Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M 4*

714

Naar aanleiding van de opdracht der Algemeene Vergadering van 7 Juli 1900 te Zwolle, heeft het Bestuur, na overleg en in samenwerking met het Bestuur der Vakafdeeling voor Werktuig- en Scheepsbouw van het Kon. Instituut, besloten het verslag van de gemengde commissie voor de Technische Voorschriften voor IJzer gemeenschappelijk aan te bieden aan de Ministers, de Provinciale Besturen, verschillende Gemeentebesturen, benevens aan de voornaamste Spoorweg-, Tramweg-, Stoomvaart- en Fabrieksbesturen en daarbij gevoegd het hieronder volgende schrijven :

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS

VAKAEDEELIN& VOOR WERKTÜI&-EN SCHEEPSBOUW >s.Gri VENHAGE; 15 Nov. 1900.

KONINKLIJK INSTITUUT VAN INGENIEURS.

Verscheidenheid in de bestaande voorschriften betreffende ijzeren staal, een verscheidenheid, welke veel grooter is dan door het verschil in bestemming wordt gevorderd, heeft de Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs en daarna ook de toenmalige Vereeniging van Werktuigen Scheepsbouwkundigen, thans Vakafdeeling voor Werktuig- en Scheepsbouw van het Kon. Instituut van Ingenieurs, er toe geleid een poging te wagen om de verschillende bepalingen samen te vatten in beknopten en voor ieder begrijpelijken en bevattelijken vorm.

De rapporten der daartoe benoemde commissie werden in beide Vereenigingen aan een nauwgezet onderzoek onderworpen en uitvoerig besproken, waarna een commissie, samengesteld uit beide Vereenigingen, haar voordeel doende met de bestaande voorschriften, met de bedoelde rapporten en met de daarover gehouden besprekingen, zelfstandig een volledig voorschrift heeft ontworpen, waarvan wij de eer hebben U een exemplaar aan te bieden.

De vraag of het noodzakelijk was om den overvloed van voorschriften omtrent dit onderwerp, uitgaande van de verschillende Departementen van Algemeen Bestuur en van andere Corporaties, nog met één te vermeerderen, moet toestemmend worden beantwoord, daar toch niet één der bestaande het geheele veld van de ijzertechniek omvat, en, waar zij hetzelfde gebied betreden, de gestelde eischen uiteenloopen en zelfs de benamingen voor een zelfde metaalsoort niet overeenstemmen.

De voordeelen, verbonden aan eensluidende voorschriften voor de onderscheiden béstemmingen, liggen voor de hand.

Algemeen ingevoerd, zullen de eigenaars der wals- en gietwerken zich spoedig naar die bepalingen leeren voegen en zullen bestuurders eenvoudig naar «de Nederlandsche Voorschriften» behoeven te verwijzen om voor de normale, meest voorkomende gevallen zekerheid te hebben goede grondstof te bekomen, geëigend voor het beoogde doel.

Die grondstof zal kunnen worden geleverd tegen normalen prijs, zoodat 'de aannemer geen vrees behoeft te koesteren omtrent geldelijk verlies of moeilijkheden bij de levering of bij de keuring, wegens te hooge eischen aan het door hem te verwerken materiaal gesteld.

Voor werken, die een buitengewone mate van afwerking vereischen of waarbij het materiaal aan bijzondere voorwaarden heeft te voldoen, blijft het natuurlijk den besteder voorbehouden, om met behoud van den algemeenen grondslag', sommige bepalingen te wijzigen of aanvullende eischen te stellen.

Mocht ons gevoelen omtrent het voordeel, verbonden aan algemeene voorschriften, worden gedeeld en U den arbeid onzer commissie bevorderlijk achten tot het beoogde doel: «eenbeid in de algemeene voorschriften omtrent ijzer en staal», dan verzoeken wij beleefd om Uwe medewerking door de hierbij aangeboden voorschriften als grondslag aan te nemen bij inschrijving of bestelling van materialen en bij de opmaking van bestekken bij te uit te voeren werken. Met verschuldigde hoogachting,

De Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs, van der Sleyden, Voorzitter. P. ,T. van Voorst Vader, Secretaris.

De Vakafdeeling voor Werktuig- en Scheepsbouw van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. F. W. IIüdig, Voorzitter. A. Dover Jr., Secretaris.

Verder is het Verslag ook toegezonden aan vele ijzerhandelaars en industrieelen onder begeleiding van den volgenden brief:

VEREENIGING- YAN BUR&ERLUKE INGENIEURS YAKAIBEELING VOOR WERKTUI8- EN SCBEEPSBOÜW ^K ^ mo KONINKLIJK INSTITUUT YAN INGENIEURS.

Overtuigd van Uwe instemming en medewerking, waar het geldt een poging te doen tot bereiking eener zoo wenschelijke eenheid in de bepaling der voorwaarden, waaraan ijzer en staal voor verschil¬

lende bestemmingen moet voldoen, hebben wij de eer U een exemplaar aan te bieden van de door eene commissie uit onze Vereenigingen daartoe ontworpen algemeene voorschriften.

■ De Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs, van der Sleyden, Voorzitter. P. J. van Voorst Vader, Secretaris. De Vakafdeeling voor Werktuig- en Schee-psbouiv van hel Koninklijk Instituut van Ingenieurs, F. W. Hddig, Voorzitter. A. Doyer Jr., Secretaris.

De Secretaris der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs, P. J. van Voorst Vader. 's-Gravenhage, 22 November 1900.

Aquasi Boachi,

Prins van Ashanti, oud-mijningenieur in Ned.-lndië.

j gaven in ons No. 42, blz. 647, een levensoverzicht van dezen buitengewóón-mijningenieur in Ned.Indischen gouvernementsdienst, naar aanleiding van

Het was ons toen niet gelukt een portret van den heer Boachi te geven. Thans echter geven wij de reproductie van een portret, dat toebehoort aan den oud-hoogleeraar aan de Polytechnische School J. Lebret te Oosterbeek en door hem was afgestaan aan den ingenieur H. Linse aldaar, die een aardig artikel over den jubilaris schreef in Eigen Haard van 10 November, dat eindigt met deze woorden : „De enkelen die nog leven van hen, die als ik met hem op de Delftsche Akademiebanken hebben gezeten, zullen de herinnering aan hem nog hebben bewaard en zeker gaarne instemmen met den vriendschappelijken groet hem bij dezen uit zijn aangenomen vaderland toegeroepen." Dit levensbericht is daarom juist meer levend dan het onze, omdat het van een tijdgenoot komt. Wij nemen er daarom hieronder iets uit over, tot aanvulling van onze vroegere mededeeling.

Onder de regeering van Koning Willem I werd omstreeks 1837 door den Generaal Verveer een overeenkomst gesloten met den koning van het rijk van Ashanti, grenzende aan de Afrikaansche goudkust — toen nog een Nederlandsche bezitting — om jaarlijks een zeker aantal manschappen te leveren aan het NeêrlandschIndische leger.

Tot waarborg voor de getrouwe naleving van die verbintenis gaf de vorst twee prinsen van ongeveer tienjarigen leeftijd tot gijzelaars met de belofte van onze zijde dat zij, buiten zijne kosten, het voorrecht zouden genieten als pupillen van onzen koning in Nederland een Europeesche opvoeding te ontvangen.

Deze twee prinsen waren: 's konings oudste zoon Aquasi Boachi en die van 's konings zuster, Poko genaamd en, als zoon van deze,, de aangewezen troonopvolger ; want 'het Ashantische rijk stelt — het

Sluiten