Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 186 —

in zijn aan den aartsbisschop van München opgedragen werk, dat de knecht die bij ons «zwarte Piet» of « Pietermeknecht,» in Duitschland veelal Rupprecht heet « zeer stellig van heidenschen oorsprong is. Niet anders uilten zich verschillende andere schrijvers van goeden naam : dr. K. de Gheldere « goed Katholiek en lid der Kon. Vlaamsche Academie, » Pol de Mont, dr. Guido Gezelle, Katholiek priester en dichter » en dr.Jos.Schrijnen, « priesler-leeraar aan het Bisschoppelijk College te Roermond. » « Slechts noode » — dus besluit dr. Brom — « weersta ik hier aan de bekoring, om dergelijke aanhalingen uit deze en andere auteurs te vermeerderen.»

Als tweede vraag stelt hij dan : * Wat te houden van de stelling, het Christendom heeft bij zijn geleidelijke invoering en vestiging heidensche volksgebruiken verkerstend? » En hij antwoordt, dat de Kerk bij de invoering van het Christendom in de Germaansche landen lich wel degelijk bij bestaande gebruiken heeft aangesloten en — zegt hij — «juist dit gedaan le hebben pleit voor de moederlijke wijsheid en echt-katholieke, d.i. algemeene, levensvatbaarheid der Kerk.

Een brief van paus Gregorius den Groote aan een der eerste verkondigers van het Evangelie in Engeland en het betoog van den beroemden kerkgeschiedschrijver Baronius bewijzen dit overtuigend, terwijl uit een preek van paus Innocentius III (1198 —1216) eveneens een duidelijk getuigenis voor de waarheid der betwiste stelling wordt aangehaald.

Ten slotte komt ter sprake wat er pleit voor de meening, dat de populaire viering van het Sint-Nicolaasfeest inderdaad verwantschap en overeenkomst toont met de oude folklore. Dr. Brom begint hier met er op te wijzen dat, al nemen ook Katholieken dat verband aan, er toch nog een hemelsbreed verschil is tusschen hunne opvatting en die van vele ongeloovigen. Want terwijl de eersten erkennen « dat het reeds bij de heidensche Germanen bekende winterfeest aan den kerkelijken feestdag van Sint-Nicolaas is vastgeknoopt, » twijfelen zij niet aan het feitelijk bestaan van den als bisschop-belijder door de Kerk vereerden heilige, terwijl de anderen dit laatste zullen loochenen of betwijfelen en meenen, dat de min of meer verdichte persoonlijkheid vaneen wonderdoener Nicolaas door de Kerk (is) ondergeschoven in plaats van den ouden Wodan, wiens eigenaardigheden systhematisch op den heiligen bisschop werden overgebracht. »

De gronden nu, die er toe leiden heidensche overblijfselen inde Sinterklaasgebruiken te zien, worden door dr. Brom uitvoerig nagegaan. Het hooi op den vooravond in een schoen klaar gezet voo r het paard van den goeden Sint, zijn rijden over de daken, zijn binnenkomen

Sluiten