Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1038

De Dichter Den Doolaard over: „De voetbal en de liefde

„De bal is een ding met een ziel, met temperament, met gevoel; en daarom winnen de Zuid-Amerikanen het voetbal-tournooi."

De Hoofdredacteur van een tijdschrift is, op z'n tijd, conferencier in liet cabaret van 't leven: hij dient dan den nieuwen ster van het programma bij de luisterende massa aan zijn voeten te intraduceeren.... Zulks doe ik bij dezen. Ik heb namelijk de eer voor te stellen: A. den Doolaard, een onzer talentvolste jongere dichters, dien ik heb bewogen uit den ivoren toren der literatuur af te dalen naar den beganen grond der sportschrijverij, waar de emoties van anderen aard zijn dan door sonnet of essag worden gewekt. A. den Doolaard —■ bekend door zijn publicaties in „De Stem", „Nederland", „De Gids", „Den Gulden Winckel" en „De Vrije Bladen" — zal voor „De Revue der Sporten" een reeks artikelen

schrijven over sport, een onder-

werp, dat hem trouwens niet vreemd is. Achter het pseudoniem Den Doolaard verbergt zich n.l een bekend athleet, die even goed thuis is in

spike-schoenen op de loopbaan als

met zijn vulpen op het blanke copypapier.

—□—

De literator, die zijn aandacht geeft aan de sport en — vice versa — de sportmenschen, die, door middel van „De Revue der Sporten", kennis nemen van het werk eens jongen dichters — och, waarom zou 't eigenlijk niet? Als Mohamed niet tot den berg komt, komt de berg tot Mohamed

Ik vraag dus aandacht, hartelijke aandacht voor A. den Doolaard, den dichterlijken athleet, den athletischen dichter. Hij is die aandacht waard, ik verzeker het u!

De voetbal en de liefde

Ik weet nietj wat de Vries en te Winkel ervan denken; ik had het aan Jan Wils willen vragen, maar toen zag ik opeens van af de perstribune, die tegenover de Marathontoren ligt, dat hij daar bovenop een betonnen bal had willen neerpooten, doch niet verder gekomen was dan een visitekaarten-deponeerdingetje, en daarom beslis ik eigenmachtig: bal is v r o u w e l ij k. *) Zooals ook de Engelsehen, die uit onverschilligheid alles onzijdig nemen, van een schip zeg-

*) Helaas, athletische dichter: bal is mannelijk! Maar het artikel is er geen haar minder om ....

Red. R. d. S.

gen: Zij huppelt over de golven. Want de Engelschen houden van schepen, en ik houd van de arme, mishandelde, eeuwig toegewijde, eindeloos geduldige bal, waar dag in dag uit twee en twintig orkanen zich on werpen.

—□—

U zult zeggen: „de bal is een samenlapsel uit diverse stukken leer met lucht erin, en meer niet!" U vergist U, de bal is een ding met een ziel. met temperament, met gevoel; en daarom winnen de

De voortreffelijke jonge literator

A. DEN DOOLAARD

(naar een caricatuur voor „De Revue der Sporten" geteekend door Kelen)

Zuid-Amerikanen het voetbaltournooi. Wij Europeanen meppen de bal, omdat wij denken dat zij dood is; maar de bal wreekt zich. De bal is gaan houden van de heerlijk liefkozende aanraking van een Argentijnsche schoenneus* van het vliegensvlugge langswrijven van een Urugueesche scheen., van het dolle losgelaten dartelen van de eene Zuidelijke hiel op de andere; van het spelevaren op een dozijn donkere hoofden.

De Belgische spil geeft haar een reuze jèn en de bal zoekt de zon; waar zij neerdaalt staan weer een Belg en een Argentijn klaar. De Belg kijkt omhoog met twee woedend weggerolde oogen en diepe denkrimpels in zijn voorhoofd en aan den kuitenkant van zijn krampachtig gekromde knieën (het staat 3—3 en het gaat om het winnende puntje).

[ij laat de bal zijn tanden zien, alsf hij in haar zou willen happen, haar chudden zooals een kat een muis chudt en een leeuw een versch-geangen geitje, om haar dan op een Irafje achter de keeper te gaan de>oneeren.

—□—

Maar de Argentijn doet anders. Hij cent het wispelturig leeren wolkje, lat door de lucht danst. Hij kijkt naar laar en hij lacht. Niet alleen net z'n mond, maar ook met z'n venkbrauwen, z'n ooren, al doet hij lat niet zoo mooi als een olifant dat san; met z'n schouders, z'n vingeroppen, heel z'n donkere wezen. Zijn ilinkende oogen zijn de havenlichten lie de bal een veilig geleide geven. Van af 30 Meter hoogte schrikt de bal al van het bloeddoorloopen linkeroog van den Avondlandeling, en zij vertoont reeds zwenkneigingen naar het lachend Argentijnenhoofd; en als haar van vlakbij snel en hartstochtelijk wordt toegefluisterd:

„Kom hier, puella mea, m'n eigen liefste, al is 't dan maar voor een tiende seconde, je komt kersversch van de zon, en je aanraking zal een vurige verrukking zijn, kom en rust op de vi-spring-matras van mijn pekdonker haar. glijd door de schemer van mijn wenkbrauwen naar het morgenlicht van mijn witte tanden, want ik wou je een bliksemsnelle kus geven, maar omdat ik een beetje verlegen ben en veel van je houd., zeg ik het zoo omzichtig .... Overal mag je langsglijden, als je maar van m'n handen afblijft, want dan wordt de scheidsrechter kwaad. Kom nu, kom!"

Welke bal zou na zoo'n toespraak nog aarzelen? De keus tusschen de twee minnaars is niet moeilijk; Spaansch is een bloemrijke taal, en elke minnaar heeft een pietsje van een dichter weg, en een meisje is nu eenmaal gevoelig voor bloemen. En daarom danst de bal verder op het triomfantelijk Argentijnsch hoofd. —□—

Maar de bal danst niet alleen; zij danst samen met het hoofd. Een dans, die wij denkelijk nooit zullen leeren, omdat wij niet genoeg van zon verzadigd zijn, niet dartel en snel genoeg'. Het spel der Belgen, Hollanders en Duitschers is een snel sjokken, en een meedogenloos meppen tegen een morsdood Bruin Monster. Maar Argentijnen en Urugueezen beschouwen de bal als op z'n minst een onmisbare helpster, en behandelen haar met zachten, stevigen aandrang, met wijze voorzichtige liefde. Zij vergeven haar alle ontrouw, elk geniepig verraad. De manier, waarop het binnentrio der voorhoede de bal betuurt, zachtjes, vergevensgezind, een beetje

Sluiten