is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER CLASSIS VAN FRANEKER. 383

Dan nacht van Zoans duisternisfen! Der fcbrikbare ijz'ren middeleeuw Waart gU nog 't deel van Neêdands leeuw. Geleerdheid ! uw geheimenisfeu

Niet meer ontwikkeld voor het oog, Dan toen de kiel 't kompas moest misfen, En zich, bij eiken ftap, op Nereus vloed bedroog.

Geen tranen, Broed'ren! dan in de oogen

Om deze jongfte zamening:

De toekomst fpe't verbetering, 't Vooruitzigt doet de wangen droogen. Ook deze dag itaaft, zigtbaar, voor onze oogen, Dat, wat reeds eeuwen had beftaan ,

Een and'ren vorm fchiec aan.

Reeds door der Vad'ren voet betreden,

Godsdienftige Vergaderzaal! Gij ziet ons in uw midden, heden ,

Neenl 'k zucht niet, VOOr de laatftemaal.

Is, in die duizendin van weken, Uw wanden, ach! te vaak gebleken, Dat zonde, dwaling, drift, ook onder Priest'ren woedt: Eer onze voet rust op uw' drempel, Werpe ieder oog, uit dezen tempel, Een' blik op 's Heilands offerbloed-

O, Toekomst! anders nacht voor de oogen, Maar, heden, zwanger reeds van licht, Des Konings groote ziel gevoelt geheel 't gewigt En 't onnitdrukbaar alvermogen Van 's hemels overdierbaar pand, Van Godsdienst, voor 1 geluk van Kerk en Vaderland.

O