is toegevoegd aan je favorieten.

De naamlooze vennootschap; maandblad voor den ondernemingsvorm en het bedrijfswezen in Nederland en Nederlands-Indië jrg 14, 1935/1936, no 3, 15-06-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE JAARGANG

15 JUNI 1935

No. 3

DE N/W1KSZE VENNGMSCHAP

MAANDBLAD VQDR DEN ONDERNEMINGSVORM

EN HET BEDRUPSWEZEN IN NEDERLAND EN NEDERL. IND1Ê

Q.EDACTIE:

PROP MrEJJ VAM DE£ HEIJDEN. NIJMEGEN, PR.OF DR M.J.POLAK, ROTTERDAM en Mo H SCHAAPVELD. SECRETARIS.POERMOND

Met medewerking van : Prof. Th. LimpergJr., Mr. G. A. H. Grosheide, Dr. H. M. Hirschfeld, C. J.J.Janssen, Mr. O. B. W. de Kat, Prof. Dr. A. B. A. van Ketel, A. J. Loyens, Mr. M. Franken, J. J. M. H. Nijst Prof. Mr. G. Russel, Mr. A. Schadee, Mr. J. R. H. van Schaik, Mr. J. M. J. A. Simons, Mr. Dr. H. F. A. Völlmar, Mr. Dr. J. Wijnveldt.

Stukken voor de Redactie aan den Redacteur-Secretaris: Mr. H. SCHAAPVELD, Veldstraat 19, Roermond. — Telefoon 393.

Uitgave van N. V. H. VAN DER MARCK'S UITGEVERS-MIJ, AMSTERDAM

Rokin 88 ~ Telefoon 35926. — Postcheque en Giro-rekening No. 61631

Abonnementsprijs f 10.— per jaar, franco per post bij vooruitbetaling; voor het buitenland f 12.50; Abonnementsprijs voor Indië f 12.50 franco per post bij vooruitbetaling. — voor advertentiën zich te WENDEN TOT DE UITGEEFSTER.

INHOUD.

Naar vrije interpretatie van belastingwetten

Prof, Dr. N. 3". Polak.

Naamlooze -vennootschappen en trustbeheer III ....... Mr. W. 'Roosogaarde Bisschop.

Belastingheffing over privé-opnamen . . H. J. Lazet.

De Appél-kwestie «n de Wet op do vergadering van Hchuldbricl'houders F. Sehoepp.

De overkapitalisatie en de afschrijving (bij de Xederiandsche Spoorwegen .... ij. en A. M. Groot.

De strijd om 'het verlies bij een 'Commanditaire vennootschap op aandeelen . . Mi'. H. Schaapveld.

Conjuetuuroverzicht van Mei .... Drs. J. Brands.

Rechtswezen — Belastingen — Sociale Kroniek — Financiering — W'etgeving — Uit de Pers — Ontvangen Boeken.

Nieuw opgerichte N. V. — Statutenwijzigingen — Faillissementen.

Naar vrije interpretatie van belastingwetten.

In de Naamlooze Vennootschap van November 1932 (Jaargang 1932/33, bzl. 231) heeft de Heer H. J. Lazet de toepassing behandeld van de artikelen 3 en 29 der Wet op de Dividend- en Tantièmebelasting met betrekking tot dividenden van dochter-maatschappijen, die door holding-companies worden opgenomen in de rekeningen van het boekjaar, waarin de dochter-maatschappij het dividend heeft verdiend.

De bewoording van de artikelen 3 en 29 der vermelde wet, welke artikelen, ter vermijding van dubbele belasting, aftrek toestaan van ontvangen dividenden uit andere N. V.'s (resp. binnenlandse en buitenlandse), had ertoe geleid aan te nemen, dat die aftrek slechts mocht worden verrekend op de uitdelingen, gedaan nadat de dividenden van die andere

vennootschappen waren genoten. De Heer Lazet zette duidelijk uiteen, welke bezwaren dit mede bracht voor holding companies, die bij de afsluiting van haar boeken plegen te anticiperen op de haar toekomende en met haar medewerking eerst vastgestelde dividenden, en die dan die dividenden weer doen strekken tot eigen uitdelingen over het boekjaar, waarin zij de uitkeringen der dochtermaatschappijen bij anticipatie verantwoorden.

De toepassing van de beide artikelen ging tot dusverre in deze richting, dat een moeder-maatschappij van haar uitdeling over 1933 (dus in 1934) niet in aftrek mocht brengen de uitkeringen, die zij van haar dochtermaatschappij in 1934 over 1933 zou ontvangen, maar slechts die, welke over 1932 in 1933 hadden plaats gevonden.

Dit bracht bij wisselende dividenden en zeker bij verlies van rentabiliteit, zoals in deze tijd is voorgekomen, grote bezwaren mee, vooral waar het bij tal van concerns gebruikelijk is, de dividenden der rechtstreeks of door middel van meerdere generaties van dochtermaatschappijen gecontroleerde maatschappijen bij anticipatie in de rekeningen van de vaak talrijke familieleden van het concern in een en hetzelfde boekjaar op te nemen.

Dit gebruik is geenszins onlogisch. Dit blijkt wel zeer duidelijk, wanneer men bedenkt hoe menige affiliatie tot stand komt. Een N.V. „A" neemt een N.V. „B" over en reikt aan de gewezen aandeelhouders van „B" aandeelen „A" uit. Zou zij nu niet het dividend van „B" over het eerste jaar, waarin deze fusie heeft gewerkt, in haar eigen rekening over datzelfde jaar opnemen, dan zou de winst van „B" een jaar worden verschoven. Dan zouden de aandeelhouders gedurende een jaar een verlaagd dividend genieten,