is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche revue jrg 6, 1901, no 2, 23-02-1901

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

DE HOLLANDSCHE REVUE.

DE ECONOMIST,

Het is iemand, die zich achter de initialen J. B. R. schuil houdt, die in „De Economist" van deze maand de samensmelting of het samengaan der beide Indische stoomvaartlijnen, nml. van de „Rotterdamsche Lloyd" met de „Nederland" bespreekt en daarover o.a. dit opmerkt:

Mocht deze vereeniging eenmaal tot stand komen, dan zou het verder gewenscht zijn daarin ook de Paketvaart op te nemen, opdat de groote booten, uit Europa komende, ook op enkele intercoloniale lijnen dienst kunnen doen. Het is het vorige jaar begonnen, toen de Deutsch-Australische lijn Makassar begon aan te doen; enkele onzer vrachtbooten hebben het voorbeeld

gevolgd en de exporteurs te Makassar zijn

nu meer dan tot nu toe het geval is geweest in de gelegenheid gesteld, direct naar Europa te verschepen. Singapore, die groote stapelplaats van zoo vele Indische artikelen, zal er den invloed van ondervinden, maar ook de Paketvaart, nu ze concurrentie op de Makassarlijn ziet. Als men de cijfers van den export nagaat, is het wel eenigszins te verwonderen, dat Makassar niet eerder een directe verbinding met Europa heeft gekregen; die uitvoer bedroeg in

coprah gom copal rotting schelpen

1896 142000 pic. 62000 pic. 29500 pic. 5400 pic.

1897 66000 „ 77000 „ 37500 „ 5600 „

1898 133300 „ 61200 „ 31500 „ 9500 „

1899 194500 „ 42800 „ 57700 „ 33900 „

In 1896 werd het grootste gedeelte van de coprah naar Singapore verscheept, terwijl slechts 2 kleine zeilschepen rechtstreeks met dit artikel naar Europa vertrokken; en in 1899 gaan van de 194500 picols al 143500 picols direct naar Europa, 't overige naar Singapore.

Behalve de vaste maandelijksche „Kronieken" krijgen we dan nog een sociale voordracht (Emile van der Velde „La crise de croissance du socialisme") behandeld door Prof. d'Aulnis de Bourouill (de heer van der Velde is een sympathiek spreker, doch de gronden, waarop hij zijne hoop bouwt voor nieuwe principieele krachtsontvouwing van het socialisme, zijn zwak gebleken, meent de Utrechtsche Hoogleeraar) en een beschouwing over „Rusland's financieele toestand" van de hand van den heer G. M. Boissevain.

DE NIEUWE GIDS.

Kloos is vol lof en bewondering over het werk van Stijn Streuvels, en hij prijst hem o.a. in de volgende termen:

Men moet wel voorzichtig zijn met absoluutprijzende literaire uitspraken, maar toch meen ik, op grond van zijn breed- en diep-, zijn zuiver en innig-menschelijke beteekenis, de besliste verzekering te mogen geven, dat Stijn Streuvels, als artiest, onsterflijk zal zijn.

Dan zijn er twee vervolgstukken opgenomen, één van Jol), de Meester's roman „Geertje" en

één van Hora Adema's drama in 5 bedrijven, „Een dissonant"; we zijn altijd nog maar aan het le bedrijf en 't kan dus nog wel 8 maanden duren eer het geheel zal zijn opgenomen!

Een brok mooi, soliede werk krijgen we dan in M. Antink's schets „In het woud", terwijl J. H. Boeken ons vervolgens een „essay" over de Antigone en Sophocles aanbiedt. De overige inhoud wordt gevormd door verzen van Kloos zélf, Reddingius en J. H. de Veer — een nieuwen medewerker.

Mooi is het sonnet van Kloos, dat aldus inzet:

„Zoete Madonna" werd te veel misbruikt,

Om ü, mijn hooge Lief! aldus te noemen

Elk minnaar kan, die een lief liedje tjuikt, Zich op die ongevonden vondst beroemen.

Om den nieuwen medewerker J. H. de Veer ; bekend te maken, willen we het volgende sonnet | van hem overnemen (het heet „De Vliet"):

Hoe vlot die ezel langs het jaagpad draaft, Dat onder 't bootje babbelkletst het water;

— Ik vind mijn vliet een allerleuksten prater, Wiens strengheid mijn moede ziele laaft.

— Zie, hoe de lijn langs de^oeverhalmen schaaft, Dat kröm zij staat, daar traag maar los zij laten — Plomps gaan in 't nat de kikkers, die daar zaten En schieten baarzen, waar ge~uw ziel voor gaaft.

Een hooge lucht, bont, vlokkig tegen blauw En zil'vren wilgen, hooge populieren, Omringen huisjes, vlak bij bergen hooi —

Ik sleep de hand door 't water en vind mooi

Ons lage land vol vaarten en rivieren,

Als in de lucht maar drijft zulk wit en grauw.

ELSEVIER'S GEÏLLUSTREERD MAANDSCHRIFT.

„Elsevier" blijft er na zijn vormverandering zeer net en gesoigneerd uitzien; uitgever en redaktie spannen zich blijkbaar met lofwaardigen ijver in „to keep it up". En dit lukt hun uitstekend.

Uit het nummer van Februari signaleeren we een verhandeling over „Een modern Ziekenhuis" door Herman Robbers, den schrijver van „Annie de Boogh's bruidstijd"; een monografie met veel welgeslaagde reprodukties naar werk over en | van den schilder Paul Rink; en een wel aardig Kaffer-schetsje van Mevrouw Rompel, echtgenoote van den uitgeweken redakteur van „De Volksstem" te Pretoria

VAN ONZEN TIJD.

Dit maandblad van eenige jonge Katholieken bevat in zijn 5e nummer o.a. een bespreking van Anna de Savornin Lohman's „Smarten", waarvan de recensent, pater Binnewiertz, zegt:

Dit boek kon niet anders dan banaal zijn. Want de smarten, hier gedocumenteerd, zijn altemaal