Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

os:;

Het doelpunt, dat aan Haarlem bijna het eerste slasseschap gekost had: het schot van den Zeeburgia-rechtsbinnenv. Wageningen vliegt langs keeper de Vries en de Amsterdammers leiden met i—o. Foto V.F.B.

Haarlem weer

Eerste Klasser!

De eerste klasse competitie, die reeds zooveel oude getrouwe clubs uit haar midden heeft' zien verdwijnen naar de diepste diepten van de lagere N.V.B.-afdeelingen, zal dit jaar twee goede bekenden, zonder wie men de eerste klasse eigenlijk niet compleet kan achten, zien terugkeeren naar het van ouds bekende milieu: Frisia in het Noorden en Haarlem in het Westen, twee clubs waarvan de promotie honderden, die nog aan traditie hechten, genoegen zal doen. Frisia bereikte de vorige week, onder de oogen van haar eere-voorzitter P. A. de Haan, de eerste klasse, Haarlem deed dat Zondag en ook hier was de eere-voorzitter, Jan v. d. Berg, van elders overgekomen om dezen grooten dag mee te maken.

Bijna dertig seizoenen heeft de thans veertigjarige roodbroekenclub in de eerste klasse gespeeld: van 1897 tot 1926. In dat jaar maakte 'n ongelukkige degradatiecompetitie met V.U.C. en C.V.V. 'n einde aan Haarlem's eersteklasseschap, de poging om in navolging van Sparta en Vitesse in één jaar tijds het verloren terrein terug te winnen mislukte doordat H.V.V. zich tegen de tweede klassekampioenen wist te handhaven en toen het volgend jaar Haarlem geen kampioen werd en ook dit seizoen met teleurstellende resultaten inzette, begon het er op te lijken of de poorten van de eerste klasse voor immer gesloten zouden blijven.

De ijsperiode echter bracht de ommekeer: de roodbroeken wisten zich nog net op tijd te herstellen en langzaam maar zeker liepen ze hun hopeloos schijnenden achterstand op D.E.C en Spartaan in. In 1929 bleven de Haarlemmers ongeslagen, ze eindigden gelijk met D.E.C, dat in 'n beslissingswedstrijd geslagen werd en ze bleven eveneens ongeslagen in de promotiecompetitie, die voor hen de kroon op het werk zette, Haarlem kan tevreden zijn over hetgeen het jaar 1929 haar tot dusverre heeft gebracht!

—o—

Toch schoot er in dat bijna al te vlotte verloop der competitie voor Haarlem 'n ernstig gevaar: de spelers

en vooral de supporters werden overmoedig, ze verkeerden reeds 'n week lang in de heilige overtuiging dat Haarlem al binnen was, hoewel de strijd tegen Zeeburgia nog gestreden moest worden en toen het eene verrassende doelpuntje van Zeeburgia.. dat men op deze pagina ziet afgebeeld, bijna aan al Haarlem's kansen 'n einde gemaakt had, zullen die overmoedige supporters zich wel even héél benauwd gevoeld hebben. De anders zoo productieve voorhoede der roodwitten, die in drie promotiewedstrijden elf keer het net gevonden had, was er ditmaal uit, hoofdzakelijk door 'n offday van midvoor Verwaal, en het was 'n ver schot van den linkshalf Huisman, waardoor Haarlem tenslotte het eenige noodige doelpuntje voor het eerste klasseschap verkreeg.

Trouwens: meer dan 'n gelijk pel hadden de roodbroeken tegen Zeeburgia ook niet verdiend, want de Amsterdammers deden geenszins onder voor de Haarlemmers, hun voorhoedespel was veel verrassender en daardoor voor de vijandelijke verdediging minder gemakkelijk tegen te houden dan het wel handige, maar veelal te doorzichtige combineeren der roodbroeken. 'n Missen in de Haarlemdefensie leverde na 7 minuten 'n doelpunt — door van Wageningen gescoord — op en daar er nogal eens meer gemist werd door de verdedigers van de thuisclub, zou 'n tweede doelpunt voor de bezoekers heusch geen wonder geweest zijn. De kans bijvoorbeeld, die Bokhove kreeg, alleen voor den keeper staande.. Het uitvallen van Zeeburgia's gevaarlijksten voorhoedespeler v. Wageningen na 25 minuten is o.i. van grooten invloed geweest op het resultaat.

We memoreerden reeds, dat Haarlem's goalgetter Verwaal er dezen middag hopeloos uit was. Iseger, die als rechtsbuiten de gevaarlijkste voorhoedespeler der roodbroeken is, kreeg weinig te doen, daar zijn binnenspeler de Geus in al zijn activiteit over het heele veld heen zwierf; daarentegen kreeg linksbuiten Snooy, de

minste van het vijftal, druk werk zonder dat daar veel nuttigs uit voort kwam. Snooy, die veel te veel noodig heeft om in beweging te komen, behoort o.i. tot de veel beloofd hebbende spelers, die 'n goede voetbaltoekomst achter hun rug hebben; 'n paar jaar geleden leek er uit dezen speler nog wel 'n goed voetballer te kunnen groeien, doch die beloften zijn niet vervuld. Oldenburg, die al aan zijn derde eerste klasse-club bezig is (!), trad niet bijzonder op den voorgrond.

Als men daarbij voegt, dat de spil van Daalen reeds kort na rust uitgespeeld was, zal men kunnen begrijpen, dat het Haarlemspel niet bepaald hartverheffend was. Zeeburgia beschikte over 'n beteren doelman en 'n beteren, ofschoon iets te ruwen spil; de voorhoede der withemden speelde aanvankelijk 'n snel open spel, dat de Haarlemverdediging voortdurend in moeilijkheden bracht. Het uitvallen van Wageningen verminderde de kracht van den aanval echter met 50 %.

Er was voetbalvreugde en voetballend na afloop: dolle vreugde bij de duizenden Haarlemmers, die de roodblauwe vlag met de trotsche woorden „Haarlem eerste klasse" op het dak van de tribune heschen en maar niet ophielden om drie hoera's uit te brengen op Haarlem en op Jan v. d. Berg Merkwaardig toch dat trouwe meeleven van die Haarlemsupporters met de tweede klasseclub in 'n omgeving van drie, of zoo men Velseroord en IJmuiden mee wil rekenen, zelfs vijf eerste klassers. In haar duizenden aanhangers heeft de club van v. d. Berg 'n machtigen steun!

Heel somber was het in de kleedkamer der Zeeburgianen, waar tranen vloeiden van spijt over de gemiste kans op het eerste klasseschap. Na 'n schitterend competitieseizoen ongeslagen in de promotiewedstrijden en toch geen eerste klasser, het is hard voor de bewoners van Amsterdam's Indische buurt, maar de nog geen tien jaar oude vereeniging heeft levenskracht genoeg om het volgend jaar weer opnieuw te probeeren en dan wellicht met meer succes. Prettig deed het aan, dat 'n bestuurslid van Zeeburgia tot de eersten behoorde, die Haarlem in de kleedkamer kwamen feliciteeren met het behalen van het eerste klasseschap.

M. J. ADRIANI ENGELS.

Sluiten