Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

183

Madrigali di Luca Marenzio il primo libro, in Venetia, 1587.

Di Orotio Veccbi de Madona Canzonetle, libro primo. Et libro secondo, in Venetia, 1586.

Struccioli di Ruggiero Giovanelli, Maestro de capella in S. Luigi di Roma , il primo libro di Madrigali, in Venetia , 1589.

J. Fidi Amanti Favola Pastorale del Sig. Ascanio Ordei Milanese, posto in Musica di Guaspari Törclli della citta di Borgo a S. Sepulchro, con varii e piacevoli intermedii, in Venetia, 1000.

Di Giaches de Wert il primo libro de Madrigali a quatro voci, in Venetia , 1583.

Di Cipriano de Rore il primo libro, in Venetia, 1557.

Di Vcrdelot tutti le Madrigali del primo, & del secondo libro a quatro voci, in Venetia, 1557.

Viginti cantiunculae Gallicae, Argentorati, 1530.

De Jan-Autoine de Baif chansonneltes Mpsurees, a Paris, 1588.

Airs, Mis en Musique, par Johan Plauson, a Paris, 1595.

f Airs de court mis en Musique a 4. 5. 6 & 8. paities,

| par Denis Caignet, a Paris, 1597.

> Airs, mis en Musique a quatre &cinq^

; parties, nar Cl. le Jeune, a Paris, 1594. f ■ in

a- j . »*• n,r • r l r > o Volum. | Airs de court IYI is en Musique a 4 öo o par- l

Ltics de plusieurs Autheurs, a Paris, 1597.)

Geystliclie Gsang-Buchlein 4 voci mit dem Vagant, cum Praefatione D. Lutheri, 4. volum.

Ein Auszug guter alter vnd newer Teutsclier Liedlein, emir rechter Teutschen art auff allerley Instrumenten zu brauchen auserlesen, durch G. Forsterus, zu Nurnberg, 1539.

Item das zweite theyl: sed desideratur Tenor, cantioncs quatuor vocum , zu Francfurt, bis.

Brabandische Liedlin, zu Franckfuit, 1535.

[Wordt vervolgd).

]V üï t' S O L O O G. J. C. MARX.

Hulde te brengen aan de nagedachtenis van verdienstelijke mannen , is eene aangename taak voor elk , die verdienste op prijs stelt. Niet zelden vindt men wezenlijke verdienste in mannen , die onopgemerkt hunnen weg bewandelen, en door bescheidenheid wederhouden worden om zich op den voorgrond te plaatsen, waar hunne talenten dit zouden toelaten. Onder de zoodanigeu behoorde ook de Heer J. C. Marx. Hij was reeds een gelukkig beoefenaar van de Toonkunst, toen deze hier nog weinig volgelingen telde; hij heeft door onvermociden ijver den smaak voor degelijke Muztjk weten op te wekken en levendig te houden, cn verdient dus allezins eene eervolle vermelding.

Johann Christoph Marx werd den 4. Maart 1777 te Salefeld bij Mühlhausen geboren. Reeds vroegtijdig openbaarde zich bij hem eene doorslaande neiging voor de beoefening der Toonkunst, die door zijne ouders niet werd tegengegaan. Daar zijne geboorteplaats geene gelegenheid aanbood tot het verkrijgen van grondig onderrigt in de Muzijk, moest hij door eigene studie hierin voorzien, en bragt het, door zijn gelukkigen aanleg, zoo ver, dat hij in 1806 bij ecu Muzijkkorps in het Hollandsche leger werd aangenomen. Hier vond hij gelegenheid zijn talent verder te ontwikkelen , cn hij deed dit met het gelukkigst gevolg. — Door eene bijzondere omstandigheid hadden cenige Muzijkliefhebbers in Arnhem zijne bekwaamheid leeren kennen; zij bewogen hem zich hier te

vestigen, en hij had geene reden zich over dit besluit 1c beklagen. Al aanstonds toch, kreeg hij veel lessen, terwijl zijne verdiensten als Toonkunstenaar in 1813 gehuldigd werden, door zijne benoeming tot Stads-Muzijkmeester en Directeur der Concerten , welke betrekking hij tot in 1845 bekleedde, toen hij, op zijn verzoek, werd ontslagen en door zijn zoon vervangen. Hij was Oprigter en Bestuurder van de bloeijeude Zangvcrceniging Euphonia , en toonde zijne belangstelling in al wat de Toonkunst betreft, door, op negen en zestigjarigen leeftijd nog mede te werken tot de oprigting eeuer Liedertafel , en door het deel nemen aan de werkzaamheden daarvan.

Hij had zich door bescheidenheid cn zoo vele andere loffelijke hoedanigheden, de achting verworven van zijne medeburgers. Dit bleek in de algcmeeue deelneming bij het smartelijk lijden , dat hij gedurende de laatste drie jaren moest verduren , en waaraan de dood op den 31. Augustus 11. een einde maakte; dit bleek vooral in de hulde, die aan zijne nagedachtenis gebragt werd door de leden van al de hier gevestigde vereenigingen aan de Toonkunst gewijd, die, met vele anderen, welke zich ongenoodigd bij den trein aansloten , zijn stoffelijk omkleedsel naar de laatste rustplaats geleidden. — Zacht ruste daar zijne assche, terwijl zijn aandenken, als dat van een ijverig voorstander der Toonkunst, van een reglschapen mensch en van een liefdevol echtgenoot en vader, zeker lang in zegening zal blijven.

[I?tgezo?i den).

B£OORDE£LIW«.

«I. E. Sc1bmu4z. Goede Nacht! Lied van J. A. de Hoog, Muzijk voor eene stem met Pianobegeleiding. Te Haarlem, bij G. W. Dcrx.

Dit is een bevallig Lied, dat bedroefde moeders zal vertroosten. De woorden zijn gevoelvol en spreken tot het moederhart. Audante , in As inaj. 4/t. De druk is goed en het Lied aanbevelingswaardig.

€x. W. lier*. Le charme de la danse. Rondo Walze pour le Piano-forte. Op. 38. Prix f 1. Haarlem, chez Pauteur, éditeur de Musique. De druk is goed, zelfs elegant, wat men ook van een «auteur éditeur de musique" verwachten mag. Eenige teekens \ ontbreken , zoo bladz. 8 , op den tweeden regel |?, en voorts ook op verscheidene plaatsen mollen en kruisen; zelfs is de Bas-sleutel op bladz. 4, 2e regel, voor de F vergeten; een teeken dat de Componist zijn werk niet zeer naauwkeurig heeft -nagezien. Zonder dat hetzelve op bijzondere waarde kan aansjsraak maken , is het echter bevallig en den liefhebbers van dat soort van Muzijk aan te bevelen.

A. Selffert Vier Lieder fur eine Singstimme, mit Begleitung des Piano-forte, Herrn C. Hartsen Jbz. gewidmet. Op. 1. Pr. f 1,20. Amsterdam, bei Th. J. Roothaan.

N°. 1. Irene, Moderaio G 12/3- 2. Dein Bildniss, Moderato D % 3. Der Licbe Sehnsucht, Allegro E 3/4. 4. Minnelied, Lento, Des 4/4.

Deze Liederen zijn als eerstelingen zeer goed; gemakkelijk te zingen en met geene moeijelijke begeleiding.

Sluiten