is toegevoegd aan je favorieten.

Vragen van den dag; Maandschrift voor Nederland en koloniën, staathuishoudkunde, staatsleven en godsdienst, natuurwetenschappen, uitvindingen en ontdekkingen, aardrijkskunde, geschiedenis en volkenkunde, koloniën, handel en nijverheid enz. jrg 38, 1923 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

378

JUAN-FERNANDEZ, HET ROBINSON-EILAND.

den aanvang van een maatschappelijke orde kon grondvesten. Dit alles wordt zoo aanschouwelijk en op zoo natuurlijke wijze beschreven, dat men het gebeuren medemaakt.

In dien tijd, toen terugkeer tot de natuur na overspanning des geestes algemeen gezocht werd, moest dit boek wel de belangstelling trekken. Het verhaal is grootendeels de schepping van den schrijver, doch een dagboek van een schipbreukeling, die werkelijk in 1704 op genoemd eiland landde en er tot 1709 alleen bleef, een Schotsch matroos, Alexander Selkirk, moet de aanleiding geweest zijn tot de gedachte om een dergelijk werk te schrijven.

Het eilandje Juan Fernandez heeft door dat boek een buitengewone bekendheid verkregen over geheel de aarde, en gedurende eenige geslachten maakte men zich daarvan een fantastische voorstelling. Zelfs is de Chileensche regeering, onder wier bestuur het eiland staat, thans van plan het tot een Nationaal Park te maken, tegelijk tot een badplaats.

Onder den naam Juan Fernandez verstaat men eigenlijk een groep van drie kleine eilandjes, tusschen 33 en 34° Z.Br. gelegen, en behoorend tot de Chileensche provincie Valparaiso. De drie eilandjes zijn tezamen 185 K.M.2 groot. Het oostelijkste, Mas a tierra, ligt 560 K.M. van de kust van Chili. Dit eiland, evenals de andere, bestaat uit gelaagde tertiaire vulkanische gesteenten, met vulkanische tuf overdekt. Het eerste eilandje is 22 K.M. lang en 8 K.M. breed, en verheft zich in het midden tot den Cerro del Yunque (= aambeeld), welke volgens de gegevens van den Zweedschen botanicus Skottsberg, die in 1916/17 met zijne vrouw hier onderzoekingen deed, in den hoogsten top tot 1600 M. stijgt. De El Yunque daalt met steile hellingen af in de zee, en over 't geheel heeft het eilandje steile rotskusten, sommige klippen tot 300 M. hoogte uit zee oprijzend, terwijl er nergens goede havenplaatsen gevonden worden. Alleen aan de noordkust vindt men één behoorlijke ankerplaats in de Cumberlandbaai, waar ook een vuurtoren staat.

Ongeveer 1850 meter ten Z.W. van bovengenoemd eilandje ligt het eilandje Santa C 1 a r a , slechts 5 K.M.2 groot, naar het groot aantal geiten dat men er vindt ook wel „geiten-eiland genoemd. Verder nog 160 K.M. westelijker, ligt het eilandje Mas a F u e r a , 17 K.M. lang en 4 K.M. breed, met 85 K.M.2 oppervlakte en een bergtop die tot 1850 M. stijgt, en dicht met wouden is overdekt. Mas a Fuera is een blok gelaagde lava, aan de oppervlakte effen als een tafel, naar alle zijden steil afdalend, zoodat er geen ankerplaats wordt gevonden. De oppervlakte wordt door uitgeschuurde kloven, cafions, doorsneden. Het afvloeiingswater van den regentijd daalt in watervallen naar zee. Aan zeehonden en geiten is dit eilandje rijk.

Deze eilandjes, op subtropische breedte gelegen, midden m den oceaan, hebben een zacht en gezond, gelijkmatig zeeklimaat. De