is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

4.85 óver het gebruik van dé eik'ctricitïït

als. ik mij zelf, verrast door het fchoone licht, dat er voortgebragt werd. Het was geiijk een heldere manefchijn, die zich door de geheele kamer verfpreidde. Maar toen ik hierop het einde van den laatften der geleidende kettingen, in plaats van met den grond, met de uitgepompte klok boveu eene luchtpomp verbond, waarin het electrieke licht tusfchen twee kogels van omtrent drie duimen onderlingen afftand, moest overfpringen, toen nam de verlichting zoo toe, dat men klein gefchrift midden in de gehoorzaal lezen kon. Bij het voortzetten dezer proef fcheen het licht nog derker te worden.

Ik had dus, zonder eenige brandflofi een helder en aangenaam etherisch licht, dat meer was dan gaslicht. Eene vrij groote kamer was verlicht door vaak overgeleide vonken; aan welke men geene eindelijke verzwakking bel'peurde, en die ik ongetwijfeld vele malen in een tweede en derde vertrek "had kunnen doen voortduren, ja waardoor ik welligt mijne geheele woning bad kunnen verlichten, ware cr Hechts kans geweest, de lucht in ai die plaatfen genoegzaam droog te maken, öm den tóeftel geifoieérd te krijgen.

Hoe onvolkomen ook deze proef nog moge zijn, zij toont ten minftc, hoe men eene vrij aanzienlijke verlichting kan bewërkftelligèn met weinig omflag van electrieken toeltel.

Tot een doorgaand en voldoend gebruik mtusfeben zal de bpgegevene eenvoudige inrigting, al wierd dezelve volmaakter, nier kuilnen dienen. Hiertoe verfpreiden niet alleen de op de voorgeltelde manier overfpringende vonken, in beflotene verblijf'plaatfen , eenen vee! te ohdragelijkep reuk, die de lucht van zulke vertrekken bederft, en zelfs ongefchikt maakt voor dé ademhaling; maar men kan ook niet gemakkelijk eenen dampkring in dezelve bekomen, droog genoeg, om de electrieke dof niet af te leiden, en de vonken niet binnen korten tijd te verzwakken. Ik ondervond dit herhaalde malen bij mijne volgende proefnemingen, en ik kon bij vochtig weêr, zelfs in eene verwarmde kamer, maar eene zeer flaauwe verlichting daardellen. In de opene lucht of op firaat zou dezelve volftrekt onmogelijk zijn.

Maar wanneer men de vonken in glazen buizen cf ïn met elkander in verband gebragte glazen kogels

leid-