is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53Ö OVER DE BEZETENEN.

vrees en neiging ten kwade had de Israëliten kunnen overhalen om ook den Overften der Duivelen te offeren. Daar verfchijnt in adams gefchiedenis de /lang, alleen, en de geestelijke vervoerder in haar wordt verzwegen, alhoewel voerbaar genoeg aangeduid. Want ik hoop niet dat men onberaden genoeg zal zijn, om dit merkwaardige ftuk in de gefchiedenis des menschdoms, waarover wij te eenigen dage verbazen en ijzen zullen, wanneer het ons, met alle nog verborgene omftandigheden, blootgelegd wordt, te belagchen. Hij (de Duivel) is daar zeker nog kenbaarder in dan in den Tohuvabohu^ (het woest en ledig) van de gefchiedenis der fchepping. Want. ook een Warklomp of Chaos onder* derftelt eene verwarrende oorzaak; en verwarring ontItond niet zonder zonde, en zonde niet zonder wil : maar de wil is geestelijk. Waaruit onwederfprekelijk voortvloeijen moet, dat een zondigend Geestelijk wezen , ouder dan onze fchepping en dan de mensch , deze verwoesting, in de reine, van gode.uitgevloten grondftofTe, aangerigt hebbe (*). Want van den Eeuwigen Algoede gaat geene wanorde uit. Het fchepfel had dus zijnen Schepper verlaten, en eene vroeger wereld was vervallen. Doch omdat de Geleerden ophielden zoo te lezen, konden zij ook het verborgene niet meer vinden, dat door den Geest gods zoo in deze als an« dere piaatfen gelegd was. Wij moeten daarom wederom beginnen met te leeren lezen, daar wij reeds veel verder konden en behoorden te zijn. Want daar flaat

niet: god fchiep de aarde woest en ledig. Voor

deze lasterlijke gedachten wille de heer ons bewaren! —- maar: de aarde nu was (of was geworden) hajetaht een Warklomp of Chaos.

Wanneer nu bij tijdvervolg het wonderbaarlijk geleide volk gods, kweekeling en tuchteling des Allerhoogften, van langzamerhand zijne neiging tot Afgoderij ontwende, mogten ook de denkbeelden van de geestenwereld meer openbaar en meer algemeen bij hen worden. Men kon onbefchroomd, van dien Erfvijand met

hen

(*) De Vertaler verzoekt deze gevolgtrekking wel te overwegen. Zij is van het boogfte belang, en opent de heerhjkfte hizigten in groote geheimenisfen, waartoe wij garoepeQ Warden.