is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 12, 25-03-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

wicht per M2 van dit dekkingsmateriaal (bimsbeton genaamd) bedraagt 80 KG.

In de werkplaatsen van de firma Klett te Nürnberg en ook in andere fabrieksgebouwen vond deze dekkingswijze reeds toepassing.

Te Dresden-Neustadt waren wij in de gelegenheid een goederenloods te bezichtigen, die op overeenkomstige wijze, doch met materiaal van andere samenstelling gedekt is geworden.

Deze loods bezit een flauw hellend dak, dat over de zijmuren van het gebouw doorgaande, buiten de muren luifelvormig is uitgebouwd. (Zie schets fig. 11.) Een dezer luifels reikt over het langs de loods liggend losspoor; de hoogte van de luifel boven het profil der vrije ruimte is gering.

De afstand van de kapspanten bedraagt 5 M.; op den bovenrand der spanten zijn gelegd op onderlingen afstand van 0.80 M. —0.90 M. de gordingen, bestaande uit I balkliggers. Over de bovenfiensen van deze balkliggers zijn in eene richting loodrecht op die der gordingen gespannen banen van ijzergaas (ruitvormige mazen 3 a 4 cM. zijde, draaddikte 1.5 mM.). Deze banen werden met behulp van ijzerdraad aaneengeknoopt en vereenigd tot één geheel net, alleen langs de randen aan de uiterste gordingen bevestigd. Tusschen elk paar gordingen werd het reeds strak gespannen net met behulp van een op het net gelegde doorgaande ronde staaf over zekere lengte neergetrokken tot op korten afstand van tusschen de gordingen geplaatste formeelen. Daarna werd op de formeelen gestort een doorgaande laag beton, dik in het midden tusschen een stel gordingen 40 mM.; nabij de gordingen neemt de betonlaag in dikte toe en rust op de bovenzijde van de onderflensen der balkliggers. (fig. 12).

Het bovenvlak van de beton ligt ongeveer 20 mM. hoven het bovenvlak der gordingen.

De formeelen werden voorzien van eene plaatijzeren bekleeding, om aan de onderzijde van de betonlaag een glad oppervlak te verkrijgen; de beton, samengesteld uit 3 deelen cement en zeven deelen scherp zand, werd na verharding aan de onderzijde bepleisterd met cement-kalk-mortel.

De beton is aan de bovenzijde afgedekt met een dubbele laag asphaltpappe, volgens mededeeling op het betonvlak gekleefd met behulp van asphaltkit. (1)

Het ijzerwerk van de gordingen en het ijzergaas werd niet geverfd. Na het verharden van de beton werden de ijzerdraadstroppen, die gediend hadden om de rondijzeren staaf, gelegd op het ijzergaas, neer te trekken naar de dito staaf aangebracht onder de formeelen, doorgeknipt. Het ijzergaas bezit derhalve eene zekere spanning. Teneinde het ijzergaas goed te kunnen spannen, dienen de uiterste gordingen zijdelings te worden versterkt of te worden gesteund. Zulks is te vinden door koppeling van de uiterste en nevenliggende tweede gording, door tegen de onderflensen aangebrachte hoekijzerkruizen.

De betonlaag bestaat uit één geheel, over de volle breedte van een dakveld tusschen de uiterste gordingen en over de lengte van twee spantvelden (10 M. lengte derhalve).

Op den genoemden afstand, van 10 M, bevindt zich dus in de betonlaag een doorgaande naad, door de asphaltpappe waterdicht afgedekt. Deze doorgaande naad werd door den ontwerper van de loods zeer wenschelijk geacht ter voorkoming van scheuren der betonlaag bij eventueele lengtewijziging van de gordingen tengevolge van temperatuursinvloeden.

Raadzaam werd zelfs geoordeeld om de naad bij elk spant, d. w. z. op afstanden van 5 M. te maken.

Deze opvatting, omtrent de door temperatuursinvloeden in dit soort bedekkingen te veroorzaken werkingen, klinkt minder optimistisch dan die, welke wij door den ontwerper van de bimsbetonafdekking noorden verdedigen.

In de bepleistering aan de onderzijde der bedekking werden door ons tal van haarscheuren waargenomen, die, mits zij tot de oppervlakte beperkt blijven, o. i. de draagkracht van de betonlaag weinig zullen schaden.

Het draagvermogen der dunne platen is zeer groot.

Een betonplaat ter dikte van 3 cM., vrij opgelegd op steunpunten, die onderling 1.80 M. verwijderd waren, weerstond den sprong van een man, springende van een hoogte van 2 M.

(1) 0. i. ware bevestiging van de asphaltpappe langs de randen van het betonvlak voldoende geweest.

Deze bedekking werd vervaardigd door den vertegenwoordiger van de „Monier"-Maatschappij te Dresden. Deze vertegenwoordiger stelde ons nog in kennis met eene andere bedekkingswijze, welke binnenkort bij den bouw eener kerk te Dresden toepassing zal vinden.

De ondervinding heeft geleerd, dat betonwerken gelijk wij hierboven beschreven, tijdens vorst niet uitgevoerd mogen worden. Te dezen opzichte werden door de firma Klett bepaald proeven genomen; proefstukken, die vóór de verharding van de beton aan vorst blootgesteld werden, toonden een zeer slechte samenstelling en uiterst gering draagvermogen te bezitten.

Daar echter de stand van de werken aan genoemd kerkgebouw vordert, dat de bedekking in het meest ongunstige jaargetijde worde aangebracht, moest bij keuze eener betonafdekking, eene werkwijze gevonden worden, zoodanig dat de verharding van het betonmateriaal niet in de open lucht geschiedt.

De betonbekleeding wordt daarom thans vooraf in werkplaatsen gereed gemaakt; zij bestaat uit platen, lang ongeveer 90—100 cM., breed ongeveer 60—70 cM., die langs de lange randen aan de onderzijde met ruggen versterkt worden. Deze platen worden met de korte zijden opgelegd op de gordingen, bestaande uit balkliggers, onderling ongeveer 90—100 cM. verwijderd, (fig. 13).

De betonplaten bezitten inwendig een ijzeren raamwerk, bestaande: uit een langwerpig raam van dunne ronde staven (/•), gelegen nabij de randen van de plaat; uit gebogen ronde staven (fe), in de genoemde ruggen aangebracht en met de uiteinden bevestigd aan de hoekpunten van het genoemde raam; uit dwarsstaven (rf), verbindende op zekeren afstand de lange zijden van het ijzeren raam, onderling, en met de gebogen onderstaven, (fig. 14).;

De koppeling op de kruis- en hoekpunten geschiedt met ijzerdraad. De dikte van de betonplaat bedraagt 25 mM, die der ruggen ongeveer 40—50 mM.

De beton is samengesteld uit één deel cement en drie deelen scherp zand.

De betonplaten worden afgedekt met eene bekleeding van koperen platen (zulks alleen met het oog op het aanzien der kerk). Afdekking met asphaltpappe zou intusschen zeer goed mogelijk zijn.

* *

Wij hebben te Weenen de nieuwe werken van de Wiener Stadtbahn, voor zoover in dienst gesteld, bezichtigd.

Ons was bekend, dat bij de keuze van den bouwmeester, belast met de ontwerpen en uitvoering der talrijke stations en kunstwerken, met zorg te rade is gegaan, dat de te stichten spoorweg iets bijzonders worden moest.

Wij hebben gemeend, dat de perronoverkappingen der vele halten en stations ons, juist voor het beoogde doel, een bron van studie zijn zouden.

In onze verwachtingen werden wij ten opzichte der overkappingen teleurgesteld; noch de kapconstructiën, noch de bedekkingen wekken belangstelling. De tegen de stationsgebouwen en aangrenzende muren aangebrachte perronoverkappingen zijn gedekt met houten bebording en zink; de vrij staande perronoverkappingen met ongeverfd gegalvaniseerd gegolfd plaatijzer.

Nieuwe oplossingen hebben wij derhalve niet aangetroffen. De met zink gedekte houten bebording zal, getuige de ondervinding die hier te lande werd opgedaan, bij deze overkappingen, die aan de onderzijde der bedekking in geringe mate aan de inwerking van rook en stoom zijn blootgesteld wel voldoen. Voor sporenafdekkingen van meer beperkte afmetingen is eene dergelijke dekkingswijze echter te ontraden. (Zie ons vroeger verschenen artikel.)

Bij den bouw der Weener Stadtbahn is van overdekking der sporen afgezien.

De verkappingen beperken zich tot afdekking van de perrons; deze zijn onderling verbonden door tunnels; op de perrons zijn wachtlokalen aanwezig.

Wij hebben in ons meergenoemd artikel, bij de bespreking van de meest aanbevelenswaardige afdekking voor aan rook en stoom blootgestelde overkappingen, de aandacht gevestigd op de afdekking, samengesteld uit houten bebording, gedekt door dubbelen „asphaltpappe"laag.

Thans kan nog overwogen worden in hoeverre de te