Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

genomen maatregel m hunne promotie zullen worden benadeeld, komt ons daarom voor ongegrond te zijn, omdat, zooals reeds de „Zwolsche Ot. mededeelde, de Staatsspoorweg-opzichters, die aan het te houden examen voldoen, eventueel alleen in aanmerking komen voor den laagsten rang m het corps der opzichters van den Waterstaat. [Red.]

STATEN-GENERAAL. Eerste Kamer.

Zitting van 14 April 1887.

De Eerste Kamer nam met algemeene stemmen aan, de Wetsontiverpen tot Onteigening voor:

lo. de verbetering van de watergemeenschap tusschen Rijn en Schie en hare aansluiting aan de gemeente 's Gravenhage.

2o. een spoorweg (tramweg) van Amsterdam naar Amstelveen

3o. den spoorweg van Maassluis naar den Hoek van Holland.

Deze W. O. gaven tot geene gedachtenwisseling aanleiding.

W. O. tot Onteig. voor de uitbreiding der haven- en sluiswerken te Ymuiden.

In het Voorloopig Verslag wordt vrij algemeen afgekeurd, dat geen speciale wet aan de onteigeningswet is voorafgegaan. Men moest nu twee vragen te gelijk behandelen, of het algemeen belang de uitbreiding vorderde en of de Regeering de beste oplossing voorstelt. Ware de eerste vraag vooraf beslist — de Regeering had beter met de eigenaren kunnen onderhandelen en, bij te hooge eischen, de plannen wijzigen.

lichter zou de meerderheid, met het oog op het belang van het werk, over de formeele bezwaren heenstappen, zonder verbintenis voor de toekomst.

Menwenschte te weten of het begrootingscijfer (f4.246.000.—) berust op grondig onderzoek en verlangde overlegging van meer bescheiden. De volgende woorden verdienen zeker aandacht en behartiging • »Over het groot belang niet alleen voor Amsterdam maar voor geheel Nederland bij de voorgestelde verbetering dacht de meerderheid der leden eenstemmig. Bij de scherpe concurrentie is er maar één middel om onze handel staande te houden, door zooveel mogelijk te voldoen aan de redelijke eischen en te zorgen, dat onze zeehavens in geen enkel opzicht behoeven achter te staan bij die van andere landen. J

Men vroeg echter of de nu vastgestelde maten over eenige jaren met wederom onvoldoende zullen blijken te zijn — met het oog o a op de schepen van 170 M. lengte die reeds gebouwd zijn en de booten van de Mij Zeeland, breed 20 M. Reeds kunnen wij in deze eeuw op twee waarschuwende voorbeelden wijzen, het Noord-Hollandsch kanaal en de bestaande sluis te Ymuiden. Zou het niet beter zijn wat meer geld uit te geven en de capaciteit der sluis te vergrooten? Voorts vroeg men of het spuibezwaar vervallen was, of de nieuwe sluis geen andere werken na zich zal slepen en of de Regeering het plan Huët technisch en financieel uitvoerbaar acht.

Men vertrouwde dat de Regeering zou zorg dragen het grootst mogelijke voordeel, met het oog op andere uit te voeren werken te verkrijgen van de groote hoeveelheid uit te graven specie

Ten slotte werd op spoed bij de uitvoering aangedrongen. J W C T

Vergadering van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs,

gehouden te 's-Gravenhage op Dinsdag 19 April 1887.

Na goedkeuring en arrestatie van de notulen der vorige vergadering en na de mededeeling van de ontvangen giften, waaraan nog was toetevoegen het »Nieuw Reglement op de peilbemaling van Schermerboezem werd door den Secretaris de brief voorgelezen, welke door den Raad van Bestuur aan Z. M. den Beschermheer gericht was, bij gelegenheid van H D. zeventigsten verjaardag, benevens het daarop ontvangen antwoord. De leden gaven door applaus van hunne instemming m deze bhjk.

Hierna deelde de President mede dat de Raad van'Bestuur zich genoopt gevoeld had terug te komen op de regeling der honoraria voor oorspronkelijke stukken van de leden, welke in het Tijdschrift van net instituut worden opgenomen, zooals die in 1880 was vastgesteld aangezien het daarmede beoogde doel volstrekt niet bereikt was. Had moPtl m gehoopt, dat door het geven eener geldelijke tege-

_ .d!-'Jedr-,er eerder toe zouden overgaan, stukken ter op-

hT het , t tydschraft mtezenden, de President moest constateeren de reJelW issr?r ,nSekomen verhandelingen na de invoering van de regeling 1880 even groot geweest was, dan in een gelijk tijdvak voor 1880 Het bleek dus hieruit dat de financieele prikkel op de leden geen eflekt had gehad, en aangezien het geven der honoraria voor de kas van het Insfetuut vrij bezwarend was, had de Raad van Bestuur gemeend de bepalingen omtrent het geven van honoraria, zoowerkiLTrk0m!n m+ we notul+ei\der vergaderingen 1880/81, buiten

Zeklne te9.m0eten,SteI!en' 611 te b^pale" dat voortaan bij de toezending dei 25 exemplaren, waarop de schrijver recht heeft, alleen zal geremitteerd worden eene vergoeding voor de gemaakte kosten van schrijl- en teekenwerk, wanneer hiervan aan den Raad van Bestuur opgave wordt gedaan.

Nadat mededeeling was gedaan van een ingekomen brief van den hoofd-ingemeur m het 9de district, ten geleide van de weerkundige en waterwaarnemingen aan Den Helder, gedurende de maanden Januari en Februari 1887, benevens de tabel der gemiddelden over 1851-1886

en over het jaar 1886, was de circulaire van het dagelijksch bestuur der Zmderzee-vereemging aan de orde, met begeleidende nota van de ingenieurs der Vereeniging, welke laatste bereids in haar geheel in no. 13 van dit blad is afgedrukt.

Daar het Bestuur der Vereeniging zich ten zeerste aanbevolen houdt zooveel mogelijk alle ernstige plannen en voorstellen omtrent of bezwaren tegen hetgeen de Vereeniging beoogt, te leeren kennen, had de Raad van üestuur van het Instituut zich voorgesteld, dit onderwerp in de a.s. Jum-vergadering aan de orde te stellen, en noodigde hij daarom de leden uit de punten, die zij dan wenschten te behandelen, tijdia- aan den Secretaris optegeven, ten einde ze op de convocatiebiljetten te kunnen vermelden.

,-^ret de afkondiging van de ontvangst van een schrijven van het i "j orn betreffende den toestand van het duin en strand aan

de N.W.zijde van het eiland Schouwen, dat beschouwd kan worden als ?qr/MorJ-°Ig °P hetgeen over dit onderwerp voorkomt in den jaargano18b4/18bo van de werken van het Instituut, werden de mededeelingeS van den Raad van Bestuur besloten.

De majoor der genie H. T. Schalken kreeg nu het woord om eene voordracht te houden over de wijze van werken en over de hierdoor verkregen resultaten bij den aanleg van de aardewerken voor eenio-e forten en kustbatterijen m de nabijheid van Amsterdam, welke alle in zeer slappe terreinen moesten aangelegd worden.

Het doel waarnaar gestreefd werd was vooral stabiliteit na de voltooiing der werken, vooral voor de geschutemplacementen. Ten Oosten en ten Zuiden van Amsterdam vindt men op een afstand van ongeveer 8 K.M. een laag veen en derrie, reikende tot 45 M — AP vervolgens slappe klei tot 10.5 M. -h AP., dan slappe klei met veen' en klei vermengd met zand, terwijl het zuiverder zand eerst op 14 M j- AP. wordt aangetroffen. Bij de boringen ten Noorden van Amsterdam heeft men echter geheel andere uitkomsten verkregen, en vond men bijv. bij Diemerdam op een diepte van 22 M. — AP. nog steeds klei De gevolgde werkwijze was er op gericht zooveel mogelijk eene gelijkmatige indrukking der verschillende lagen te verkrijgen en deze zóó geleidelijk tot stand te brengen, dat zijdelmgsche uitschuiving vermeden werd. Men meende hiertoe het best te zullen geraken door de bovenlaag, bestaande uit veen en derrie zoo doenlijk weg te ruimen en daarna met goede specie, m dit geval zuiver zand, optehooo-en

Het eerst heeft men de zich gedachte werkwijze toegepast op de werken voor het fort in den Uithoornschen polder, nabij de samenvloeiing van de Drecht en de Kleine Mijdrecht, en toen, zooals blijken zal d? verkregen resultaten gunstig waren, is men bij de andere forten en kustbatterijen te Edam, Durgerdam, Spijkerboor, Diemerdam enz op dezelfde wijze te werk gegaan.

Bij het eerstgenoemde te bouwen fort (aan de Drecht) was de terremhoogte0.80M. ~ AP., de laag veen en derrie reikte tot 4 65 M — AP., de slappe klei tot 8.60 M. ~ AP., de slappe klei vermengd met veen tot 10.40 M. -i. AP., slappe klei vermengd met zand tot 13 M. — AP., hieronder zuiverder zand.

Daar de grootte der te verwachten zakkingen moeilijk was te schatten, werd besloten de uitbesteding der grondwerken volgens tarief te doen plaats hebben. Aan den aannemer Van Haren werd het werk voor ongeveer 10 o/0 onder tarief gegund.

Eerst is de geheele bouwplaats afgegraven tot 2.20 M — AP en verder uitgebaggerd tot een diepte van 4 M. — AP„ en vervolgens heeft men rondom, waar later de borstwering moest komen een geul gebaggerd van ongeveer 10 M. breed tot op een peil van 6 M - AP Ook op de p aats waar het hoofdgebouw moest komen te staan werd een plaatselijk diepere uitbaggering tot 6 M. — AP. verricht.

De gracht die om het geheel moest komen heeft men vooreerst niet gegraven. De afkomende zoden van de bouwplaats werden op bekwamen afstand bij wijze van dijkje opgezet en daarachter borg men den uitkomenden grond van den put voor een groot gedeelte

Bij de uitvoering bleek echter dat men op 4 M. — AP. op enkele plaatsen zulk een licht soort veen vond, dat het soms naar boven kwam drijven. Hierom werd besloten de baggering nog 0.30 M dieper voorttezetten, zoodat de bodem van den put lag op 4.30 M — AP

Toen zoowel de put als de sleuf behoorlijk ontgraven waren kon met de zandaanvullmg begonnen worden. Deze geschiedde in doorgaande lagen van 0.40 M. a 0.50 M., terwijl het zand in het water gestort werd. len einde zoowel de klink van het zand als het indrukken van den ondergrond te kunnen meten, werden op verschillende plaatsen op den bodem van den ontgraven put en van de geul baken opgericht welke rustten op een bord van ongeveer 1.50 JSf3. De baken welke m de geul stonden, konden op een diepte van 2 M. onder water scharnieren, ten einde de zandschuiten in de gelegenheid te stellen ongehinderd in de geul te varen, ter aanbrenging0 van het noodio-e zand. Ter plaatse waar de gebouwen moesten komen, had men zeer lange baken noodig, daar de grondbekleeding reikt tot ongeveer 8 M. + AP., en hiervoor heeft men toen gasbuizen gebruikt die op elkander geschroefd konden worden, al naar gelang de ophoo'ffinovorderde. r 6 s

Het was het plan de gebouwen, zijnde één hoofdgebouw en drie nevengebouwen, met te onderheien, maar door de te verkrijoen indrukkinovan den ondergrond en de zandaanvulling een voldoend vasten grondslag te erlangen. Men wenschte daarom de groote belastin°- welke dooide ophoogingen rondom die gebouwen zoude ontstaan, aan te brengen anorens die gebouwen te maken, ten emde zoodoende te voorkomen dat de ondergrond na de voltooiing der gebouwen nog aan indrukkina onderhevig zou zijn. Om echter eemgen tegendruk te krijgen werden

Sluiten