Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73

Ook hier liepen de houten stellingen met raderen op rails, en werden zij na het ineenklinken van een kapspant naar een volgend spant verplaatst. De geheele montage van de 3 eerste spanten vorderde 50 dagen; voor elk der volgende was 10dagen noodig, zoodat het geheele werk in 6 maanden was afgeloopen.

Met de fundeeringen voor het machinepaleis werd aangevangen 5 Juli 1887; zij waren op 21 December van dat jaar voltooid. De montage was afgeloopen in het laatst van 1888.

*

Nog zij vermeld, dat de hoofdingenieur Contamin de geheele kap in staal heeft willen bouwen, waartoe hij in het bestek verzwaarde bepalingen had opgenomen omtrent de metaalbewerking. Deze bepalingen zijn evenwel oorzaak geweest, dat bij de aanbesteding alle inschrijvingen meer bedroegen dan de raming; zelfs in die mate, dat de minste inschrijving de geraamde kosten met 33V2 % of meer dan 1 millioen francs overtrof, zoodat ten slotte besloten werd van het verwerken van staal af te zien en de kap in ijzer uit te voeren.

De kosten van het paleis uit staal waren geraamd op ruim 6,496,000 frs.

De werkelijke totale kosten van het paleis uit ijzer, met inbegrip van de grond- en metselwerken (cc. 600,000 frs.), het hout voor kap en vloeren, de dakbedekking, het glas- en verfwerk en de uitwendige versiering, worden opgegeven te hebben bedragen cc. 7,514,000 frs.

T. J. R.

Ook kan bij een overvloedigen regen water in een dijk dringen en de samenstellende lagen van dezen vanéén persen, scheuren, op dezelfde wijze als zulks soms geschiedt bij de dijken, die last nebben van kwel.

In een dijk kunnen scheuren bij vorst ontstaan — naar het mij voorkomt — door de opheffing van de adhesie tusschen de verschillende grondmoleculen. Het water in den grond aanwezig, bevriest, scheidt hierbij door zijne uitzetting de gronddeeltjes vanéén; de bindende kracht gaat verloren. In hetscheidingsvlak van twee grondsoorten, waarvan de eene meer dan de andere waterkeerend is, zal de scheur zich het eerst vertoonen.

De scheuren zoowel bij droogte, regen als vorst zullen hoofdzakelijk in de strekking des dijks voorkomen, omdat de taluds in de lengte des dijks, wat betreft rivier- of zeewaterstand, wateropslurping, temperatuur en andere opzichten, in een nagenoeg zelfden toestand verkeeren en zij juist 't hart van den dijk beschutten.

Voor het ontstaan van een scheur in vertikalen of hellenden

stand loodrecht op de dijksrichting is meer noodig dan voor een dusdanige scheur in de richting van den dijk in het buiten- of binnentalud.

Dijksseheuren.

Naar aanleiding van de nu en dan voorkomende berichten, dat de dijk daar en daar tengevolge van de vorst is gescheurd, iets over dijksseheuren.

Scheuren in een dijk komen voor met inklinking van het staal, ontgronding, droogte, regen en vorst.

Inklinking van het staal doet scheuren ontstaan in nieuwe dijken, bij uitzondering in oude, en dan is er meestal een aanleidende oorzaak als ontgraving of aanplemping aanwezig.

Ontgronding geeft veelal aanleiding tot scheuren in oude dijken; terwijl droogte, regen en vorst de oorzaak kunnen zijn tot deze zoowel in oude als nieuwe dijken.

Spruiten uit één of meerdere der bovengenoemde zaken de dijksseheuren voort; allen hebben eene richting, welke samenvalt met de strekking des dijks en niet loopt normaal op deze.

Waarom niet?

Bij inklinking van het staal perst, schuift de grond zijdelings uit. Een langsscheur en niet een dwarsscheur ontstaat, omdat zoo de dijk niet nazakt over de volle breedte met vermindering

in hoogte, een gedeelte op een vasteren gronasiag unju staan en een ander deel met een weekeren ondergrond zich van dit afscheurt. Zijdelings wijkt de grond uit, omdat hij in die richting weinig weerstand, in eindelingsche richting — in de strekking des dijks — een druk van het dijkslichaam ondervindt.

Dat ontgronding van dijken langsscheuren veroorzaakt is licht in te zien. Zij neemt den zijdelingschen steun van de zate weg; deze verschuift, het buiten-, ja zelfs het binnentalud, (val van Flaauwers 21 Febr. 1860, Borrendamme 1887, en andere dijkvallen in Zeeland) volgt deze beweging, scheurt vanéén om direct of later omver te vallen.

Ontgronding en inklinking komen, denkt men bij de laatste de slappe onderspecie vloeibaar als water, nagenoeg met elkander overeen; b'y de eerste komt echter de oorzaak van buiten, bij de laatste van binnen, van onder het dijkslichaam voort.

De scheuren, die zich in een dijk bij droogte, regen en vorst vertoonen, hebben een geheel verschillend ontstaan dan die van inklinking en ontgronding.

Klei verliest bij droogte water, trekt samen; bij regen neemt zij water op en neemt hare massa, totdat zij verzadigd is, in volume toe.

Ontstaan in een kleidijk of dijk, bekleed met klei, scheuren door droogte, dan zijn deze niet diep en van weinig beteekenis te achten. Bij zeedijken, die onverwachts een hoogen vloed kunnen te keeren hebben, is het toch raadzaam ze dicht te maken om te voorkomen dat het water er in dringt en alzoo grondverlies te weeg brengt, gaten slaat.

Scheuren door regen kunnen in niet homogeene dijken voorkomen door afschuiving, afglijding van het eene van het andere deel, door wijziging der wrijvingsweerstanden op de scheidingsvlak'ken van de verschillende grondsoorten bij den overgang dezer uit een minderen in een meerderen vochtigheidstoestand.

N., 22 Jan. 1891.

H. v. G., Civ.-Ing.

ZESDE VERGADERING

DER

Nederlandsche Vereeniging van Werktuigen Scheepsbouwkundigen.

Zaterdag 14 Februari jl. had te 's-Gravenhage de zesde vergadering plaats der Nederlandsche Vereeniging van Werktuig- en Scheepsbouwkundigen.

Nadat enkele zaken van huishoudelijken aard waren afgedaan, verkreeg de heer Jan F. Meursing het woord, om een voordracht te houden over : Composite schepen, te Amsterdam gebouwd. Spreker behandelde den oorsprong van het stelsel, uitgevonden door W. H. Meursing, om de houten huid aan de verdere ijzeren verbanddeelen van het schip te bevestigen door bulletrienagels; hij trad nader in bizonderheden van de voordeelen, die dit stelsel oplevert en beschreef tevens nauwkeurig hoe aan zijn werf de constructie van het stelsel werd doorgevoerd. Het groote verschil tusschen de manier van bevestiging, toegepast door de heeren Huijgens en Van Gelder en den heer Meursing zelf, bestaat daarin, dat door de eersten de ijzeren huid, door den laatste de spanten worden gebruikt voor de verbinding der houten buitenhuid door de houten nagels. Aan het debat namen deel de heeren Huijgens, Meursing, Crol), Middelberg, Huët, Cop, A. van Veen, Hudig en Van Rijn. •

Als tweede spreker trad op de heer J. G. F. Rooker, over: Proeven, o-enomen aangaande stoombesparing door stoommantels. De proeven waren genomen op een Corlissmachine met condensatie en wel zonder gebruik van den mantel en met gebruik er van. In het laatste geval had men ook nog op twee wijzen gewerkt en wel: 1°. door den mantel op gebruikelijke wijze te draineeren, en 2°. door de stoom er vrij door te laten stroomen. In het laatste geval was het stoomverbruik in den cvlir.der het geringst, doch werd aanmerkelijk meer stoom voor den mantel gebruikt. Aan het debat namen deel de heeren Schlusen, j. S. van Veen, De Groot, Rooker, Hudig, Waller, Middelberg en Croll. . , ,

Hierna ffaf de beer R. Witte een geschiedkundig: overzicht van de

geschutfabricage hier te lande en daarmede in verband staande de invoering van de vervaardiging van zoogenaamd staalbrons. Hij besprak de redenen die geleid hadden om deze uitvinding te doen, en toonde zeer nauwkeurig aan hoe men de stalen tappen achtereenvolgens van verschillende diameter door het kanon trok en daardoor aan den binnenkant de hardheid, aan den buitenkant de taaiheid verhoogde.

Tengevolge van enkele vragen, die gedaan werden, gaf de heer Witte ook nog een beschrijving van den toestel om de spanning der buskruitgassen te meten. Hierna sprak de Voorzitter .den dank deivergadering uit aan de drie heeren, die de moeite genomen hadden op deze vergadering bijdragen te leveren. Tijd en plaats der volgende vergadering werden ditmaal met toestemming der vergadering aan het Bestuur overgelaten. De Voorzitter bedankt de leden voor hun opkomst en sluit daarna de vergadering.

Na afloop bezochten de meeste leden onder geleide van den heer Witte en prof. Van der Burg, de geschutgieterij te 's-Gravenhage, waar bleek dat de inleidende woorden van den heer Witte van veel nut waren geweest voor de bezoekers, die zeker met de meeste belangstelling deze interessante werkplaatsen in oogenschouw namen.

A. de Gr.

Sluiten