Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 343 —

Der Freischütz.

Romantische Opera in 3 bedrijven van F. Kind. — Muziek van Carl Maria von Weber.

Opgevoerd onder leiding van mej. Cateau Esser, op Donderdag 29 Februari 1912, in den Stadsschouwburg te Amsterdam.

Personen.

Ottokar, regierender Fürst E. M. van der Ploeg.

Cuno, fürstlicher Erbförster D. W. Soet.

Agathe, seine Tochter Alide Bertels.

Aenchen, eine junge Verwandte . . . Marie Jansen.

Caspar, erster Jagerbursche J. A. Schumacher.

Max, zweiter Jagerbursche Jos. E. Schilderman.

Samiel, der schwarze Jager

Ein Eremit G. Butter.

Kilian, ein reicher Bauer J. Hintz.

Ten bate van het Jongenshuis der vereeniging Hulp voor Onbehuisden, is Donderdagavond voor een op alle rangen totaal gevulden schouwburg, door de Vereeniging tot beoefening van Vokale en Dramatische Kunst, directrice mej. Cateau Esser, te Amsterdam, eene opvoering gegeven van „Der Freischütz", het melodieuse werk van Carl Maria von Weber.

Voor deze voorstelling, die onder leiding stond van mej. Esser, hadden verschillende jonge zangers en zangeressen, leerlingen en oud-leerlingen der School, hun medewerking verleend, terwijl het koor bestond uit dames en heeren leden der Vereeniging. De heer J. F. Stoet z en de directrice had hun de koorzangen ingestudeerd. De heer Maurice Polak, leeraar voor plastische danskunst aan de School der vereeniging, — aldus vermeldde het program — trad als leider van den dans op. Het orkest was dat van het Haarlemsche Muziekkorps en regisseur was de heer G. Giesen Hoos. Voorts waren de fraaie, stijlvolle kostuums (Duitsch-Bohemen, omstreeks 1650) van den heer André Helsloot en was het kapwerk van den heer Henri v. d. Beugel, — zoodat dus ook aan het uiterlijk der voorstelling alle zorg was besteed.

Voor den verkoop der plaatsen had zich een eerekomité gevormd, bestaande uit een zestigtal der voornaamste dames onzer stad, onder eere-presidium van mevrouw A Roëll, geb. baronesse De Vos van Steenwijk, echtgenoote van onzen burgemeester. En deze dames hadden, naar wij vernamen, zóó uitmuntend gewerkt, dat de schouwburg véél meer dan uitverkocht was. Mevrouw Serrurier-Momma, echtgenoote van den wethouder, heeft dan ook menigen avond eraan moeten geven om de plaatsen te verdeelen zóó dat ieder tevreden was, — een moeilijk werk, waarin zij evenwel in den bureaulist van den schouwburg, den heer Van den Berg, een krachtigen bijstand vond. Of misschien een tweede voorstelling niet evenveel kans van slagen had gehad?... Maar men heeft het er niet op durven wagen. Evenwel, de heer H. Jonker, de energieke

directeur der liefdadige stichting, zal over de ontvangsten wèl tevreden zijn : er werden programma's, tekstboekjes en bloemen verkocht door lieftallige, elegante jongedames; en ook deze opbrengst zal de stichting flink ten goede zijn gekomen, zoodat de weldadigheid in alle opzichten is gediend. En de kunstzin ?

De opvoering van „Der Freischütz" stond onder leiding van mej. Cateau Esser, die den dirigeerstok voerde met vaste hand. Zij had de partituur, blijkbaar, geheel in haar macht en gaf dan ook alles zeer nauwkeurig aan. De heer Van der Ploeg toonde zich een zeer te waardeeren Ottokar. Hij heeft een warm getimbreerde baritonstem en zingt en speelt met gemak. Alida Bertels heeft een niet krachtig, maar wèl lenig geluid, een mooie hoogte, zingtglashelder, terwijl Marie Jansen lief deed als Aenchen en aardig zong. Schilderman als Max en Schumacher als Caspar mochten er wezen en het de bruut van G. Butter in de rol van den eremiet was zeer gelukkig. Ook hij blijkt nog jong te zijn, maar zijn stem is eene belofte, die, onder verdere leiding, in vervulling kan komen.

De koren werkten uitstekend in de handeling mede en zongen over het algemeen goed. De dans was smaakvol. Jammer dat door de onoplettendheid van een deel der heeren het begin van het laatste bedrijf dreigde foutief te gaan. Door het energiek ingrijpen van mej. Esser evenwel werd dit voorkomen en liep ook de laatste akte van een leien dakje.

Aan de dames Esser, Bertels en Jansen werden bloemen vereerd. Een enorme krans, door een der koorleden met een korte toespraak overhandigd, vertolkte bovendien de vriendelijke en dankbare gevoelens van het koor jegens de directrice, terwijl ten slotte, onder de instemming van publiek en vertolkers, ook de heeren Stoetz en Giesen Hoos door het koor met bloemen en lauweren gehuldigd werden.

Het was een mooie avond, — een succes voor mej. Esser en haar School, en niet het minst voor de jeugdige onbehuisden, die, dank zij aller trouwe medewerking, in 's heeren Jonkers Jongenshuis een vaderlijke verzorging vinden.

Sluiten