Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

HIT SPOBIB LAB.

lang zoo snel niet als de vlugge Breda.

Laan was weer teiug en de Berlijnsche club, die al rekende op vaste medewerking van den „beroemden H.F.C.-middenvoor" zal zich voorloopig nog moeten spenen van het genot om hem in actie te zien. Hij speelde thans rechtsbinnen naast Seigaette en maakte een paar aardige doelpunten. Dolf Bouvy moet aan de middenvoor-plaats nog wat wennen, hij zakte herhaaldelijk teveel ns.ar den vleugel af terwijl Mantua Francken op het beslissend moment gewoonlijk op den grond la», wat evenwel niet aan het optreden van de V.O.C.-verdediging was te wijteD, d*ar hij gewoonlijk al lag voor dat een V.O.C.'er hem had aangeraakt. Van een beroemd Eogel«ch middenvoor vertelde men, dat hij herhaaldelijk over 'n grasspriet viel, ja zelfs over z'n eigen schaduw struikelde. I-^ts dergelijks zal men misschien later ook over M»nnus kunnen schrijven. Bij V.0 C. speelde Jaekel in het doel uitstekend en voor zoover wij konden nagaan had hij aan de 7 fegec punten geen schuld. Hij vangt den bal men een kalme zekerheid op, werkt goed weg en stelt zich steeds zeer goed op terwijl hij het juiste moment weet te kiezen om uit te loopen, in kort een belangrijke versterking van V.O.C. Bronger en v.Pr ooyen hebben verder verdienstelijk gewerkt, Brandt memoreerden we reeds en over de rest past een veelbtt ekenend zwijpeo. Voor het eerst zagen we scheidsrechter Bomeijn in actie. Over hem schrijvende willen we nog even mededeeles, dat we Zondag eenige Haarlemmers spraken, die meenden, dat het werkelijk verleden week op het Haarlem-terrein geen weer voor voetbal was, zoodat ze wel konden begrijpen dat de heer Bomeijn het weer ongeschikt verklaarde.

Bovendien is er in dit nood-seizoen, zoo beweerde men, tijd genot g en waarom dus in regen voor een verlaten terrein te spelen, terwijl men met mooi weer nog een flinke som kan ontvangen. Tegen de laatste redeneering is inderdaad weinig in te brengen, blijft slechts over de vraag of de scheidsrechter hiermede rekening heeft te houden. In alle geval blrjft het zonderling, dat het weer op het H.F C. veld wèl en op het Haarlemveld niet geschikt voor voetbal beschouwd werd.

De heer Eomeyn besft nog verschillende dingen te leeren en af te leeren eer men hem met vertrouwen de leiding van eiken wedstrijd in handen kan geven. De bewering van „De Maasbode", dat hij voor zijn taak niet berekend was, zouden we echter niet gaarne onderschreven, integendeel, hij maakte niet meer fouten dan meer bekende fluitisten zouden hebben gemaakt. 6

Twee principieele fouten vielen ons echter op en wel in de eerste plaats, dat hij te veel voor buitenspel fluit, doordat hn' aan het idee „hinderen" blgkbaar een veel te ruime uitlegging geeft en ten tweede, dat bij bij het toekennen van een vrijen schop meer let op hetgeen gebeurt, dan wel op hetgeen de oorzaak van het gebeurde is.

Wat het eerste betreft werd enkele malen buitenspel gegeven voor een speler, die in buitenspelpositie terug kwam loopen, terwjjl de bal al lang was weggewerkt. Zooiets is een

onnoodig onderbreken van het spel en ook niet overeenkomstig de geest der spelregels. Wat het tweede betreft floot hij verschillende malen als 'c speler een eenigszins onverwachte buiteling maakte, zonder dat die buiteling door een vergrijp tegen den spelregels was veroorzaakt. Meer in 't bijzonder herinneren we ons een geval, dat zich vlak voor de tribune afspeelde en waarbij een H.F.C. er viel over den bal, die door een V.O.C. been werd tegengehouden. Een vrije schop, bljjkbaar wegens haken, werd aan H.F.C. toegekend, wat natuurlijk onjuist was. Ten slotte heeft de heer Eomeyn nog eenige eigenaardigheden, waarvan bij blijkbaar niet bewust is, maar die de lachlust van het publiek opwekken, iets wat natuurlijk in de eerste plaats vermeden moet worden. Trouwens wanneer bij eens 'n moment-opname kon zien van z'n positie gedurende eenige seconden onmiddellijk na het maken van een doelpunt zou hu' er zelf waarschijnlijk om moeten lachen.

Overigens volgt hij het spel zeer voldoende en wanneer hij met het bovenstaande rekening houdt, zal hij ook meer dan thans het geval is, het vertrouwen de spelers genieten, wat een eerste vereischte is om de zwaardere wedstrijden tot een goed einde te brengen.

Sparta—H.V.V.

Gaarne hadden wjj over Sparta—H.V.V. thans een uitvoerige, op eigen aanschouwen gegronde beschouwing geleverd, maar men kan helaas maar op een plaats te gelijk zijn, zoodat we wat den wedstrnd te Botterdam betreft op „hooren zeggen" moeten afgaan. En dan constateeren wij dadelijk, dat de meeningen over dezen wedstrijd geducht uiteen loopen. Van sommige zijden beweert men, dat Sparta uiterst ruw heeft gespeeld waardoor 2 H.V.V.-'rs onklaar geraakten maar veel waarde kunnen wij aan die bewering niet hechten.

't Is toch niet meer dan begrijpelijk, dat een speler, die zoo onbesuisd «peelt als van Leyden, ten slotte zelf eens het loodje moest leggen en bovendien is het opmerkelnk dat 2Botterdamsche doelpunten uit strafschoppen werden gemaakt. Verder was Willing met de leiding belast en al verplaatst hg sich niet meer zoo snel als vroeger, z'n oogen zien nog even scherp en er is maar heel weinig wat aan z'n aandacht ontsnapt, zoodat we op dit punt vrg gerust zijn.

Bij neutrale menschen heeft echter de wedstrijd, vooral door die aan H.ViV. spelers overkomen ongevallen, een onbevreriigden indruk achtergelaten. Het liep Sparta wel wat al te veel mee en dat nog, gevoegd bij de afwezigheid van Thomee, verklaart eonigszins den abnormalen uitslag 8—3. Bjj wat meer normale omstandigheden en geljjke verdeding van het geluk, zou het verschil zeer zeker geen 5 doelpunten bedragen hebben.

Intusschen blgkt toch steeds meer en meer dat we dit jaar in Botterdam weer de sterkste Nederlandeche ploeg moeten zoeken en schijnt het dat Sparta met volle zeilen op het kampioenschap afstevent.

De tweede Utrechtaohe wedstrijd

eindigde in een 0—0, wat voor Hercules een zeer bevredigend resultaat genoemd mag

Sluiten