is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1817 (Uittreksels en beoordelingen), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handhoek, enz;

505

Zoo zeker jezus geene bepaalde voorfchriften aan zijne •vereerders, betrekkelijk de uitwendige Godsvereering, heeft gegeven, vond hij echter goed, twee Godsdienftige plegtighcden voor hen in te ftellen, namelijk Doop en Avondmaal. Door de eerfte 'worden wij tot het Christendom ingewijd, en tot de getrouwe opvolging ^ van deszelfs leeringen verpjgt. Bij hei laatfie vernieuwen wij het aandenken aan onzen Verlusfer en bijzonderlijk aan zijn lijden. om hem daardoor onze dankbaarheid te iconen, en tevens eene nieuwe verjlerking Van ons geloof te verwerven. Elfde Grondwaarheid. Het Christendom droeg, ter fond na deszelfs eerfte uitbreiding, zeer veel, bij tot de verlicliting en befchaving der menfehen en volken, die hetzelve aannamen, liet bevrijdde Joden en Heidenen van den dwang der Wet, van bijgeloof en ongeloof, deelde hun licht en kracht tot de beoefening eener heilbrengende deugd mede, en vervulde hunne harten met troost en hoop. En juist hierin beftaan thans nog deszelfs weldadige vruchten voor allen, die met een opregt gemoed deszelfs voorfchriften volgen. Twaalfde Grondwaarheid, Eerst' in het toekomende leven, hetwelk de rede verwacht en het Evangelie belooft, 'zullen de ontwerpen gods tot de gelukzaligheid der menfehen volmaakt worden uitgevoerd. Tot dat einde heeft god onzen V°,rlosfer, jezus Christus, verordend, om niet alleen de dooden tot een nieuw leven op te wekken, maar ook, on over het ganfche men feitelijk ge ft acht gerigt te houden , en elk naar zijne werken te vergelden. Het

derde Hoofdftuk behelst Overdenkingen over de Zedeleer van jezus. De eerfte Afdeeling (*) handelt over het pligtmatig gedrag der Christenen jegens God, jegens zich zeiven en ten opzigte der tijdelijke goederen. Overdenkingen: 1. Wat is Christelijke deugd? 2. Dankbare liefde jegens god is de eerfte aller pligten,

en

(*) Dnar op deze eerfte Afdeeling geene tweede volgt fcïlijnt dit een abuis te zijn; denkelijk moest deze tweede Afdeeling met de 15de Overdenking beginnen, onder het navolgende, of dergelijk opfchriit : Pligtmatig gedresg der Christenen jegens hunne medemenfehen, in derzelver mderfcheidene betrekking en mnjlandighedcn,

nuc.

Ii5