Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H Ë T SPORTBLAD.

8

O. Ballintijn, Nieuwstad, Weesp ; J. Brandligt, Heerengracht, Weesp; D. J. van Houten, Stammerdijk, Weesp ; allen voor den duur van

14 dagen, ingegaan 11 Februari.

C. de Jongh, Nieuwstad, Weesp; N. R. J. Buwalda, Buitenveer, Weesp tot 11 Maart a.s. H. Walraven, Groote Plein, Weesp tot

15 Maart a.s.

Alle genoemden zijn lid der vereeniging Rapiditas te Weesp, aangesloten bij den A.V.B.

Royement. Door D.E.C. G. Steenis, von Zesenstraat 17, Amsterdam.

Door Neptunus Rotterdam: D. Petersen. Weste Wagenstraat 68, Rotterdam.

Gerehabiliteerd. Door Hermes Schiedam: A. J. van Schoor.

Door N.O.A.D. te Breda: J. W. Butner.

Door Ajax Amsterdam, H. Schutte.

Bondsleden. Voorgesteld door Haarlem te Haarlem: D. Reisig.

Voorgesteld door Allen Weerbaar te Bussum: J. Muller Jr., C. J. Mössinger en D. A. van Aken.

door A.F.C. Amsterdam: U. A. Brandt, door A.V.V. Amsterdam : W. Brouwer.

Namens het Bestuur van den N V.B. De Secr.-Penningmeester, J. HYLKEMA.

Het beste middel om verkoudheid te voorkomen of spoedig te doen overgaan is, om steeds een EMSER PASTILLE in den mond te nemen.

. • ■ ' ;(.:■■-.:■.'.. .

Binnenland.

Sportj ournalistiek.

De journalistieke volmaaktheid heeft vonnis geveld over de jounalistieke halfheid. In den persoon van „Fritzie" komt de onvolprezene door middel van „de Sport" nos. 121 en 122 al zijn journalistieke gal uitspuwen over ons

prutsers, taaiverkrachters enz. In

Sportkroniek no. 33 protesteert H. J, O. reeds in een krachtig artikel tegen de minderwaardige wijze van reclame-maken van „Fritzie", en al geven H. J. O.'s epistels mij niet steeds bevrediging (o. a. wil ik niet van hem slikken, dat Koudum telefonisch op Workum is aangesloten), ditmaal stem ik niet alleen volkomen in met H. J. O.'s protest, doch wensch dit zelfs te suppleeren, om den lans te breken voor ons korps van zoogenaamde gelegenheid^journalisten.

De algemeene indruk van Fritzie's tweeledig artikel is die van eene reclame voor „De Sport". Bij aandachtige lezing komt men tot deze conclusie : Hans is de journalistieke onfeilbare, Interviewer dus idem, Fritzie de intelligente stylist, Je-Weet-Wel de onovertrefbare poëet en alle „Sporf'-medewerkers geëxami¬

neerde taalkundigen. Arme Fritzie, ge hebt een hoogen graad te pakken van de ziekte, die men noemt „Gevoel van eigenwaarde". Sterk generaliseerend, noemt ge alle diegenen, die een of meer uren van hunn' vrijen tijd opofferen, om het blad hunner keuze met een bijdrage te steunen, journalistieke halfheden. Waarom ? Is het omdat hun stijl verwerpelijk is ? Of omdat hun onderwerp van behandeling nietswaardig is ? Neen, Fritzie, er is geen antwoord op te geven, ge zult het zelve ook schuldig blijven!

Ge breekt in uwe artikelen elk voetbalverslag af, omdat ze op elkander gelijken en volgens formulier worden opgesteld. Volkomen waar, maar geeft u ons, verslaggevers, dan eens een type-verslag; ik ben werkelijk verlangend, dit te lezen. Heusch, het is niet zoo gemakkelijk! Ik weet niet, wat andere verslaggevers van onze sportblad-driestar er van zeggen, doch ik voor mij, vind geen droger en taaier schrijfwerk dan het in-elkaar-schroeven van een voetbalverslag. Mijne medewerking aan het Sportblad dateert reeds van onder de redactie van den heer Stokvis, en 'k heb al heel wat verslagen geleverd, maar inderdaad, hoe meer ik het doe, hoe lastiger het me valt, om den lezer zoo'n opsomming van feiten eens in anderen vorm op te disschen.

•Zooals H. J. O. terecht opmerkt, steunt „Fritzie" zijn blad blijkbaar slechts met algemeene bijdragen en kan hij dan ook bezwaarlijk wedstrijdverslagen critiseeren. De „Sport"-medewerker doet het voorkomen als zouden de zulken, die als pure amateurs verslagen leveren of artikelen schrijven, zulks uitsluitend doen uit eerzucht, 't Is mogelijk, dat er zijo, hoewel zoo'n wijze van roem-oogsten me zeer Meerenbergsch voorkomt, zoo lang er zooveel andere wegen open zijn. Neen, daar is ons afgebakend sportsvereldje te eng voor. Ik weet zeker, dat mijre wekelijksche bijdrage „Uit Breda" bestrijding vindt, die zich in het volgend blad wel openbaart of in een der andere sportcouranten plaats vindt, doch dat is m. i. juist de aangegeven weg om tot verbetering van toestanden te geraken; ik weet bij ervaring, dat in „Uit Breda" door mij becritiseerde toestanden, die scheef en krom waren, recht en verbeterd geworden zijn.

En al wat ik bijv. nu deze week weer over den Brabantschen Bond schrijf, is niet — al meenen sommigen dit — om zoo'n lichaam afbreuk te doen, neen, om de aandacht van bevoegden op dergelijke mistoestanden te doen vestigen en zoodoende verbetering tot stand te doen komen, waar die niet kon plaats vinden, zonder dat Jan-en-alleman er mede op de hoogte werd gesteld. En al breekt Fritzie en Interviewer nu week in week uit stijl of inhoud van zoo'n artikel af, moet dat dan een reden wezen, het schrijven te staken? Neen, gewis niet 1 Daarom is het inderdaad te betreuren, dat iemand als Interviewer, die kwa-stylist zeker eiken Nederlandschen sport-verslaggever en sportcourant medewerker uit de mouw schudt, zich daardoor zoo „Imperator" gevoelt, dat al die sukkels, die stumperds, die papier-en-penverknoeiers als H.J.O., Molleboon, A.G.E., Con-l-Mar, ondergeteekende en de vele onbe-

Sluiten