Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SORT IN BEELD/DE REVUE DER SPORTEN

Voetbal

Over oefen meesters en over Ned. Fabrikaat

Het „Meisje voor halve dagen" maakt haar opwachting!

buitenlandsche trainer kan tippen! Wij hoorden, dat de Volewijckers nu één avond per week de beschikking krijgen over den Engelschen trainer van Haarlem. We zullen niet beweren, dat dit weggegooid geld is, maar wél, dat er zeker 20 spelleiders zijn — de oefenmeesters laten we dan nog buiten beschouwing — die het even goed, misschien zelfs nog veel beter, zouden kunnen doen en dan verdiende een landgenoot er tenminste nog wat aan! Het feit, dat men voor een beroemde Engelsche profclub heeft gespeeld, maakt iemand nog niet geschikt om aan Hollandsche jongens voetbal te leeren.

Het is beter een trainer te nemen voor één avond per week, dan heelemaal geen trainer, doch van zoo'n „meisje-voorhalve-dagen" kan men niet meer verwachten dan dat hij aan de jonge spelers een behoorlijke balcontrole leert. Hoe zou hij een goede ploeg kunnen vormen als hij de wedstrijden niet regelmatig bijwoont en het spel na afloop met de spelers kan bespreken?

De Nederlandsche oefenmeesters hebben een opleiding gehad, waaraan geen enkele buitenlandsche trainer kan tippen.

In het clubblad „De Volewijckers" vinden we een artikeltje over oefenmeesters. Daaruit blijkt weer eens opnieuw, dat men omtrent onze Nederlandsche oefenmeesters nog steeds volkomen verkeerde denkbeelden heeft. Men dweept met buitenlandsche oefenmeesters.

De Volewijckers hebben als oefenmeester gehad den heer Martens, eigenlijk geen oefenmeester, doch slechts spelleider. Van hem wordt gezegd, dat hij immer gestreefd heeft naar verbetering van het spelpeil. „Geen mensch zal kunnen ontkennen, dat hij hierin niet geslaagd is", lezen we verder. (Dat „ontkennen" zal wel moeten zijn „beweren" of iets dergelijks, zooals uit de rest van het verhaal blijkt). Maar de heer Martens is weg; men moet nu een nieuwen oefenmeester hebben, waarbij men als eisch stelt, dat van hem meer verwacht kan worden. „Onder de Hollandsche oefenmeesters behoeven wij dan niet te zoeken", lezen wij dan.

Laten v/ij den schrijver mogen vertellen, dat er onder de 10 door den K.N.V.B. gediplomeerde oefenmeesters, verschillende zijn, die wij stellen vèr boven het meerendeel der buitenlandsche oefenmeesters, op het oogenblik hier werkzaam. Wij noemen b.v. N. J. Kaufm a n, C. H. W. de B o i s, C. A. van D ij k e, L. J. van Dillen, W. Vaal Jr. en C. J. G e e I h o e d, welke heeren we persoonlijk kennen. Enkelen hunner hebben onder zeer moeilijke omstandigheden reeds getoond, wat ze waard zijn. Hebben zij de volle medewerking van bestuur en spelers, dan zullen ze stellig goede resultaten weten te bereiken. Met bijzonder veel genoegen hoorden we, dat de Bois bij Enschede in dienst is gekomen. Krijgt hij daar de noodige medewerking, dan heeft hij daar de volle gelegenheid om te laten zien, wat een Nederlandsch oefenmeester kan bereiken.

* *

Onze Nederlandsche oefenmeesters hebben een opleiding gehad, waaraan geen enkele

KI NG

Men moet het bovenstaande niet beschouwen als een aanbeveling van onze Nederlandsche oefenmeesters: wij weten zelfs niet of een hunner op het oogenblik beschikbaar is. We meenden slechts te moeten opkomen tegen het kleineeren van goede Nederlandsche krachten en het ophemelen van middelmatige buitenlanders.

Bovendien geldt ook hier dat men aan Nederlandsch fabricaat de voorkeur behoort te geven .... indien het voor hetgeen het buitenland levert, niet behoeft onder te doen. In dit geval blijkt, dat het binnenlandsch fabricaat niet alleen beter doch ook billijker is!

C. j. GROOTHOFF.

GEENZEGE

ulo-qA JihAvrxai

Zaterdagavond werd te Rotterdam door middel van bulletins bekend gemaakt, dat Arsenal kampioen van Engeland was geworden, wel een bewijs, hoezeer men zich in de Maasstad spitste op de komst van deze vermaarde Engelsche club.

Zoo betrad dus Arsenal voor de tweede maal het Feyenoord-stadion, waar de Londensche club in een match, die meer demonstratie dan wedstrijd was en bij een temperatuur, die zich allerminst voor voetbal leende, het vorig jaar met 3—0 van Feyenoord gewonnen. „Ook nu zal het wel weer een demonstratie worden" zoo was de algemeene opinie voor den aanvang van den wedstrijd, en het had er aanvankelijk allen schijn van, dat men gelijk zou krijgen, want onmiddellijk na het begin wandelde de Arsenal-voorhoede in een vernuftig opgezette combinatie door de Feyenoord-verdediging. Die aanval stuitte op

VanderHeyden. Zeker, Arsenal was onmiddellijk sterker, en de Engelsche kampioenen zijn dat zelfs gedurende het grootste gedeelte van den strijd geweest, maar nimmer slaagden zij er in de Rotterdamsche defensie te overspelen. Speciaal Van der Heyden, anders zeker niet een der uitblinkers van Feyenoord, speelde ditmaal een schitterende partij. Hij trok zich van de reputatie van zijn tegenstanders niets aan en stond waarlijk als een rots in de branding. De andere Rotterdammers hadden in het begin nogal eenig respect voor de reputatie van hun tegenstanders en een duel durfden zij zelden of nooit aan te gaan. Totdat de rechtervleugel er in een knappe combinatie vandoor ging. Wat Arsenal in de voorafgaande twintig minuten nog niet had gepresteerd deed thans V e n t e, die van f linken afstand zeer onverwacht een vliegend schot loste, dat slechts rakelings langs vloog. Met dit schot herkreeg Feyenoord zijn zelfvertrouwen en van dit moment af was er van een demonstratie geen sprake meer. Het werd een wedstrijd, waarvan het resultaat met geen mogelijkheid te voorspellen viel. Wel is waar was Arsenal het meest in den aanval, maar de verdediging der Rotterdammers was het terrein volkomen meester, en de uitvallen van de thans goed combineerende Rotterdammers waren zeer gevaarlijk. Arsenal zag den ernst van den toestand wel degelijk in, en fel togen de Engelschen ten aanval. Het publiek genoot thans met volle teugen van den wedstrijd, die buiten verwachting tot een krachtmeting werd. Opgezweept door het enthousiasme van het publiek kwamen de Feyenoorders stuk voor stuk tot topprestaties. Er ontstonden gevaarlijke momenten voor het Arsenaldoel, er kwamen kansen, kortom Feyenoord toonde zich tegen de Engelsche kampioenen opgewassen, terwijl toch geenszins gezegd kon worden dat deze zich niet ten volle gaven. Toen, vijf minuten voor de rust, kwam het groote moment. Bij een prachtigen open aanval werd de Arsenalverdediging volkomen uiteengerukt. Wel is waar keerde J o y in eerste instantie het gevaar, doch de bal, kwam terecht bij Vrauwdeunt, die zich geen moment bedacht en met een hard schot hoog in het net scoorde.

Luid werd Feyenoord bij het verstrijken van de eerste helft toegejubeld. Dat was zeker een schitterende prestatie om tegen Arsenal met de rust een I—0 voorsprong te hebben. Wel is waar was men algemeen van meening, dat Arsenal uiteindelijk toch wel zou winnen, maar een zoetige demonstratie was het toch in ieder geval niet geworden.

Arsenal heeft echter niet gewonnen. Met een ongekende verbetenheid heeft Feyenoord zich geweerd, dikwijls met man en macht verdedigend. Misschien is de wedstrijd daardoor speltechnisch wel eenigszins een teleurstelling geworden, maar de winst, die daar tegenover stond was veel grooter. Immers, thans kreeg men een Arsenal te aanschouwen, dat vocht voor de overwinning. Geen show-voetbal, doch een spel recht door zee, met hardnekkige pogingen om den in grootschen stijl spelenden Van Male tenminste eenmaal te passeeren. Feyenoord werd geheel op eigen helft teruggedrongen en zelfs de Londensche backs, van wie vooral M a I e een brillante partij speelde, trokken mede ten aanval. Maar naarmate de tijd verstreek, voelden de Feyenoorders meer en meer hun kans. Paauween van der Heyden verrichten wonderen. Van Male werd meer en meer de centrale figuur in de verdediging, die hieraan ook voortreffelijk leiding wist te geven en meer dan eens ver uitloopend redding bracht en zoo kon het gebeuren, dat Arsenal feitelijk zelfs geen serieuze scoringkans meer kreeg.

In de laatste minuten zette Arsenal nog eens alles op alles. Zelfs de stopperspil Joy ging naar voren, doch de krampachtig verdedigende Rotterdammers hielden stand, zoodat het einde van dezen wedstrijd, die buiten verwachting is geworden tot een grootsch voetbalfestijn, kwam met een wel zeer onverwachte 1—0 zege van Feyenoord, dat, na het laatste fluitsignaal van den meesterlijk leidenden Langenus, een enorme ovatie van het enthousiaste publiek in ontvangst kreeg te nemen. J. J. VAN RAALTE.

4

Sluiten