Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

638

DE REVUE DER SPORTEN.

ik"»"""

Van der Kluft over het jubileerende Blauw Wit.

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii^

Vrijwel iedere week worden er in ons landje een paar voetbalclubs opgericht, meestal heel eenvoudig door een paar buurtjongens, die een of andere schoonen naam bedenken, liefst met eenige volkomen onbegrijpelijke initialen zooals T. S. M., T. A. W. of S. V. T. ()., en dan probeeren hun clubje zoolang mogelijk te doen voortbestaan. Dat 't meestal niet al te lang duurt, heeft verschillende oorzaken; de aan Hollanders eigen splitsings- en afscheidingsmanie in de eerste plaats. Enfin, dan maar weer 'n ander clubje opgericht

Zoo komen en verdwijnen er tientallen, clubjes per jaar; enkele slechts weten zich te handhaven door krachtige leiding en we zien die omhoogstrevende vereenigingen dan na verloop van eenge jaren in den N. V. B. verschijnen op weg naar de hoogste voetbaleer. Slechts de krachtigsten weten zich te handhaven in de voetbalwereld evenals in het maatschappelijk leven.

Het voorjaar van 1902 schijnt bijzonder geëigend te zijn geweest voor het oprichten van voetbalclubs, waaraan 'n lang leven beschoren was: in Maastricht stichtten eenige jongelui 'n vereeniging, die later als M. V. V. roem zou vieren, in Zutphen kwam Be Ouick tot stand, op een bankje in het Westerpark werd Neerlandia geboren, allemaal voetbalverccnigingen, die thans in het voorjaar van 1927 hun zilveren jubileum met ccre kunnen vieren. Onder datzelfde gelukkige gesternte, dat de jeugdige voetbalclubjes uit het voorjaar van 1902 beschermde, werd ook Blauw Wit geboren, de krachtige Amsterdamsche eerste klasscr, die nu ook haar zilveren jubileum gaat vieren en wel met een receptie in Parkzicht en een feestavond in Bellevue beide Zaterdag a.s.

Men zou echter verkeerd doen door te denken, dat de vereeniging, die door eenige buurtgenooten in het voorjaar van 1902 werd opgericht — naar verluidt tijdens een concert in het Vondelpark — dadelijk Blauw Wit gedoopt werd: Victoria was de eerste officieele naam en D. Lippens, tegenwoordig eerelied en administrateur der zebra's, staat bij de oprichters genoteerd. Men speelde op het z.g.n. Zwarte Veld, waar tegenwoordig het Frederik Hendrik-plantsoen is, daarna bij de Hembrug, waar men in 1907 een fusie aanging met het iets jongere Holland. De combinatie werd toegelaten tot den N. V. B., doch moest van naam veranderen en als nieuwe naam werd gekozen: Blauw Wit.

Uit de derde klasse N. V. B. promoveerde de zebra's in 1911 naar de tweede klasse en in 1916 werd na sensationeele wedstrijden tegen Haarlem, D. V. S. en Ajax het eerste klasseschap bereikt. Nog hooger kwam

de voetbalroem der club, die inmiddels via de Meer naar het Stadion verhuisd was: in 1922 Westelijk kampioen en, na een beslssingwedstrijd tegen Go Ahead in Hilversum, tweede in het landskampioenschap. Elf jaar speelt Blauw Wit nu dus al in de eerste klasse en er zijn vele bekende spelers uit de club van Drilling voortgekomen: Schindeler, van Dort, van Diermen, Lietzen, Molenijzer, Mazurel, Dorenbos en voor alles: v. d. Kluft.

EB VAN DER KLUFT.'

Ja, juist, v. d. Kluft, de alom geziene aanvoerder der zebra's die 11 jaar lang de rcchtsbackplaats in het eerste elftal bezette en meer dan 10 jaar tevens het aanvoerderschap bekleedde, dat is als speler verreweg de grootste figuur van Blauw Wit geweest en, hoe snel voetbalroem ook moge vergaan, den oud-aanvoerder, die op 11 Mei 1924, zijn voetbalschoenen opborg, is men nog lang niet vergeten, allsbehalvc zelfs. Vandaar dan ook, dat we v. d. Kluft eens hebben opgezocht om hem, den Blauw Witspeler in hart en nieren, eens naar zijn bevindingen uit zijn voetballoopbaan te vragen, nu de club, waarvoor hij zoo lang gestreden heeft, op het punt staat haar jubileum te vieren.

„Blauw Wit heeft voor mij ontegenzeggelijk een buitengewoon prettigen tijd van mijn leven beduid" vertelde Eb van der Kluft, die er met zijn 38 levensjaren uitziet of hij best nog weer eens. in het veld zou kunnen komen en trouwens, een jaar na zijn officieele afscheid van de voetbalvelden nog eens als invaller tegen H. V. V. in het Stadion verscheen, toen een der backs met rust moest uitvallen. „Feitelijk heb ik nooit in een andere vereeniging gespeeld, want als

jongen werd ik lid van de buurtclub Swift, die later in Holland omgedoopt werd en nog later — dat was in 1907 — met Victoria gecombineerd werd tot Blauw Wit. Molenijzer, van Dort en ik waren alle drie lid van Holland, zoodat wc zoo'n jaar of twintig met elkaar in hetzelfde elftal hebben gespeeld.

Mijn mooiste tijd in Blauw Wit was, denk ik, de mobilisatietijd, toen Liet. zen en ik als militair in Noord-Brabant lagen, 'n Toer om daar elke week verlof te krijgen en naar Amsterdam te reizen om voor onze club te spelen, daar hebt U geen idee van. Een keer waren de verloven ingetrokken en daar we met alle geweld naar Amsterdam wilden, omdat Blauw Wit ons noodig had, staken Lietzen en ik ons in burger en we maakten de reis met de auto van 'n N. A. C.-speler, die zoo collegiaal-sportief was ons van Breda naar Amsterdam en terug te brengen. Onderweg werden we aangehouden, dat was bij Nicuwersluis; Lietzen en ik gaven 'n valschen naam op, maar de sergeant, die met ons meegereden was, gaf zijn waren naam, dat kostte hem veertien dagen provoost. Wij rolden er door, dank zij die valsche namen, ze hebben nooit te weten kunnen komen, wie die twee miliciens in burger waren, zc zoeken ons nog misschien."

v. d. Kluft glunderde bij hel ophalen van die voetbalherinnering uit den tijd, dat zijn clubgenooten en hij zooveel over hadden voor hun vereeniging, dat ze er 'n lastige autoreis en de kans op zwaren straf bij ontdekking van hun ongevraagd verlof voor over hadden.

„Dat was prettig toen" vervolgde ons interviewslachtoffer, „het publiek leefde veel meer mee met ons dan tegenwoordig, je speelde echt voor je genoegen; in de laatste jaren werd dat genoegen wel eens vergald door alerlei gekibbel, terwijl de sportiviteit tegenwoordig ook wat aan het slabakken schijnt. Tegen Ajax, dat toen in zijn gloriejaren was, kreeg men de groote wedstrijden, maar ook Haarlem en Sparta waren partijen, die je graag speelde. H. V. V. was in den regel meer interessant dan pleizierig, 't boterde niet steeds even goed tusschen ons en hen. Toen ik er mee ophield, nu drie jaar geleden, was dat niet zoozeer, omdat ik me te oud ging voelen, maar omdat de houding der jongeren me niet meer aanstond. Er werd soms meer aan voetbalpolitiek gedaan dan aan voetbal zelf en ik heb juist altijd het voetbal vooropgesteld: als de voetbal rolde, nou, dan rolde het bestuursbeleid ook wel. Ik was speler, met bestuurszaken bemoeide ik me niet."

„U hebt toch anders ook in het bestuur van Blauw Wit gezeten?" interrumpeerden we.

Sluiten