Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SPORTBLAD.

19

Het vijandelijk doel doorboort.

Gaat eens trainen, Ajaciden,

Speelt eens met een feu sacré,

Dat je tegenstanders rillen,

Dan is Amsterdam teviêa.

Speelt nog eens het oude spel

Heusch we kunnen het nog wel!"

Het oude spel, of dat nu je ware is? Maar dat doet er niet toe, de bedoeling van dezen dichterleken trapper is zeker uitstekend. Zij mag als een voorbeeld voor allen gelden.

Voor a.s. Zaterdag heeft Ajax een algemeene vergadering belegd waar enkele gewichtige besluiten genomen zullen worden. Laten de leiders van Ajax goed begrijpen, dat de sleutel tot het succes in een goede clubgeest gezocht moet worden. Men kan het onmogelijk iedereen naar den zin maken en in zoo'n groote vereeniging is een strenge hand van besturen gewenscht. Doch het bestuur van Aj»x moet voor alles er op uit zijn, om bij de jongeren de ambitie te verhoogen, om bij de spelers der lagere elftallen de clubgeest te bevorderen, opdat zij niet spelen, uitsluitend met de bedoeling om eens in het le elftal te mogen optreden, doch met het doel om voor „hun club" te presteeren wat in hun vermogen is.

Alles moet in 't werk gesteld worden om van Aj sx een werkelijk le klasse vereeniging te maken.

Ajax-Quick N.

Het misverstand tusschen Ajax en Quick is in den minne opgelost en zoo verschenen de Nijmegenaren Zondag in.de Meer om een vriendschappelijken wedstrijd tegen Aj,x te spelen.

Ik had Quick in de laatste 2 jaren niet zien spelen en in dien korten tijd is het elftal zoodanig veranderd, dat het voor mii bijna een vreemde club geworden was. Geen Steenveldt, geen Rgnenberg, geen Nol van Berckel, geen enkele speler meer van de oude garde, 't Is een zeer jeugdige ploeg, welke thans deze club vertegenwoordigt. Toch heeft Quick hier een goeden indruk achtergelaten.

Het is naar Westelijke begripen geen le klasse elftal doch in deze jonge combinatie schuilt wel degelijk de capaciteit om het te worden. Eriwordt met veel ambitie gewerkt en dikwijls goed en vlug gecombineerd. Het schieten der voorwaartsen is een zeer zwak punt en ook het verband van de linies onderling was dikwnls verre te zoeken. De kracht van het elftal schuilt in de middenlinie, die Zondag bepaald uitstekend was, al moet aanstonds daarbij opgemerkt worden, dat zij tegen den zwakken Amsterdamschen aanval geen zware taak te verrichten had.

Von Heyden was buitengewoon op dreef. Vooral voor de rust beheerschte hij het spel geheel en al. Als de roodwitte voorwaartsen eens doorbraken, stuitte hij meestal in laatste instantie den aanval, terwijl hij tevens door z'n harde schoten on zijn forech doorzetten de meest gevaarlijke belager van Ziegeler's veste was. In de tweede helft verslapte hij eenigszins, waardoor het spel van de overige verdedigers ook meer tot zbn recht kwam.

Markwaardig was met hoeveel pech de Oostelijke gasten te kampen hadden. Op onverklaarbare wn'ze ontsnapte soms het Amsterdamsche

doel aan doorboring. Dubbel en dwars kwam Quick de overwinning toe. Bijna voortdurend waren de Nijmegenaren in 't veld de meerderen, doch een onvoldoende doortastendheid voor doel, goed verdedigen van Ziegeler en consorten, bovenal echter een besliste de'veine beletten de roodzwart gestreepten om hun meerderheid in cijfers uit te drukken, 't Leek zelfs in den aanvang dat de Ajax combinatie gemakkelijk zou winnen.

De Ngmeegsche voorhoede profiteerde niet van de geboden kansen en de Amsterdammers verkregen door 2 grove fouten der Oostelijke achterhoede evenveel doelpunten. Jurrema en Houtman wisten elk eenmaal het net te vinden en zoo leidde rood-wit al vrjj spoedig met 2—0. Toen echter werd het spel van de gasten steeds beteren eindelijk moest ook Ziegeler visschen.

Met rust was de stand 2—1.

In de tweede helft was Quick bijna voortdurend sterker, Ziegeler kreeg druk werk, doch hij was bijzonder op dreef. Toch moest hij nog eenmaal zwichten en daar de Amsterdamsche aanval geen kans meer, kreeg was een geLk spel, 2—2, bet resultaat.

De verdediging der Amsterdammers bestond uitsluitend uit Ajaciden. Van Dort verving Swift op de backplaats, overigens was de opstelling gelijk aan die tegen het militaire elftal.

Van Dort hoort in de voorhoede thuis, hij kon het ijzeren hoofd niet vervangen. Kooy was de minste in de middenlinie. Ziegeler en Gdlissen waren weer zeer goed op dreef en voor de rust blonk Fortgens ook uit, die echter en de 2a helft z'n plaats weer niet hield. Jan Schoavaart speelde z'n gewone enthousiaste spel, waarbij hij het echter tegen Von Heyden telkens moest afleggen.

De voorhoede was van rechts naar links als volgt samengesteld : Beers Sr. (D.E.C.) Jurrema (R A.P.), Houtman Sr. ( V.V A ), Van den Bergh (A.F.C.) en Buwalda (Rspiditas). Deze voorhoede was vrij wel een mislukking. Menige 3e klasser beschikt over een beteren aanval.

Natuurlijk waren de spelers absoluut niet aan elkaar gewend en het combineeren geleek dan ook nergens op. Doch ook individueel werd zeer weinig gepresteerd, Alleen Buwalda kan misschien een bruikbaar speler worden en Jurrema deed naast veel onbenulligs ook wel eens goede dingen. Houtman pingelde of stond buiten spel en ik héb eigenlijk in 't geheel niet bemerkt, dat Van den Bergh meespeelde. Ook Beers is geen speler voor een le klasse elftal.

Werkelijk Ajaciden, je eigen voorhoedespelers kunnen het heel wat beter.

De wedstrijd, welke door circa 3000 kijkers gevolgd werd, was het aanschouwen wel waard, al verlangt men van le klasse spelers veel betere prestaties. Alleen 'tspel van Von Heyden was een gang naar 't Ajaxveld waard. Hij werd voortdurend toegejuicht en toen hij zich na afloop naar de kleedkamer begaf, weerklonk van alle kanten een hartelijk applaus.

A F.C. II gehuldigd.

De kampioenen der reserve le klasse hebben hun programma beëindigd met eea wedstrijd tegen H.B.S. II. De reserves der zwarte Hagenaars bleken niet te versmaden tegenstanders te zijn. Zij slaagden er in den aanval

Sluiten