is toegevoegd aan je favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 1, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

door het voordragen van degelijke muzijk eenen weg heeft ingeslagen, die tot een schoon doel kan leiden en op den kunstzin des publieks een krachtigen invloed uitoefenen.

Dank zij HH. Studiosi voor dit aan Utrechts ingezetenen aangeboden concert, wat waarschijnlijk wel door een niet minder schoon en belangrijk in dit saizoen zal worden opgevolgd.

Dr. KIST.

LEÏDEK. Vereeniging van Musici. Groot vocaal en instrumentaal concert op den 11. December 1860 , in den schouwburg.

Programma. Meeres-stille und glückliche Fahrt, van L. van Beethoven. Loreley, van Ferdinand Hiller. Lobgesang , symphonie-cantate, van Félix Mendelssohn Bartholdy.

Een programma, voorzeker uitlokkend genoeg om eiken muzijkliefhebber te doen besluiten een avond door te brengen in de anders gansch niet uitlokkende, slecht gebouwde en togtige schouwburgzaal: de eenige zaal in Leyden's veste , die een eenigzins talrijk gehoor kan bevatten. Waar evenwel zulke kunstgewrochten van zulke mannen ten gehoore gebragt worden , getroost men zich gaarne eenige opofferingen , eenig ongemak. Van daar dan ook dat alle rangen , zoo zit- als staanplaatsen , geheel waren ingenomen. En toen nu ook het tooneel, dat door de gewone, doch gansch niet sierlijke, togtige betimmering weder in een orchest was herschapen, werd bezet door de zangeressen en zangers, door de instrumentisten en ten laatste ook door de solisten en den directeur, de heer A. J. Wetrens, toen zag men, waar men zijne blikken wendde, eene menschenmassa, die zich alom verdrong; zelfs op ;t orchest, want in die zeer beperkte ruimte was een koor van meer dan honderd leden met een daaraan geëvenredigd orchest en quartet verzameld. Dat ruimte geen noodwendig vereischte is, om goed te kunnen spelen en zingen, bleek ook thans weder.

Ik wensch u geene uitvoerige kritische beschouwing van dit concert mede te deelen, waarde lezer! De voorgedragen rnuzijkstukken toch zijn algemeen als klassiek erkend; de beide laatsten werden ons ook op 'tjongste muzijkfeest te Arnhem ten gehoore gebragt, en even als daar hadden wij ook weder hier het genot van mevrouw S. Offer mans-van Hove, als soliste, te kunnen bewonderen. Deze artiste , op wien ons vaderland te regt roem draagt, behoeft mijnen lof niet; zij, die te Arnhem bij de uitvoering van deze zelfde Loreley aan den componist zeiven zoozeer voldeed , dat Hiller na het hooren van haar gezang uitriep, dat hij niet wist dat zoo veel schoons in zijne compositie lag, en haar tevens eene partituur van zijne Loreley aanbood, waarin hij onder anderen de woorden van den tekst nSinge süsse Loreley" schreef en op haar toepaste. (Aug. N°. van dit tijdschrift). Mej. P. H. J. J. Lelièvre, onze jeugdige stadgenoote, die zich reeds voor twee jaren onder directie van haren te vroeg aan de kunst ontvallen vader, op zoo gunstige wijze als sopraan-soliste deed kennen, in Haydn's oratorium die Jalireszeiten, stond mev. Offermans ter zijde en gaf overtuigende bewijzen van voortdurende studie , waardoor zij de haar zoo ruimschoots geschonkene gaven tracht te volmaken. Vooral in het roerende duët

»Ich harrete des Ilerrn" in het Lobgesang, kwam beider voortreffelijkheid schitterend uit entevens, helaas! de lompheid of onoplettendheid van den hoornist, die met de overige instrumentisten »een oogenblik in stemming bleek te verschillen." Op gevaar af van indiscreet te zijn, verzocht het publiek de herhaling van dit duët, en, dank zij den bezielenden blik des directeurs, toen werd de hoorn-partij zuiver gespeeld. Men vergunne mij de opmerking dat onverwachte herhaling van onderdcelen van eenig muzijkstuk altijd af te raden is , omdat daardoor de uitvoering van het volgende wordt benadeeld ; dat op dien regel evenwel uitzonderingen zijn, werd hier bewezen. De tenor-soli werden voorgedragen door een hoogst verdienstelijk en zeer begaafd dilettant alhier, die steeds en ook nu weder toonde de kunst te beminnen en van een drukken werkkring nog eenige kostbare oogenblikken wil afzonderen om haar te helpen beschermen en ondersteunen. Even uitmuntend als ons zijne krachtvolle en heldere stem beviel in het Lobgesang, even ongeschikt was zij, naar onze meening, voor de Loreley ; gaarne hadden wij daar eene minder krachtige stem de Fischerhnabe hooren voordragen ; zóó konden we ons geen knaap voorstellen; evenwel de zanger deed wat hij vermogt en gaf door natuurlijke opvatting en juiste voordragt zoo vele blijken van talent, dat wij deze aanmerking bijna vergaten , toen we het heerlijk gezongen » Gteite mein segelnd Schifflein!" hoorden. Koor en orchest streefden blijkbaar naar het doel, zoomogelijk, onberispelijk te zijn, en mogten daarin voor een groot deel slagen. Wel waren er enkele vlekjes op te merken, zoo als we reeds het grootste aanwezen; wel werd het piano in de acht eerste maten van het allegro in Meeresstille niet genoeg in acht genomen ; wel vielen eenige bassen twee maten te vroeg in bij het Rebcngeister-koor in de Loreley, hoewel ze zich uitmuntend herstelden ; wel werden de pauken wat hard geslagen in de symphonie en vielen de koperen instrumenten ietwat ongelijk in bij het voorlaatste nummer; daarentegen moeten we vermelden dat, op die weinige uitzonderingen na , meerdere aaneensluiting en genuanceerder voordragt onmogelijk was, dat de uitvoering van het koraal nimmer zoo meesterlijk door ons werd gehoord, dat gelijkheid van attaque en zuiverheid van intonatie schering en inslag waren. Ook der hobo komt een woord van lof toe voor de onberispelijke uitvoering der kleine solo in de symphonie. Met genoegen merkten we onder de violen ook op den heer Meyroos uit Hoorn, die daar, hoewel onvoorbereid, gaarne eene plaats had aanvaard.

Na de pauze inogt aan den directeur eene hoogst aangename verrassing te beurt vallen. Door het koor- en orchest-personeel, dat hem een blijk wilde geven hoe hoog het zijne zorg en moeite voor de goede uitvoering waardeerde, werd hem, onder daverend applaus van het publiek, fanfares van het orchest en bouquetten-regen van de zangeressen, een fraaije en smaakvol bewerkte dirigeerstok vereerd , benevens drie in prachtbanden vervatte partituren van oratoria. De dirigeerstok is bewerkt in de fabriek van zilveren werken van den heer van Kempen te Voorschoten , en getuigt van den smaak des vervaardigers en de onbekrompenheid der gevers; het volgende inschrift is er op gegraveerd: Set Leydsche koor en orchest aan hunnen directeur, den Heer A. J. Wetrens. 11 Dec. 1860. Dit geschenk was van het volgende schrijven vergezeld : »De ondcrgeteekenden hebben de eer namens de leden van het Leydsche koor en orchest, die op den 11. December 1860 hebben mogen medewerken tot de uitvoering van Beethoven's Meeres-stille und glückliche Fahrt, Hiller's Loreley en Mendelssohn's Lobgesang, hunnen