Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK SEDERT 1905.

Dr. W. P. C. Knuttel voltooide zijn artièkel over de Koninklijke Bibliotheek in het Tijdschrift voor boek- en bibliotheekwezen (III) in 1905. De redactie van Het Boek vraagt mij, dat opstel aan te vullen, en hier samen te vatten wat er van dat jaar tot nu toe verder te vertellen valt over deze koninklike instelling. Als levendig belangstellende in, en functionaris aan de Bibliotheek is het mij een genoegen aan dit verzoek te voldoen.1) Het lijkt mij daartoe het best, de periode 1905—1923 in twee delen te verdelen, nl. die van het régime-Bij vanck, tot 1 Oct. 1921, en die van het régime-Molhuysen, daarna. Periodes, ongelijk van lengte, zeker, maar daarbij beheerst door twee zo ver uiteenlopende opvattingen dat deze verdeling alleszins te verdedigen valt.

De periode-Bijvanck leert men het best kennen door bestudering van de systematiese catalogi en de jaarverslagen a). Zoals men weet, zijn deze opgebouwd uit enkele bladzijden „verslag" in de eigenlike zin, (algemene opmerkingen, toestand van het gebouw, mutaties van het personeel, aard der aanwinsten enz.), en uit de bijlagen, (systematies geordende lijsten van aangekochte of ten geschenke ontvangen handschriften en boeken).

Het artiekel-Knuttel eindigt met het uitzicht op de voltooiing van het nieuwe gebouw, dat in de tuin van het oude is opgetrokken. De nieuwe leeszaal is 1 Sept. 1908 voor het publiek open gesteld; de toegang voor de bezoekers is nu niet meer in het Voorhout, maar in de Kazernestraat. Het schijnt helaas niet mogelik geweest te zijn, bij de verbouwing een oplossing te vinden zodanig, dat de weg naar de Leeszaal leidde door de monumentale deur aan de voorzij-

l) Geïllustreerde artiekelen verschenen intussen in de bundel Niederlandisches Bibliothekswesen (1914), in Ons Nederland, Orgaan van de Alg. Ndl. Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, II, (1918 —'19), en in de Holl. Revuevan 25 Aug. 1921. Verder wijs ik op E. van Biema, LesHuguetan de Vrijhoeven (1918), waarin het een en ander over de geschiedenis van het gebouw.

*) Voor een opstel, meer gedetailleerd dan waarvoor hier plaats is, zou men uit het archief der Bibliotheek moeten putten.

Sluiten