Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SPORTBLAD.

13

nniNKT

JLMSTJEJJL SUPER STOUT

werken en het was aangenaam den secretaris over dit bestuurslid te hooren zeggen: „Ik wou dat al mijn leden zoo waren!" Willem v. Woerden zorgt voor de penningen, daarbij trouw terzijde gestaan door den heer J. H. Brugman. Voorts is de heer E. v. Woerden, die ook jaren het secretariaat waar nam, het zevende bestuurslid. Moge Oosterpark in den N.V.B. evenveel succes hebben.

De A.V,V. Arastel

herdacht 1 Juli j.1. haar 20-jarig bestaan.

1 Juli 1905 opgericht, nam zij dadelijk aan de competitie van den A.V.V.B., die een halfjaar te voren was opgericht, deel. Het daarop volgende jaar behaaldde Amstel al het kampioenschap van dien bond en promoveerde toen rechtstreeks naar den N.V.B., waardoor ook de lagere elftallen het recht verkregen tot den A.V.B. te worden toegelaten.

Het seizoen 190?—1908 brengt Amstel I in de 3e klasse N.V.B. en haar tweede en derde elftal in den A.V.B., doch de lagere elftallen speelden eveneens in de Volks, zoodat meer dan eens twee wedstrijden per dag gespeeld moesten worden. In de daarop volgende seizoenen had Amstel steeds met moeilijkheden te kampen en dikwijls moesten combinaties met-andere vereenigingen de situatie redden. Wij gelooven dan ook niet, dat er een Amsterdamsche vereeniging is, die zoo dikwijls combineerde als Amstel. Eindelijk kwam er weer wat vooruitgang in en zoowaar ziet-zij kans in het seizoen 1915—1916 naar de tweede klasse van den N.V.B. tepromoveeren.

Aan het einde van het daarop volgende seizoen neem> Amstel een der bovenste plaatsen in en wordt bij de massa promotie naar de eerste klasse B gepromoveerd.

Veel pleizier heeft Amstel daarvan niet beleefd, daar zij zich slechts een jaar in de hooge afdeeling handhaafde. De bekende kwestie met A.F.C., waar Amstel wegens de regen weigerde verder te spelen, bespoedigde haar degradatie.

Nadat Amstel zich weer een viertal jaren in de 2e klasse had weten te handhaven, moest zij aan het einde van het seizoen 1921—1922 naar de derde klasse verhuizen, in welke afdeeling zij heden nog speelt. Het vorig jaar werd weer gecombineerd, nu met R.N.C., dat als kampioen van den A.V.B. naar de N.V.B. zou overgaan. Hierdoor is Amstel danig versterkt en kan op heden als een der sterkste derde klassers beschouwd worden.

De club telt vele pioniers waaronder zeker het vijftal broeders der familie Wiegel, die onafscheidelijk van Amstelzijn. Ook de heer G. Roozendaal, die heden

net voorzitterschap waarneemt neeit veei voor om¬

stel gedaan. De bekende kleine Louis Baruch heeft Ook zijn sporen in Amstel verdiend en al is hij thans geen lid meer, hij leeft nog steeds met de zwart-groenen mee.

Moge thans voor Amstel betere tijden aanbreken, opdat zij spoedig weer die plaats in de voetbalmaatschappij inneemt, die zij verdient.

Amstel, onze beste gelukwenschen.

v. d. Voorn naar A.F.C.

Naar wij vernemen zal de Blauw Wit-speler ,v. d. Voorn het volgend seizoen voor A.F.C. uitkomen.

Het Gemeentebestuur van Amsterdam en de Lichamelijke Opvoeding.

Wat doet de gemeente Amsterdam voor de sport, wordt dikwijls uitgeroepen door men?:chen, die steeds ontevreden blijven en de werkelijkheid niet willen zien. Het lijkt ons daarom "venschelijk ditmaal eens uitvoerig onze lezers in te lichten, wat het gemeentebestuur van Amsterdam in haar geheel en het college van Burgemeester en Wethouders in het bijzonder voor de sport in de hoofdstad deed.

Voor het jaar 1900 werd er door het gemeentebestuur niet aan gedacht zich voor sport te interesseeren, doch toen in 1901 de toenmalige burgemeester van Leeuwen zich tot de sport voelde aangetrokken, werd op voorstel van B. en W. door den gemeenteraad in 1902 besloten tot aanleg van een ijsbaan achter het Rijksmuseum, dat in de zomermaanden als sportterrein zou dienst doen. Gelijkertijd werden op voorstel van burgemeester van Leeuwen door de verschillende sportbonden den Amsterdamschen Bond voor Lichamelijke Opvoeding opgericht, welken bond van B. en W. tijdelijk de beschikking kreeg over een terrein aan de Constantijn Huygenstraat. Het IJsclubterrein werd in 1903 voltooid en besloeg,een oppervlakte van 20.000 M2.

Hierbij bleef het voorloopig al werden aan den A.B.L.O. op diens verzoek verschillende bouwterreinen voor korten of langeren duur als sportterrein afgestaan, terwijl vanaf het jaar 1904 de helft van het IJsclubterrein aan den A.B.L.O. gedurende de zomermaanden werd afgestaan. In 1913 echter werd het tweede sportterrein, in gereedheid gebracht en wel het z.g. Parkschouwburgterrein aan de Plantage Parklaan, welk terrein een oppervlakte heeft van 6600 M2. Toen de oorlog in 1914 uitbrak, zag het gemeentebestuur zich genoodzaakt het terrein aan de Constantyn Huygensstraat terug te nemen en zooals men weet staan daar heden nog barakken op.

Het was begrijpelijk dat tijdens de. moeilijke oor-

Sluiten