Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

het begin van Junij naar het krankzinnigengesticht te Utrecht moest vervoerd worden. Zelfs de meest zorgvolle behandeling vennogt de kwaal niet te heeleu, die hem als een doode onder de" levenden deed zijn. Niet ligt zal de weemoedige indruk worden uitgewiseht, dien een bezoek aan den lijdenden vriend op mij te weeg bragt. Kalm troffen wij hem aan, het gelaat alleen als door een somber waas omgeven. Na veel inspanning gelukte het hem, doch slechts voor eenige seconden, iemand te herkennen. Op het zien van mijn naam - het gehoor alleen vermogt zijn denkvermogen niet te doen ontwaken - werd hem de herinnering aan zijn kunstenaarsleven weder voor eenige oogenblikken helder en besefte hij het gemis van hetgeen hem vroeger zoo zeer eigen was: een sterk geheugen. Het was echter slechts één lichtstraal voor zijn geest, waarop weêr stikdonkere nacht volgde. ;/ Gaat gij nu ook heen ?" was de ons diep schokkende vraag van den zielekranke, tot zijn broeder gerigt, toen wij vertrokken. Zijne voortdurend kalme stemming en de luttele hoop op herstel, door geneesheeren van het gesticht den patiënt gegeven, deden zijne bloedverwanten besluiten, zijne genezing door een rustig landelijk leven in de omstreken van Zutphen te beproeven; maar wat der geneeskunst niet gelukte, vermogt de natuur den armen lijder ook niet te schenken; weldra verergerde zijn toestand zoo, dat het gesticht te Zutphen hem moest opnemen. Aldaar overleed hij den 6den October 1864.

Is er voor ieder, die heengaat en niet vruchteloos geleefd heeft, een traan van smart, een blik van weemoed over, dan zullen ook deze regelen, aan een man gewijd, die door velen om zijn uitstekend kunsttalent geëerd en door anderen als, mensch hooggeschat werd, bij velen des te smartelijker en weemoediger aandoeningen opwekken, verdubbeld door de gedachte aan het treurig lijden, dat hem hier te beurt viel en waaraan slechts de dood, als een reddende engel, eene harmonische oplossing geven kon.

Utrecht, Mei 1865. richard hol.

BIMENLANDSCHE BERIGTEIV.

EOTTEEDAM.

HOOGDUtTSCHE OPEEA. Overzigt van het répertoire, gedurende het tooneeljaar 1864—1865. Opgevoerd werden de volgende opera's:

Faust (van Gounod) 6 maal. Die weisse Dame 3 maal.

Fidelio 5 » Hans Heiling 3 »

en eens alleen het tweede bedrijf. Robert der Teufel 3 »

Oberon 5 maal. Die Jüdin 3 »

Joseph in Egypten 5 n Martha 3 »

Der Templerund die Jüdin 5 » Stradella 3 »

Mozart und Schikaneder . 5 » Don Juan 2 »

Die Zauberflöte 4 » Die Hugenotten 2 »

Die Hochzeit des Figaro.. 4 » Czar und Zimmermann . 2 »

Lohengrin 4 » Der Wassertrager 1 >,

Die Stumme von Portici.. 4 » Tannhauser 1 »

Der Troubadour 4 » Lucia von Lammermoor. 1 »

Die Favoritin 4 n

Te zamen 24 opera's in 77 voorstellingen, welke, wat de componisten betreft, aldus verdeeld waren;

Mozart 15 maal.; Donizetti 5 maal.

Marschner 8 » Auber 4 »

Van Beethoven 6 n Verdi 4 »

Gounod 6 n Boieldieu 3 n

Von Flotow 6 » Halévy 3 »

Von Weber 5 * Lortzing 2 »

Méhul 5 u Cherubini , 1 „

Meyerbeer 5 » (Benevens eene gemengde opera-

Wagner 5 » en tooneel-voorstelling.)

UTEECHT.

VEREENIGING VOOR KAMERMUZIEK.

In de vijfde bijeenkomst dezer vereeniging, op 22 April j.1. werd het volgend programma uitgevoerd: Strijkquartet (n°. 1) van L. Cherubini. Drie fantasiestukken, voor

pianoforte en alt, (op. 43) van C. Reinecke: a. Romanze;

b. Allegro molto agitato ; c. JahrmarM-scene , eine Humoreske.

Strijkquartet van K. A. Craeyvanger. Quartet voor pianoforte ,

viool, alt en violoncel (op. 25) van J. Brahms.

Deze laatste soiree voor het afgeloopen saizoen heeft in dubbele mate aan de verwachting voldaan. Hebben wij bij vorige gelegenheden de instudering der verschillende nummers mogen prijzen , ook ditmaal heeft het den executanten niet aan goede oefening ontbroken. Dit bleek al terstond bij het eerste gedeelte van Cherubini's quartet. Daarin was netheid van voordragt een hoofdvereischte, maar tevens het glanspunt der kunstenaars , die ook de overige afdeelingen van het werk met dezelfde zorg en eenheid hebben gespeeld. Het volgende nummer van het programma voldeed iets minder. Bij de krachtige voordragt van den heer Hol diende in die van de altpartij ook dezelfde energie ontwikkeld te worden. En ofschoon de uitvoering van een meester als de heer Craeyvanger in den regel niet anders dan goed zijn kan , deed zich toch het gemis aan krachtigen toon te zeer gevoelen, dan dat wij die voordragt zouden mogen prijzen. Wij willen gaarne aannemen , dat her instrument er ditmaal de oorzaak van was, ofschoon de nieuwe instrumenten van den heer Weel anders niet zwak van toon zijn, maar wij moeten toch erkennen, dat eene andere hand ook schooner toon aan deze alt zou ontlokt hebben. Het tweede deel van den avond werd geopend met een ons reeds bekend quartet van den heer Craeyvanger. Dit werk, hoewel niet van grooten omvang - beslaande uit a. allegro agitato, b. adagio en c. allegro - doet den goeden en ervaren schrijver kennen. De doorvoering van alle partijen is juist en talentvol ; de motiven , ofschoon niet op volkomen nieuwheid kunnende bogen, zijn friseh en de vorm is die der oude componisten. Het geheel is aanlokkend en afgerond, zoodat het een goeden indruk maakt. Wij houden ons overtuigd, dat de schrijver in dit genre nog met veel succes meerdere producten kan leveren, en zouden hem gaarne op dien weg zien voortgaan. Het laatste nummer sloot de reeks van voordragten op waardige wijze. Het schoone, voor ons nog nieuwe werk van Brahms werd door het viertal kunstenaars uitmuntend voorgedragen , en de belangstelling klom dan ook bij elke afdeeling. Wij zeggen de heeren Coenen, Dahmen, Haak , Craeyvanger, Hol en Bekker dank voor de iu dit saizoen volbragte taak en hopen, dat zij ons in den volgenden winter weder op zulke de kunst verheffende uitvoeringen zullen vergasten.

UTRECHTSCHE ZANGVEREENIGING.

Tweede soiree, 29 April 1865. Programma. Paulus, oratorium van F. Mendelssohn Bartholdy.

Het is eene nog altijd onbesliste vraag, of dilettanten, wanneer zij in het publiek optreden, al of niet mogen beoordeeld worden. Gelukkig daarom, wanneer men in het geval verkeert, de verrigtingen naar gelang der krachten te kunnen prijzen. De solisten waren allen vol ijver en hebben zich goed van hunne taak gekweten. De recitativen der tenor-partij hadden wij wel is waar hier en daar iets zuiverder gewenseht, maar bij de vele goede hoedanigheden, welke de jeugdige dilettant aan den dag legde, willen wij hem die kleine feil niet toe-

Sluiten