is toegevoegd aan uw favorieten.

Volkskunde; Nederlandsch tijdschrift voor Volkskunde jrg 41, 1937, no 1/2/3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

aard zijn, dan het hier gebodene. De Sagen moeten zoo getrouw mogelijk uit den volksmond opgeteekend worden, nauwkeurig moet worden vermeld, wie de vertellers waren en zoo mogelijk iets omtrent hun levensverhoudingen worden opgeteekend ; de aanteekeningen moeten dergelijke zakelijke gegevens verschaffen, de echtheid der Sage als volkstraditie staven en de daarin verwerkte motieven analyseeren. Aan deze eischen voldoet de uitgave der « Friesche Mythen en Sagen » slechts ten deele. Van zeer verschillende kanten is het materiaal verzameld, behalve uit de (helaas vaak niet nader aangeduide), volkstraditie ook uit literaire bronnen (Beowulf), en uit Middeleeuwsche kronieken. Vooral de laatste zijn een troebele bron ; wie weet, hoe de schrijvers op grond van allerlei onmogelijke etymologieën aan het fantaseeren gingen en daarbij weder andere geschriften plunderden, zal van een volksoverlevering nauwelijks meer durven spreken. Als bijv. ten aanzien van het verhaal over « Herialt en Beroald » als bron « Vroonens Begin, Midden en Eynde» aangehaald wordt, dan voelt de folklorist zich niet gerust, aangezien dit boekje van Soeteboom reeds door Simon Eikelenberg als produkt van welige verbeelding ontmaskerd is. Uit den aard der zaak zijn er nauwelijks « mythen » bewaard ; de schepping van den mensch uit het oude recht van Emsigo heeft niets met de Germaansche mythologie te maken, maar is een produkt van Joodsch-Hellenistische natuurfilosofie (tegenover de autoriteit van den heer Bastiaanse staat die van Förster en Reitzenstein !). Er zijn ook andere verdachte verhalen ; de Sagen van « Redbad en de Noorman » en van « D'e edelman van Wenesa » herinneren zóó opvallend aan de Cirvar-Gddssaga, dat men, bij de groote zeldzaamheid van het motief, wel aan een onderling verband moet denken. Er zijn andere gevallen, wti-irmen de cornbinatielust van humanistische geleerden als bron verdenkt ; vanwaar anders de imaginaire god Stavo, de druïden (sic !) in Friesland ? Cbk de Friesche Sage van het Berner Oberland (die voor de Friesche volkstraditie natuurlijk geen belang heeft) vertoont datzelfde karakter van wilde etymologieën en ontleening uit oudé ( bronnen (de bekende volksverhuizingssage met het motief van den hongersnood). Vreemd is ook het novellensprookje Aarne 852 (Van een soldaat en een koningsdochter) in het gezelschap der « Mythen en Sagen». Tot mijn schrik wordt de grootste mythograaf der 20p eeuw, de beruchte Hermann Wirth, en dan nog wel wegens zijn geschrift over het Oera-Linda-bok, als autoriteit aagehaald. Het is natuurlijk een drukfout, dat de Kalevala als een Zweedsch gedicht opgegeven wordt ; gelukkig, dat de Finnen het niet zullen merken. Een enkel woord nog over den stijl der verhalen ; deze is zeer ongelijk : nu eens is het een naar hooge literatuur zweemende boekentaal, dan weer een