Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

zich. in dezen zoo uitertst moeilijken vorm beweegt. Maar ook de fuga's bieden rijke stof voor iederen kunstenaar, die zich boven het gewone peil wil verheffen. Mijnhooggeëerden leermeester wijlen Johan Schneider te Dresden sprak dikwerf met bewondering over het werk van Klengel en verhaalde, hoe de comp. 't steeds bij zich had als hij op reis ging, ten einde er onophoudelijk aan te verbeteren en 't zoo volmaakt mogelijk na te laten. Moritz Hauptmann, de beroemde contrapuntist, belastte zich na Klengel's dood met de uitgaaf en schreef er eene inleiding voor, die evenzeer van onbegrensde bewondering blijken geeft. Vooral dit voortdurend nazien en verbetoren meen ik den heer Amory te moeten aanbevelen, als hij wederom een soortgelijk werk heeft geschreven. Er komen nu in zijne fuga te veel hoekigheden voor, die zonder veel moeite waren af te ronden (zie de maten 6, 10, 23, 24, 26, 27, 81, 38—39 en 43); ook moet hij zorgen voor een belangrijker thema dan dat wat hij nu gebruikt heeft, en waarin men de innerlijke gegevens mist voor eene belangwekkende ontwikkeling (//Engführungen//, omkeeringen, verlengingen, enz.). Wat er van een thema al niet te maken is, zie hij in den eersten band van Klengel's werk, waar deze het: // Eeich mir die Hand mein Leben//, uitMozart's Don Juan, genomen heeft.

Eene Sonate voor piano en viool (of violoncel) behoort evenmin tot de dagelijksche verschijnselen in ons Vaderland. Het is de heer H. J. van Bebckel, die ze als op. 8 heeft uitgegeven. *) De componist beweegt zich op zeer bekende, ten deele verouderde wegen, zoodat zijne Sonate onder die van Eeissiger, Kalliwoda en derg. kan gerangschikt worden. Men zal toegeven, dat deze stap terug wat groot is en dat eenige gelijkenis met Brahms wel zoo verkieslijk zou zijn.

De Sonate is in de gebruikelijke vier deelen verdeeld: a. Allegro con brio (in a, f); b. Andante cantabile (in

P, 3z); c. Scherzo met Trio, molto vivace in a, |) en

d. Einale, Allegro con brio (in a, 2z).

Aangezien noch de piano- noch de violoncel- of vioolpartij moeilijkheden voor de uitvoerenden opleveren, zou men dit werkje kunnen gebruiken om leerlingen te oefenen in het spelen van 't blad. Zeer practisch is de zetting van de viool- en de violoneelpartij op een en denzelfden notenbalk, waardoor het overzicht zeer gemakkelijk wordt gemaakt.

Een paar kleine bevallige stukjes gaf de heer Wouter Hutschenrtjijteb, te Rotterdam uit, onder den titel //Menuet et Cavatine pour piano, oeuvre 9.// 2) Moet ik bedenking maken tegen den titel van het eerste nummer (m. i. is het thema meer Mazurka dan Menuet), de inhoud is zeer gracieus en het geheel muzikaal gedacht. De Cavatine is niet alleen melodieus, maar geeft ook. door de nabootsingen van het thema in verschillende partijen, het bewijs, dat de comp. iets meer wensehte aan te bieden dan wat men gewoonlijk onder Salon muziek verstaat, in welk pogen hij geslaagd is Het opus verdient de opmerkzaamheid van alle dilettant-pianisten.

Van een landgenoot, die vroeger te Utrecht woonachtig (waar reeds enkele zijner werken werden ten gehoore gebracht) zich thans te Parijs gevestigd heeft, den heer

G. de (von?) Brucken Pock, is eene verzameling van negen Walsen verschenen J), die ik met veel genoegen heb doorgespeeld. Al zijn de Walsen op Chopin'sche leest geschoeid, toch is de heer von Brucken Pock geen slaafsch navolger van dien genialen piano-componist; hij geeft ook velerlei wat uit zijn eigen gemoed is opgeweld. De inhoud der Walsen, — welke evenmin als die van Chopin bestemd zijn om bij den dans gebruikt te worden, — verraadt een poëtisch muzikaal gemoed, en ofschoon zij niet zeer gemakkelijk te spelen zijn, verdienen zij in meer dan een opzicht de aandacht der pianisten in ons Vaderland, die behalve eene goed ontwikkelde techniek ook eene smaakvolle voordracht bezitten. Als bizonder belangrijk wijs ik op n° 6 en n° 9, maar ook de overigen zijn zeer fraai.

Een zeer nuttig en vrij omvangrijk werk gaf de heer G. E. Wageneb in het licht onder den zeer beknopten maar veelzeggenden titel: //Klaviertechniek//. 2) De ervaringen, die deze bekwame leeraar voor het pianospel aan de Koninklijke Muziekschool gedurende ruim twintigjaren op het gebied der technische ontwikkeling heeft opgedaan, heeft hij neergelegd in dit boekdeel. Kan men dienaangaande niet veel nieuws meer ontdekken in een tijd als de onze, waarin Methodes en Leerboeken in menigte verschijnen, het werk van den heer Wagener is vollediger dan dat van zijne voorgangers en bevat allerlei, wat de leerling noodig heeft te weten om zelfs de moeilijkste werken met gemak te kunnen spelen, en ook enkele zaken, die men elders niet zoo duidelijk ziet voorgesteld. Ik wijs op de //spanning op dubbelnoten// (blz. 16, 66 en 67), de //oefeningen voor het leeren uitvoeren van verschillende in de muziek voorkomende ongelijke notenverdeelingen// (blz. 17), de verschillende duimoefeningen (blz. 29, 28), de toonladder met afwisselende accenten en bindingen of ook wel met staccato's (blz. 35,36), enz. Eene goede eigenschap is, dat meest alle oefeningen voluit gedrukt zijn, zoodat de leerling niet behoeft te zoeken naar het vervolg eener vingeroefening of studie, die bij andere soortgelijke werken met een soms schrikverwekkend //enz.// zijn aangeduid. Van groote zorg getuigt de voorstelling der versieringen (ornamentiek), die wel is waar niet volgens algemeen vastgestelde regelen kunnen geleerd worden, maar waarover de heer Wagener toch de beste autoriteiten heeft geraadpleegd. Bij de hooge eischen, welke in onze dagen gesteld worden aan een ieder, die iets meer wil beteekenen dan wat men onder //een gewoon dilettant// verstaat, en bij de begeerte om de techniek als middel niet als doel te beschouwen, is een werk, waarbij op de minst omslachtige en meest doelmatige wijze den weg wordt gebaand om eene met alle moeilijkheden spottende vaardigheid en zekerheid te verkrijgen, zeer zeker als eene aanwinst te beschouwen. Zoodanig werk meen ik in de //Klaviertechniek// van den heer Wagener te zien, en om die reden werd aan den samensteller de vergunning verleend op den titel te vermelden: //Dit werk is bij de Koninklijke Muziekschool ingevoerd//.

BIN1NENLA1NDSCHE BERICHTEN.

's-Gbavenhage. — Bij den Nationalen Zangwedstrijd, uitgeschreven door de liedertafel //Zanglust// te Amsterdam naar aanleiding van haar dertigjarig bestaan, is

1) Bonn: Gustav Cohen. Prijs ƒ 1,20.

2) Utrecht, Brussel, Arnhem: H. Eahr. Prijs ƒ 0,90.

1) Parijs: E. Lacombe. Prijs 9 francs.

2) 's-Gravenhage: G. H. van Eek jr. Prijs f 2,70.

Sluiten