Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De animo tot het plegen van Kerstvoetbal wordt elk jaar minder; 'n tijdlang was het voor tientallen Nederlandsche clubs gewoonte om met Kerstmis de grenzen over te trekken (vooral Duitschland was in de mode!), maar nu blijft bijna alles bij den huiselijken haard, wat we, omdat Kerstmis nu eenmaal 'n familiefeest is, volkomen kunnen begrijpen. Dit jaar was de lust tot Kerstvoetbal in het buitenland al heel gering; H.B.S. en Roermond gingen naar Engeland, Vitesse en de derde klasser Gouda naar Duitschland, maar daar bleef het ook bij, terwijl geen enkele yereeniging het, met het oog op de dubieuze weers- en terreinsomstandigheden in dezen tijd van het jaar, aandurfde om 'n buitenlandsche club in ons land te ontvangen.

Toch kreeg de stad Amsterdam nog twee Kerstvoetbalwedstrijden te zien, die 'n aardige vergelijking tusschen het beste voetbal van het Westen (Ajax), Oosten (Heracles) en Zuiden (P.S.V.) hadden kunnen opleveren, wanneer er niet eenige abnormale omstandigheden tusschenbeide waren gekomen, die 'n Zuivere vergelijking onmogelijk maakten, hoewel de clubs elkaar met vrijwel volledige elftallen en vrijwel volledige animo bekampten. Bij Ajax—P.S.V. was het de modder, bij Blauw Wit— Heracles de sneeuw, die veel van de waarde aan dit Kerstvoetbal ontnam en het bewijs leverde dat de clubs, die huiverig waren om in dezen Kersttijd 'n duren buitenlandschen tegenstander te ontvangen, volkomen gelijk hadden.

Ajax—P.S.V. op Eersten Kerstdag leverde 'n volkomen abnormalen uitslag op, dien wel niemand verwacht zal hebben bij dezen strijd tusschen de leiders van de afdeeling I en IV: Philips werd met 10—2 afgeslacht in 'n overigens normalen wedstrijd, waarbij Ajax het voor rust tot 5—1 bracht en na rust nog eens precies datzelfde aantal goals produceerde zonder dat de zwaargeslagen Eindhovenaren op de een of andere manier den strijd opgaven en daardoor de score zoo hoog lieten öploopen. Integendeel, P.S.V., dat bij 4—0 en 7—1 haar tegendoelpunten scoorde, gaf tot het einde dapper partij, al kwamen ook de dubbele cijfers op het bord.

Wat dan wel de oorzaak was'? De modder. Ajax voelt zich, zooals bekend, nergens beter thuis dan in de vette Meersche klei, waar de lichte Amsterdamsche ploeg met het grootste gemak doorheen zwenkt en draait, terwijl de niet aan modder gevende tegenstanders de grootste moeite hebben om op de been te blijven staan. P.S.V. presteerde op dien glibberigen bodem absoluut niets; we nemen graag aan dat de aan de droger Zuiderlijke velden gewende roodwitten nog nooit op 'n dusdanig veld — dat nochtans voor 'n competitiewedstrijd zou zijn goedgekeurd — gespeeld hebben, maar van 'n kampioenscandidaat mag men toch wel wat meer aanpassingsvermogen verwachten dan thans het geval bleek te zijn.

Wanneer er thans 'n kampioens¬

competitie gespeeld moest worden met Ajax als een der vijf deelnemers, zouden we zonder aarzelen voorspellen dat de momenteel in topvorm zijnde Amsterdammers al hun thuiswedstrijden zouden winnen op hun modderveld, dat door het ophoogen der omliggende terrein heelemaal in 'n kom is komen te liggen. Maar over 'n paar maanden, als er kampioenswedstrijden te spelen zijn, is de kans op slechte terrein veel en veel geringer en als dan eventueel Ajax en P.S.V. in de lente opnieuw tegen elkaar komen, wordt het heusch geen 10—2.

Ajax en P.S.V. waren in dezen wedstrijd ongeveer gelijkelijk gehandicapt door twee invallers. Bij Ajax waren de twee afwezigen (Anderiesen Jr. en van Reenen) echter puik vervangen door Feijen en Vogel, bij P.S.V. was het ontbreken van de halfbacks Hermans en P. van Eerd 'n veel grooter gemis, ook al omdat van Zeijl, die nu de spilplaats overnam, hoogst onvoldoende vér vangen was op de linksbackplaats. Ajax' rechterwing kreeg daardoor voor rust voortdurend vrij spel en alle vijf goals in de eerste helft kwamen van die kant. Na de pauze had P.S.V. haar opstelling veranderd (van Zeijl weer back en A. van Eerd spil), waardoor dit gat in de verdediging gestopt was, maar toen deed de modder nog meer dan tevoren haar invloed gelden en de score steeg even regelmatig, ook al doordat P.S.V. bitter weinig geluk had: toen Ajax tegen de paal schoot, sprong de bal in de goal, maar toen P.S.V. tegen paal en lat schoot, sprong de bal eruit! Het weldoordachte spel van Ajax gaf in dezen wedstrijd weer veel te genieten; er werd met „brains" gevoetbald en telkens ging de bal aan 'n partijgenoot, die zich vrijgespeeld had. Als 'n rustig functionneerende machine, waarin elk onderdeeltje zijn plicht deed, werkte de Ajaxploeg, waarvan het positiespel aan bijna alle Ned. eerste klassers tot voorbeeld mag strekken. De heele voorhoede had aandeel in de tien goals (Volkers 4, Vogel 2, Strijbosch 2, ten Have 1 en Mulders 1) en vooral de handig dribbelende Volkers was op dreef, al kwam het ons onbegrijpelijk voor dat de P.S.V. verdediging zich twemaal op dezelfde wijze in de luren liet leggen, want Volkers' derde goal was 'n zuivere copie van zijn tweede.

Al nemen we bij P.S.V. ook alle mogelijke verontschuldigingen te baat, dan nog bleef het spel der Eindhovenaren verre beneden de verwachtingen, die de fraaie score in het Zuiden (51—20!) hadden doen ontstaan en nog veel verder beneden het spel dat we anderhalf jaar geleden van P.S.V. gezien hadden in de kampioenscompetitie. Het beste deel was wel de voorhoede — met vier spelers uit het Zuidelijk elftal — die echter slecht schoot, v.d. Broek dient zoo langzamerhand wel te weten, dat hij, als hij 'n penalty tegen de lat geschoten heeft, den bal niet weer opnieuw mag aanraken! Van Run was geenszins in internationalen vorm en bleef in zijn spel ver achter bij Diepen¬

beek, die trouwens ook van Kol overtrof.

Boumans hield er in keurigen stijl heel wat uit, maar uit het feit, dat hij meermalen lastige schoten wegsloeg met het gevolg dat de bal in de modder bleef steken en door 'n inloopenden Ajacied gemakkelijk kan worden ingeschoten ('t kostte 'n paar goals!) bleek toch Wel dat hij aan moddervoetbal ook niet gewend is. Zijn overbuurman Bönneveld zorgde voor 'n amusant momentje, door bij 'n hoog schot aan de bovenlat te gaan hangen en er radicaal doorheen te zakken; de wedstrijd moest 'n paar minuten gestaakt worden om den terreinknecht gelegenheid te geven de gebroken lat weer te repareeren, want prof. Snapper, die als scheidsrechter fungeerde, kan wel geblesseerde voetballers bijspijkeren, maar geen gesneuvelde doellatten.

Het spel van Ajax in dezen Wedstrijd — en in de voorgaande competitiewedstrijden — wettigde volkomen de veronderstelling dat 'n combinatie van Ajax' voorhoede en backlinie met Feyenoord's middellinie en v. d. Meulen in het doel 'n belangwekkende proefneming voor het Ned. elftal zou vormen.

—o—

De naam van het „provinciale" voetbal, dat door P.S.V.'s débacle 'n bedenkelijke tuimeling had gemaakt in de waardeering van de Amsterdamsche voetballiefhebbers, werd door de 4—2 overwinning, welke Heracles op Tweeden Kerstdag in het Stadion behaalde, weer 'n ietsje omhooggebracht, al behoort er bij de momenteele inzinking, welke Blauw Wit doormaakt, niet zooveel toe om de Zebra's te kloppen. In de Meer was het de modder geweest, in het Stadion zorgde de sneeuw voor 'n wedstrijd onder ongunstige omstandigheden: 'n kwartier na het begin vielen de eerste sneeuwvlokken en al spoedig leken de spelers op wandelende Kerstmannetjes in 'n besneeuwd veld. De partij, die de door den wind voortgeblazen sneeuwvlokken in het gezicht had, was niet gelukkig; voor rust was dat Heracles, na rust kon Blauw Wit tegen de elementen optornen en doordat met 2—2 gedraaid was, stonden de Almelo'ers op die manier vrij safe.

Blauw Wit, dat van Asselt, Lietzen en Ferwerda nog op de ziekenlijst had, speelde in dezen wedstrijd aanzienlijk beter dan in de laatste competitiewedstrijden, althans dat werd ons van de zijde van trouwe Stadionklanten meegedeeld, want zelf hebben we de Zebra's in geen zes of zeven weken meer aan het Werk gezien, Waaraan we overigens niets verloren schijnen te hebben. Men had de Boer weer als spil opgenomen en.... Schindeler als doelman, wat voor het moreel van de ploeg 'n enorme versterking is, nu Barend meer en meer teleurstelt na zijn veelbelovend debuut. De hoeveelste „terugkeer" van Schindeler dit is, weten we waarlijk niet meer! Peters bleek 'n handige rechtsback te zijn en Damman had als midvoor meer succes dan als achterspeler; hij scoorde in de eerste helft twee goals, maar moest na rust uitvallen.

Heracles had sinds haar kampioensjaar (1927) niet meer in de hoofdstad gespeeld; toen was het nog 'n ietwat onbehouwen ploeg, die het van enthousiasme en flink doorzetten moest hebben, zooals ook Velocitas' sterkste punt is, nu konden de Amsterdammers zien, dat Heracles haar speltype geheel en al gewijzigd heeft en, in navolging van

Sluiten