is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 1, 1897 (1e deel) [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

791

een stelsel van staatsonderwijs uit te werken, groot verschil van gevoelen zich openbaarde omtrent de vraag, welke taal als voertuig voor het hooger onderwijs in Bengalen zou moeten dienen. De eene partij, aan wier hoofd de Oriëntalist Wilson stond, verklaarde zich ten gunste van het Sanskrit, de klassieke oude taal van Indië, voor de Hindoes, en van het Arabisch voor de Mohammedanen. Daartegenover stond de andere partij, wier voornaamste woordvoerder de beroemde geschiedschrijver Macaulay was. Deze hield staande dat het voorshands onmogelijk was, „het volk op te voeden door middel van hun moedertaal, dat men dus voor dat doel eene vreemde taal moest kiezen", welke in 't gegeven geval geene andere dan 't Engelsch kon wezen. De twee onverzoenlijk tegenover elkaar staande partijen telden beide evenveel aanhangers, zoodat men niet verder kwam en het vraagstuk onopgelost dreigde te blijven. Toen liet Brian Houghson Hodgson, president aan het hof van Nepal, zijne stem hooren, en in zijne Two letters on the education of the Peoplc of India, verschenen in 1835, betoogde hij, dat de grondstelling, waarvan Macaulay uitging, valsch, en verder, dat het geheele vraagstuk door de commissie verkeerd gesteld was. Hij toonde aan, dat geen onderwijs, van welken aard ook, vrucht kon dragen, indien het niet tot grondslag had volksonderwijs, en voor dit onderwijs was geen ander hulpmiddel bruikbaar dan de volkstaal. Hodgson kantte zich niet tegen het aanleeren van het Engelsch en van het Sanskrit, integendeel, hij wenschte dat het onderwijs van die talen zou bevorderd worden, maar alleen bij hoogere inrichtingen van onderwijs.

Het heeft lang geduurd, voordat de denkbeelden van Hodgson ingang vonden bij de hoogste autoriteiten, maar gaandeweg vestigde zich zoowel in Indië als in Engeland de overtuiging, dat zijn stelsel het eenige ware was, en