Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zes-en-vijftigste jaargang. } Mei 1899.

" OAEOILIA.

ALGEMEEN MUZIKAAL TIJDSCHRIFT VAN NEDERLAND^

Redacteur: Mr. H. VIO TT A te 's-Gravenhage.

De uitgave geschiedt op den 1»"» en l5*"> van iedere maand bij JMAKTISHJS SIHBOPF te 's-Gravenhage, aan wien nes alle stukken, de redactie en de uitgave betreffetde, gelieve te adresseeren. Prijs f 6.— , fr. p. p. f 6.60 per jaar.

Ishoud : In memoriam Jhr. J. L. de Casembroot, door mr. H. Viotta. — Een en ander over het ontstaan van „Die Meistersinger von Nürnberg", door mr. H. Viotta. — Sebastian Hofmüller als „David". — Martinus Schuil, f — Correspondentie uit Weenen. — Concertberichten ('s-Gravenhage, Rotterdam, Utrecht, Arnhem, Harlingen). — Binnenlandsche berichten. — Buitenlandsch nieuws. — Advertentiën.

IN MEMORIAM

Jhr. J. L. de Casembroot.

Den 23en April jl. overleed te Parijs onze trouwe vriend en medewerker, Jhr. J. L. de Casembroot

Reeds jaren was hij lijdend, daarom moest hij zijn vaderland verlaten, den winter in het Zuiden en den overigen tijd van het jaar in streken doorbrengen, die minder aan wisseling van weersgesteldheid onderhevig zijn dan Nederland.

In den laatsten tijd waren de berichten over zijn gezondheidstoestand alarmeerend. Maar toch, zoo dikwijls reeds was hij den dood nabij geweest en telkens weder hersteld, dat wij ook nu hoopten, dat hij den nieuwen aanval zou weerstaan.

Het heeft, helaas! niet zoo mogen zijn en in den vroegen ochtend van 24 April jl. verraste ons de tijding van zijn dood.

Wij verliezen in hem niet alleen een hartelijken, trouwen vriend, maar ook een wakkeren medestrijder in het rijk van het ideale.

Wat hij in verschillende dagbladen en tijdschriften over muziek en over kunst in het algemeen heeft geschreven, getuigt niet alleen van diep gevoel voor het ware en schoone, maar ook van grondige kennis van zaken.

Zoowel in het Dagblad voor Zuid-Holland en 's-Gravenhage, als in den Spectator en in Caecilia komen opstellen van hem voor, tintelend van geest en vernuft. In zijne dagblad-artikelen, getiteld: „Uit de Lichtstad ', bewees hij, van de Franschen de kunst geleerd te hebben, een onderhoudend feuilleton te schrijven. Hetzelfde geldt van zijne artikelen in den Nederlandschen Spectator en van zijne Parisiana in ons tijdschrift, waarin hij zoo menige gebeurtenis van het Parijzer muziekleven op geestige wijze wist te verhalen.

Maar ook grooter opstellen van hem werden met belangstelling gelezen. In de jaargangen 1888—1893 van het Maandblad voor Muziek schreef hij verschillende, voor de kennis der muziekgeschiedenis belangrijke artikelen, die hij later in Caecilia voortzette.

Benige jaren woonde de Casembroot in Amsterdam. Hij was er heengetrokken in het verlangen er mede te werken tot den bloei der Wagner-vereeniging, waarvoor hij zoo groote sympathie gevoelde. Van dien tijd dateeren zijne artikelen in het Algemeen Handelsblad, door hem onderteekend met den pseudoniem Florestan. Zijn zwakke gezondheid was het weder, die hem noopte de Amstelstad en weldra het land te verlaten, om in zuidelijker klimaat zijn herstel te zoeken.

In Frankrijk nam hij een werkzaam aandeel in de litteratuur over muziek, en hij werd een van de ijverigste medewerkers aan de Revue internationale de Musique. Daardoor kwam hij onder de oogen van oneindig meer lezers dan het geval was toen hij alleen in Hollandsche bladen schreef, die slechts bij uitzondering buiten de grenzen van ons land gelezen worden.

Het was in deze Revue dat hij o. a. zijn artikel VAntiwagnérisni" du comte de Tolstoi schreef, een meesterlijk gesteld stuk, dat in ruime kringen bekend is geworden en hem beroemd heeft gemaakt .... op het oogen blik dat de dood hem verraste!

Hij was slechts drie en dertig jaar oud, toen hij aan zijne liefhebbende gade, aan zijne zwaar beproefde moeder werd ontrukt.

Wij, zijne vrienden, betreuren hem en zullen hem niet vergeten.

Henri Viotta.

Sluiten