindigde — een resultaat, dat de Wassenaarsche Vereeniging zeker voor een groot deel aan hem dankte. Heyting speelde totaal 246 wedstrijden voor de H.V.V. en wordt slechts overtroffen door mr. C. W. Feith met 289 en E. G. Mundt met 320 wedstrijden.

Wie had verwacht dat hij nog eens in de uniform van Fransch soldaat in onze Revue zou komen? En toch, toen de oorlog eenmaal uitgebroken was, verwonderde het ons niet van dezen kloeken Hollander, dat hij niet wenschte achter te blijven bij zijn landgenooten. Ongetwijfeld heeft een ieder kennis genomen van den brief op 13 Sept. 1.1. in de Telegraaf opgenomen, waaruit wij memoreeren dat Heyting reeds 23 Aug. 1914 vrijwillig dienst nam, 24 October daar het eerst in de loopgraven kwam en in Maart door een granaat aan zijn „prachtige" beenen verwond werd. Op 9 Mei nam hij deel aan den grooten aanval bij Arras waar hij 5 K.M. oprukte doch waar van zijn 250 strijdmakkers slechts 4 gewond en krijgsgevangen overbleven. Heyting ontving wel zijn deel, een kogel in den buik, een granaatsplinter in den kin en 2 bajonetsteken in zijn been. Hij is er reusachtig goed afgekomen, daar zijn ingewanden niet geraakt werden en men hem van den kogel heeft kunnen verlossen. Thans is hij in het gevangenen kamp van Friedrichsfeld bij Wezel, alwaar hij het naar de laatste berichten goed maakt en alleen klaagt over het gemis van een voetbal, waarvan hij toezending verzocht.

De H.V.V.'ers trachten hem zijn leven thans zoo aangenaam mogelijk te maken door hem geregeld iedere week eene bezending eetwaren te doen toekomen, waarvoor de Heer F. M. la Chapelle, Koninginneweg 181 Amsterdam inzameling in waren en geld houdt. Gaarne wekken wij onze lezers op tot het goede doel mede te werken en Heyting wat betere kost te verschaffen dan het sobere maal dat hem thans voorgezet wordt. Het verdient aanbeveling indien men persoonlijk eetwaren wd sturen dit te doen door bemiddeling van het „Comité Oeuvre International pour Blessés et Prisonniers de Guerre", Parkstraat 73a den Haag, en te adresseeren san Karei Heyting, Caporal, Gefangenlager friedrichsfeld bei Wezel Baraque ia no. 17685 — aangezien directe zendingen veel kans hebben niet het juiste adres te bereiken, ook al door den verboden uitvoer. Een opwekking onzerzijds zal zeker wel overbodig heeten?

C. Houttuin & Co., Arnhem.

Sluiten