is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de bezetenen.

53?

hen fpreken , voor wieft zij in vroeger tijd met zoo veel voorzinijheid gewiarfchüwd moesten worden, als een aankomend knaapje voor vleefchelïjké zonden. Daarom toont zish deze kennis in jezus leeftijd (in welken zij ook ter vestiging van de Leer onontbeerbaar was") te eenen male algemeen. Jezus fpreekt van den Duivel en zijne Engelen als van elk bekende dingen. Slechts eene enkele lekte, de Sadducecrs, onderfcheidde zich door het verwerpen dezer Waarheden van de overige Joden. Laat men bedenken, hoe tegenftrijdig het ook zijn zou, dat juist in den tijd, dat bet' verftand heerfchender en het volk, zoo wij het heeten, verlichter werd, en het Jodendom zich verder, ja zelfs op het angstvalligfte , van den vreemde aflcheidde, juist deze begrippen en denkbeelden zich vö'ftrekt algemeen onder Geleerden en Ongeleerden voortplantten en vermeerderden, daar zij toen, zoo zij uit een Buitenlandsch ftikziend bijgeloof voort waren gefproten, noodwendig hadden moeten verdwijnen, immers verminderen en afnemen. Ik bevat niet, hoe men de Rabbijncn en Priesters na de gevangenis voor zoo ongeleerd houden kan, dat zij datgene niet zouden hebben moeten ontdekken of weten, dat onze tegenwoordige Filozofie van de Historie des menschdoms, thans zoo klaar en baarblijkbaar uit eigen kop gehaald meent te hebben. Niet dat ik ontkennen wil, dat het volk uit de gevangenis en uit den Godsdienst der Cbaldeeuwen of Magen eene uitgebreider geestenkennis, en ten deele ook eene meer openlijke behandeling van dat voorwerp, te huis bragt; of dat zich federt ook menig Heidensch bijgeloof onder hen verbreidde, waarvan het zaad desgelijks aldaar opgedaan was. Maar tot liet laatfte is zekerlijk de openbare Duivelen of Geestenleer der Kerk niet te rekenen; alleenlijk liep het daarmede onder door, en indien, b. v., de Joodfche Geestbezweringen , waarvan in het Nieuwe Testament gewag wordt gemaakt, zelve bijgeloovigheden waren, zoo rustten zij toch niet op het bijgeloof, maar op eene Leerftclling, die met den Bijbel in naauwe overeenftemming ftond, en niet eerst ingevoerd behoefde te worden. En zoo is het ook me; Satan in het Boek job, wien ten gevalle nu eens de Historifche inleiding van dat gefchrift van eene later hand moet LI 5 zijn,