Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUD BOERENLEVEN IN DEN ACHTERHOEK

Wien houdt gij voor den gelukkigsten mensch?' Deze vraag werd door een koning der oudheid gericht tot den wijzen Solon van Athene. En de wijze noemde een paar menschen, die hij gekend had, wier gelukkig leven door een begeerlijken dood was besloten, „want" — zoo zeide hij — „men kan niemand vóór zijn dood gelukkig noemen."

Als men die Croesus-vraag tot mij richtte, zou ik allereerst mijn ouden vriend Jan-oom noemen. Tot diep in de zeventig mocht hij het brengen en tot het einde toe heeft hij zijn blijmoedigen kijk op het leven, op menschen en dingen behouden. Eindelijk nam een zachte dood hem weg en het slot was blijdschap en vrede.

Hij was maar een eenvoudig Geldersch boertje, die eerst vele jaren als knecht had gediend en daarna tal van andere jaren op zijn eigen spulletje had gewerkt, aanvankelijk met een trekos, later met een paardje. Trotsche wereldwijzen rekenen hem vast tot^ de „veel te velen", die alleen goed zijn om den „bovenmensch ' te dienen. Maar ik geef voor één zoo'n simpel buitenmannetje gaarne een dozijn van die verwaten heeren, welke wonder wat van zichzelf denken en zich uitleven willen, desnoods ten koste van anderen. Jan-oom ging zijn weg in alle eenvoud en nederigheid. Hoe had hij levenslang alles over voor andere menschen ! Door hulp en raad en meest door zijn liefdevolle blijmoedigheid heeft hij zijn omgeving verkwikt.

Een kostelijk manneke ! Nog telkens zie ik hem voor mij met zijn rond blozend hoofd, zijn mummelend tandeloos mondje, zijn levendige blijmoedige oogen, als hij uitging altijd met hetzelfde lakensche buisje, dat door den tijd erg groenachtig zag, meer nog verkleurd dan zijn haren, die nog maar weinig grijs werden. Zeker, hij had leed, moeite en zorgen gekend, maar blijmoedigheid

DOOR

H. W. HEUVEL.

IV. J a n - O o m.

Sluiten