Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN AANTREKKELIJK TYPE VAN ACHTERHOEKSCHE VROOMHEID

DOOR

H. W. HEUVEL. I.

Met gevoelens van dankbare vereering en toegenegenheid schrijf ik zijn naam. In mijn leven heb ik tal van menschen ontmoet, van wie ik veel hield of die ik bewonderde, maar een man als Jan Harmen Kolkman heb ik geen ander gekend. Wanneer er sprake is van een waarachtig christen, dan denk ik allereerst aan hem. Op hem waren zoo ten volle van toepassing de woorden, die prof. H. Bavinck eens schreef: „Omdat hij christen is, is hij mensch in vollen, waarachtigen zin. Hij heeft de bloemen lief, die er groeien aan zijn voet, en bewondert de sterren, die er fonkelen boven zijn hoofd. Hij veracht de kunst niet, die hem een kostelijke gave Gods is, en hij smaalt niet op de wetenschap, die hem een gift is van den Vader der lichten. Hij doet goede werken, eer hij eraan denkt, en draagt vruchten voordat hij het weet. Hij is een bloem gelijk, die onbewust haar liefelijken geur rondom zich verspreidt.... En wijl het leven hem Christus is, is hem straks het sterven gewin."

In het jaar 1890, toen ik schoolmeester werd in zijn dorpje Gelselaar, had ik nog niet lang geleden Piersons „Oudere tijdgenooten" gelezen. De liefdevolle schildering der mannen van het Réveil had mij zoo getroffen, dat ik er mij telkens weer in verdiepte. Dat boekje vol piëteit is een weldoener van mijn leven geweest. Het leerde mij ook, menschen als Kolkman te verstaan en te waardeeren.

Vóór dien tijd was ik nooit met Gereformeerden — Afgescheidenen zei men gewoonlijk — in aanraking geweest. In het ouderwetsch bijbelsch of wil men „Evangelisch" milieu, waarin ik opgevoed was, stonden ze niet al te gunstig aangeschreven. In Gelselaar leerde ik ze wat nader kennen. We hadden drie buren, die van „het kleine kerkje" waren, waaronder ook Kolkman, en op den duur kwamen we nog met verschillende anderen in aanraking. Ondanks het feit, dat ze met plannen voor een school met den

Sluiten