is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANEKDOTEN VAN KEIZER JOZEF TL ï§$

hem zelvëh betrof, hij geene reden tot klagen kon hebben. De Keizer vraagde hem vervolgens, ,. hoe lang hij het Keizerlijke leger gediend had ? ** Veertig jaren , was het antwoord. „ Dan hebt gij zekerlijk," hervatte de Keizer, onderfcheidene'" veleltogten bijgewoond?" En nu begon de grijze zoon van mars al de gevechten op te. tellen, waarbij hij. tegenwoordig was, cn de Keizerlijke troepen altoos' overwinnaars geweest waren. Na affcheid genomen te hebben, ontbood de Keizer den Officier, onder wiens bevel deze oude krijgsman zich bevond, en onderzocht, of hetgeen 'dat de laatttè hem berigt had overeenkomftig met de waarheid ware, en of hij zich altoos wel gedragen had? De Officier beaamde deze vraag, en de oude foldaat bekwam van den Keizer eene volle geldbeurs en eene aanftelling als Officier.

Op eenen anderen tijd wandelde de Keizer incognito, en vraagde aan eene dienstmaagd, waarom er een zoo groot gedrang van menfehen naar zekere plaats toeliep.

„ Goede vriend," antwoordde het onnoozele meisje, „ hebt gij niet vernomen dat de Keizer hier voorbij zal komen ? " „ Dat geloof ik niet," zeide de

Monarch, ,, ik kan u zelfs verzekeren dat hij dien

weg ^ niet zal inflaan." „ Hoe ongelukkig 'ben Ik

dan," zuchtte het meisje, ,, dat ik jozef den twee. den, den Vorst dien wij allen zoo liefhebben, niet

zal mogen zien!" ,, Misfchien," hernam de Kei,

zer, ,, hebt gij hem gezien, zonder het zelve te weten. Zie eens," vervolgde hij, terwijl hij een ftuk gouds uit zijn' zak nam , „ dit is het portret van jozef den tweeden , behoud het tot zijne gedachtenis/' Terwijl hij dit zeide vertrok hij overhaast, en liet het verbaasde meisje aan haar nadenken over, die weldra, m het gouden beeld, de minzame gelaatstrekken van den vreemdeling herkende.

In eene herberg, waar zijne Majelteit den nacht vertoefd had, wierp de hospes, die een eerbiedwaardig grijsaard was, even vóór 's Keizers vertrek, zich voor hem op de knieën, en bel'proeide zijne voeten met tranen. De Vorst hielp hem terftond op de been, en vroeg hem of hij hem eenig verzoek te doen had? ,, Sire!" hernam de oude man, „ jk heb eenen zoon in dienst van Uwe Majefteit, en ik wenschte hartelijk, hem voor mijn Sflcheiden nog eenmaal te mogen zien." De Keizer M 5 vraag-