is toegevoegd aan je favorieten.

De Hollandsche revue jrg 8, 1903, no 8, 23-08-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARAKTERSCHETS.

557

plaatsing op het kantoor dier Maatschappij te Amsterdam, totdat men hem in 1868 naar Indië overplaatste.

Daar werd hij eerst te Batavia werkzaam gesteld, en later, in 1870, op het agentschap der Maatschappij te Singapore.

En het was op déze plaats, dat de kennismaking met een Deliman een beslissende wending aan zijn loopbaan gaf.

Men leefde toen nog in de eerste periode deiontwikkeling van de tabaksindustrie op Sumatra's Oostkust. In de landschappen Langkat, Deli en Serdang hadden eenige partikulieren en maatschappijen tabaksondernemingen gevestigd, wier

betrekking neer te leggen, en in diens vakature zou dus weldra moeten worden voorzien. Den geschikten man had men evenwel nog niet gevonden.

Het toeval wilde nu, dat de heer Straatman, voor zaken te Singapore zijnde, op het kantoor der Handelsmaatschappij kennis maakte met den jeugdigen Cremer. En nauwelijks hem doorgrond hebbende, bevroedende wat in hem zat en hem onmiddellijk op zijn juiste waarde schattende, zag hij dadelijk in dat hij de man was, dien de Deli-Maatschappij zocht en noodig had.

Een voorste], om de plaats van den heer Nienhuys te komen innemen, werd hem dan ook weldra door den heer Janssen, op aanraden van den heer

DUIN- EX KRUIDBERG. (Buitenverblijf van den Heer ,T. T. Cremer, te Santpoort).

bedrijf zich aanvankelijk wel gunstig liet aanzien, maar over wier schitterende resultaten van later jaren toen nog niets te voorspellen viel. Er werd zeer hard gewerkt, en wat men daar vooral noodig had, waren energieke jongelui, jonge mannen met werklust, werkkracht, ondernemingsgeest en een blik in de toekomst.

De later . zoo bekend geworden „Deli-Maatschappij" bestond ook al, maar verkeerde eveneens nog in haar kinderjaren. De heer P. W. Jansen — de „oude heer" Jansen gelijk men hem nu ter onderscheiding van zijn zoon, Dr. C. W. Jansen, noemt — de door het geheele land thans algemeen geachte filantroop, was direkteur. En de heeren Straatman (een Duitscher) en Nienhuijs bekleedden het ambt van hoofadministrateur. Deze laatste was echter in 1871 op het punt zijn

Straatman, gedaan. En aangezien de Deli-Maatschappij en de Nederlandsche Handelsmaatschappij nauw met elkander gelieerd waren, kreeg de jeugdige ambtenaar van laatstgenoemde verlof zijn kontrakt te verbreken en over te gaan naar eerstgenoemde.

Zoo gebeurde het, dat de heer J. T. Cremer nauwelijks den leeftijd van 24 jaar bereikt hebbende, in 1871 de betrekking van administrateur der Deli-Maatschappij aanvaardde.

En door deze gebeurtenis zette hij de eerste schrede op het pad van het :'

Deli-planterschap.

Dat de heer Straatman, wat men noemt, een „fijnen neus" had gehad, toen hij Cremer aan

39