is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOT VERLICHTING.

48?

leidde, en affloot, en daarin van het eene^ituk metaal op het andere liet fpringen, dan moesten dezelve ook, in de buitenlucht, en bij allerlei veranderingen in der* dampkring, even zoo krachtig blijven vcoriwerken, als* bii de gunftigtte omftandigheden binnens huis.

Wanneer men zich intusfehen de gezegde buizen en kogels in zulk eene menigte wil aanfehaffen, dat men opÖmeer dan een flaauw maanlicht hopen mag, dan is men tot affchrikkende uitgaven verpligt; beier zal men zijne rekening vinden, bij het te hulp nemen van zekere chemifche en phyfilche middelen.

Deze middelen zijn : vooreerst, het gebruik van eene dier luchtfoorten, in welke het electrieke licht een helderder fcHijhfe'1 geeft, dan in de gemeene dampkringslucht. In zoo verre ik mij verlaten mag op mijne eigene hieromtrent genomene proeven, heeft men voor zoodanige luchtfoorten te houden, niet, zoo als men al ligt zou gisfen, het zuurftofgas, maar inzonderheid het waterftofgas, het falpetergas, het gezwaveld waterftofgas, en het gekooid waterftofgas. Geene van de drie laatstgenoemde luchten evenwel, kan men be> zigen tot daarftelling van den electrieken dampkring* omdat dezelve allengs ontbonden worden; zoodat er tot vulling van de glazen buizen of kogels , waarhl het electrieke licht van het eene metaalftuk _ op het andere moet overvloeijen, niet anders overfchiet, dan het waterftofgas. Het komt er juist niet op aan, of' hetzelve geheel zuiver is; de vonken zullen bet verder wel zuiveren, en de vulling van het glas met deze luchtfoort is , daar zij Hechts ééns behoeft te gefchieden, gelijk men wel weet, noch moeijehjk, noen. voor zuik eenen toeftel kostbaar.

In het waterftofgas vertoont de electrieke vonk ten minde een tweemaal zoo fterk licht dan in de gemeene dampkringslucht. Deszelfs grootte en vermogen, om tot op eenen zekeren aflland over te fpringen, blijven tevens onverminderd.

Wordt eindelijk het waterftofgas tegelijk nog verdund, of door warmte gedeeltelijk uit zijne verblijfplaats gedreven, dan zal men ook den afftand, waarop het electrieke licht in hetzelve kan overlpnngen, vergroot, en tevens het licht zelf nog verlterkt zien. Ik heb mij ook hiervan door proeven in het klein over-

tuiSd-. u. nÊ

Hn 4