Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN EN ANDER OVER DE BIBLIOTHEEK VAN HET

REGULIERENKLOOSTER TE UTRECHT.

De handschriftenverzameling der Utrechtsche Universiteitsbibliotheek bezit sinds 1608, toen haar eerste catalogus gedrukt is (1), tot over onze grenzen een zekere vermaardheid. Wel kan zij niet wedijveren met de Leidsche keurcollectie, die door beroemde taalgeleerden met fijnen speurzin is saamgebracht en « van bijna alle beschavingscentra merkwaardige overblijfselen » bevat (2), noch met die der Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage, welke om haar schat van rijk verluchte handschriften en haar talrijke werken der moderne devoten uit binnen- en buitenland geleerden tot zich trekt. Daarentegen heeft zij een eigenaardig vaderlandsch karakter, dat gene missen : zij is bijna uitsluitend gevormd uit de librijen van Utrechtsche kerken en kloosters.

Een geschiedenis dezer middeleeuwsche bibliotheken, die een belangrijke bijdrage tot de kennis der geestelijke beschaving onzer voorouders zou leveren, bezitten wij helaas nog niet. Wel heeft Meinsma in zijn bekend proefschrift, met behulp van Tiele's beschrijving, catalogi der handschriften van het kapittel van St. Marie, van het Regulierenklooster « St. Maria en de 12 Apostelen », van het Karthuizerklooster « Nieuwlicht » of « Bloemendaal » en van de Benedictijner Abdij van St. Paulus samengesteld, maar hunne vroegdrukken, die nog in grooten getale op de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek aanwezig zijn, heeft hij geheel achterwege gelaten. In die leemte heeft Van Someren voorzien door in zijn bovenaangehaald boek lijsten van gedrukte werken uit deze en andere geestelijke gestichten op te nemen.

Door deze lijsten van handschriften cn boeken zijn die Middeleeuwsche librijen althans ten deele gereconstrueerd; met behulp daarvan zou men een schets kunnen geven van de geestelijke beschaving te Utrecht in de Middeleeuwen. Dat beeld zou echter niet volledig zijn, omdat die bibliotheken geenszins onverminkt tot ons zijn gekomen. Van de kapittelen (uitgezonderd St. Marie) worden bijna alleen gedrukte werken opgesomd.Van de handschriften uit de overige gestichten dateert verreweg het grootste gedeelte eerst uit de i5e eeuw. Toch was Utrecht sinds de invoering van het Christendom hier te lande het middelpunt van

(1) Zie over dezen catalogus J. F. van Someren, De Utrechtsche Universiteitsbibliotheek. Hare geschiedenis en Kunstschatten tot 1880. Utrecht 1909, blz. 16.

(2) S. G. de Vries, Middeleeuwsche Handschriftkunde (Oratie), Leiden 1909, blz. 25.

2

Sluiten