is toegevoegd aan je favorieten.

Vragen van den dag; Maandschrift voor Nederland en koloniën, staathuishoudkunde, staatsleven en godsdienst, natuurwetenschappen, uitvindingen en ontdekkingen, aardrijkskunde, geschiedenis en volkenkunde, koloniën, handel en nijverheid enz. jrg 38, 1923 [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JUAN-FERNANDEZ, HET ROBINSON-EILAND.

379

regentijd duurt van April tot September, bij overheerschend oostelijke winden.

Juan Fernandez is lang onbewoond geweest. Alleen kwamen hier van tijd tot tijd schipbreukelingen terecht, zooals genoemde Selkirk in 1704. Bij den strijd tusschen de Spanjaarden en de Engelschen om de verdeeling der aarde werd in de 18de eeuw door de Spanjaarden op Mas a tierra nog een versterking gebouwd en een kustplaats, „Heilige Johannes", aangelegd. Doch een aardbeving vernielde deze nederzetting geheel, en vrijwillig vestigden zich hier geen bewoners. Nog werd hier korten tijd een kolonie gevestigd voor gedeporteerde misdadigers van het vasteland, later ook voor staatkundige gevangenen. Doch ook dit is geëindigd.

Geleerden uit alle deelen der aarde hebben zich naar hier begeven, niet alleen om het eiland van Robinson te zien, maar ook om het natuurwetenschappelijk te verkennen. Vooral de flora van deze eilanden is merkwaardig; zij nadert in opmerkelijke mate die van Polynesië, terwijl ook de fauna veel merkwaardigs aanbiedt. Een vijftigtal varensoorten groeien op dit eiland, vele zich tot boomen ontwikkelend. Men vindt hier de familie Thyrsopteras elagans, en verder een verwant van het Indische sandelhout (Santalum fernandezianum), ten deele slechts in fossiele stamoverblijfselen, die een donkerrood, sterk geurend hout leveren, hetwelk duur betaald wordt. De Chonta, de palm van het eiland, met gladden glinsterenden harden stam en reusachtige waaierkroon, is uitstervende. Een derde der flora is inheemsch. Verscheidene vogelsoorten zijn hier eigenaardig.

Thans is alleen Mas a tierra bewoond door ruim 200 menschen, merkwaardig gemengd van afkomst, en meest door schipbreuk hier aangekomen. Zij beoefenen hoofdzakelijk de kreeftenvangst, waaraan zij zich niet meer dan twee dagen per week wijden, en verdienen dan reeds genoeg om op dit paradijsachtige eiland hun weinigeischend leven voort te zetten.

Berichten van het vasteland verkrijgen de bewoners thans door een radiostation; soms ook brengt een stoomschip, dat van verre het licht van den vuurtoren ontdekt, een draadlooze groet over. Doch zelden wordt dit kleine afgesloten wereldje in den oceaan door berichten omtrent de wereld van onvrede in zijn rust gestoord. Alleen 14 Maart 1915 werd dit anders. Terwijl de bewoners van den wereldoorlog bijna niets vernamen, en zich daarover niet bekommerden, werd hier op 500 M. van het land het Duitsche schip Dresden door heftig Britsch geschutvuur genoodzaakt zich te laten zinken. De verschrikte bewoners van het eiland vluchtten bij het hooren van de schoten beangst in het woud, en keerden niet weder terug vóór alles voorbij was. Van de bemanning van het schip werden er drie gedood; de anderen redden zich zwemmend op het eiland.

In den tijd der kreeftenvangst wordt het eilandje Mas a tierra