Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

414

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

Verslag van den toestand der provincie Friesland over 1897. aan de Staten van dat gewest gedaan door de Gedeputeerde Staten, in de zomervergadering- van 1898. Leeuwarden, [W. F.ekhoff & Zoon]. Gr. 8°. (III, 26, 1, 76, 61, 37, 162, 3, 23, l9, 3, 7, T3, 54 en '4 blz.). f 1 —

Vorstenhuis en vaderland. Gedenkboek voor de kroning van H. M. koningin Wilhelmina, Door R. HUSEN e. a. Afl. n. Ütrecht, A. H. ten Bokkel Huinink. Roy. 8°. (Blz. 321—3C2, m, 1 portr.). Per afl. / -.40

Wilhelmina-album, [17 portretten, in lichtdruk]. 's-Gravenhage, A. Berends. Rotterdam, T. M. Bredée. 40. In linn. portef. f 1.25

Nieuwste uitgaven in het Buitenland.

DUITSCHLAND. Aksakow (A.), Animismus u. Spiritismus. Versuch einer krit. Prüfung der mediumist. Phanomene. Als Entgeguung auf Dr. Ed. v. Hartmann's Werk »Der Spiritismus». Leipzig, Oswald Mutze. Gr. 8°, m. Bildnis u. 11 Lichtdr.-Taf. M. 12.— ; geb. M. 15.—.

Dreher (E.) u. K. F. Jordan, Untersucbungen tiber

die Theorie des Magnetismus, den erdmagnetis-

mus u. das Nordlicht. Berlin, Julius Springer.

Gr. 8°, m. 10 fig. M. -.60. Frey (J.), Tod, Seelenglaube u. Seelenkult im alten

Israël. Eine religionsgeschichtl. Untersuchung.

Leipzig, A. Deichert'sche Verl.-Buchh. Nachf.

Gr. 8°. M. 3.75. Goedicke (E.), Der tolle Graf. Roman. Berlin, Otto

Janke. 8°. M. 4.—. Gottschall (R. v.), Georg Ebers. Mit einem Nekrolog.

Leipzig-R., Robert Baum. 120, m. 1 Bildnis u.

1 Faksm. M. -.40. Heiberg (H.), Merkur u. Amor. Roman. Leipzig,

Gustav Fock. 8°. M. 5.—; geb. M. 6.—. Heitz (P.), Neujahrsvvünscbe des XV. Jahrh. Mit

43 Abbildgn. in Orig. Grosse. Strassburg, J. H.

Ed. Heitz. Fol. Kart M. 35.—. Höcker (P. O.), Feenhande. Roman. Berlin, Otto

Janke. 2 Tle. in 1 Bde. 8°. M. 6.--. Litteraturblatt (Historisches). Kritis-bibliographi-

sches Organ f. Geschichte 11. ihre Hilfswissen-

schaften. Begründet u. hrsg. v. A. Hettler. 1. Bd.

Nr. 1 u. 2. Leipzig, A. Hettler. Gr. 8°. Jahrl. (26

Nrn.) M. 16.—. Lohde (C), Zwischen Vater und Sohn. Roman aus

dem Anfange des 18. Tahrhunderts. Mannheim)

J. Bensheimer. 2 Bde. 8°. M. 5 —; geb. M. 7.—. Michaelis (W.), De origine indicis deorum cogno-

minum. Diss. Berlin, Mayer & Muller. Gr. 8°.

M. 2.—.

Rumpf (Th.), Die Cholera indica u. nostras. Jena, Gustav Fischer. Gr. 8°, m. 1 farb. Taf. M. 3.60.

Schroeder v. d. Kolk (J. E. C), Kurze Anleitung zur mikroskopischen Krystallbestimmung. Wiesbaden, C. W. Kreidel. Gr. 8°, m. Abbildgn. M. 2.—.

Stave (E.), Ueber den Einfluss des Parsismus auf

das Judentum. Ein Versuch. Leipzig, Otto Har-

rassowitz. Gr. 8°. M. 6.—. Uhl (W.), Das Portrait des Arminius. Vortrag.

Koningsberg, Wilh. Koch. Gr. 8°, m. 1 Taf.

M. 1.—.

Viola (M.), Peccini! Roman. Breslau, Schlesische Buchdruckerei. 8°. M. 3.—; geb. M. 4—.

Vollbrecht (C), Schicksal. Roman. Breslau, Schlesische Buchdruckerei. 8°. M. 3.—; geb. M. 4—.

Wagner (K.), Das Problem vom Risiko in derLebensversicherung. Studie. Jena, Gustav Fischer. Gr. 8°. M. 3.60.

Wechsler (E.), Die Sage vorm hl. Gral in ihrer Entwicklung bis auf Richard Wagners Parsifal. Halle, Max Niemeyer. 8°, m. 1 Tab. M. 3.—•

ENGELAND.

Cameron (Mrs Lovett), The ways of a widow. Lon-

clon, F. V. White. Cr. 8°. 6 sh. Charles (J. F.), A statesman's chance. London, T.

& A. Constable. Gr. 8°. 6 sh. Ford (J. F.), The story of an untold love. London,

T. & A. Constable. Cr. 8°. 6 sh.

Gallon (T.), Dicky Monteitb. A love story. London,

Hutchinson & Co. Cr. 8°. 6 sh. Janvier (T. A.\ In the Sargasso sea. A novel. Lon-

don-New York, Harper brothers. Cr. 8°. 6 sh. Jenkinson (A. and Emily J.), Fiona McTver. A novel.

London, Hutchinson & Co. Cr. 8°. 6 sh. Macllwaine (H C). Dinkinbar. London, T. & A.

Constable. Cr. 8°. 6 sh. Skelton (Sir J.), Mary Stuart 2d ed. London,

Goupil & Co. Roy. 40. 63 sh. net. Tottenham (Blanche L.), In the shadow of the

three London, Hutchinson & Co. Cr. 8°. 6 sh. Walpole 'Horace). Letters. Selected and edited by

C D. Yonse. 3d. ed. London, Swan Sonnenschein

& Co. 2 vols. 8°. 8 sh. net.

BERICHTEN EN MEDEDEELÏNGEN INGEZONDEN STUKKEN.

P. Noordhoff, 1858—1898.

Op 1 September a. s. herdenkt de heer P. Noordhoff te Groningen zijn veertigjarige loopbaan als boekhandelaar en uitgever. Dit feit verdient bekendheid en belangstelling, niet het minst in den kring zijner vakgenooten. Wanneer toch een uitgever een lange reeks van jaren gewerkt heeft, dan laat zijn arbeid min of meer duidelijke sporen na. De naam zijner firma alleen reeds krijgt ook buiten den boekhandel een zekere bekendheid, wat met dien van bovengenoemden uitgever zonder twijfel reeds lang het geval is, want van de Nederlanders, die in de laatste 25 jaren op de banken der lagere en middelbare scholen hebben gezeten, zullen er maar weinigen zijn, die hem niet meermalen op de titels en omslagen hunner leerboeken en atlassen lazen. Het is voor mij, die als oud-leerling mijn vroegeren patroon later op zijn levenspad steeds met belangstelling heb gadegeslagen — zij het dan ook van verre — een even aangename als gemakkelijke taak het een en ander uit zijn werkzaam leven mede te deelen. (1).

Op Noordhoff is van toepassing het gevleugelde woord: Jeder ist seines Glückes Schmied. Geheel door eigen wilskracht, onvermoeide werkzaamheid, doortastende voortvarendheid en toegerust met de overige eigenschappen, die iemand, in welk vak ook, iets doen beteekenen, heeft hij zijn handelszaak van een zeer bescheiden aanvang tot een aanzienlijke hoogte weten op te voeren en zich in en buiten de stad zijner inwoning veler achting en waardeering verworven, niet het minst van hen die bij hem werkzaam waren of nog zijn. Ik althans beschouw het als een zeer te waardeeren voorrecht, een paar jaar onder zijn leiding en in zijn gezin te hebben doorgebracht en getuige geweest te zijn van zijn vooruitstreven op den weg van arbeid en inspanning.

Oppervlakkig en zoo van achteren beschouwd is Noordhoff's loopbaan vrij gelijkmatig bergopwaarts gegaan: Toen hij in 1850 op 17-jarigen leeftijd de Latijnsche school verliet, kwam hij te Groningen, zijn geboorteplaats, als leerling in de zaak van M. Smit, die een schoolboekhandel van eenige beteekenis bezat en ook enkele niet onbelangrijke uitgaven had gedaan, waarvan vooral Hemkes' rekenboekjes en Swiers' catechisatieboekjes een aanzienlijken aftrek vonden. Gedurende zijn vierjarig verblijf had Noordhoff hier gelegen-

(1) De beschikbare ruimte in het laatstverschenen No 35 van «Eigen Haard» gedoogde slechts een bijschrift van circa 250 regels bij het daarin opgenomen portret. Het door mij ontworpen artikel besloeg bijna het dubbele, zooals het hier onverkort wordt afgedrukt. Menige bijzonderheid, het vak betreffende, is in dit blad wellicht ook beter op haar plaats.

heid de usances en tle traditiën van den Groninger schoolboekhandel —■ het gebied waarop hij zich later zelf in veel breeder banen zou bewegen — te leeren kennen. Daarna mocht hij drie jaren doorbrengen onder de leiding van W. van Boekeren, bij wien hem het voornamere verkeer van den geleerden stand ten goede kwam. Van Boekeren was als persoonlijkheid en als uitgever — o. a. der eerste edities van P. van Limburg Brouwer's werken en van een aantal veel opgang makende romans, waaronder die van Walter Scott, Frederica Bremer, Rellstab's »i8i2», Manzoni's »De verloofden» — een man van beteekenis, en het cachet van zijn firma genoot over het geheele land een gunstige reputatie. Vóór zijn vestiging was Noordhoff toen nog ruim een jaar werkzaam bij A. E. C. van Someren te Zutphen, tegelijk met J. Voltelen, die zich kort daarna te Arnhem vestigde en met wien hij later nog een paar kapitale uitgaven voor gemeenschappelijke rekening zou doen: »De wereldbol» met den daarbij door Dr. Huberts vervaardigden atlas en het »Nieuw Leeskabinet».

Hoewel het verblijf bij van Someren betrekkelijk maar kort heeft geduurd, werd het tdch door Noordhoff zelf van groote beteekenis geacht. Ruim 30 jaren later wijdde hij dezen leermeester een sin Memoriam» 1) dat zoowel den schrijver als zijn vroegeren patroon tot eer verstrekt. Ik kan niet nalaten daaruit enkele zinsneden over te nemen, omdat ik die uitspraken beschouw als Noordhoff's eigen opvattingen van zijn beroep en ik er veel van zou willen onderschrijven ten opzichte van mijn verhouding tot en mijn oordeel over den schrijver ervan:

» Werken was bij van Someren het eerste en het laatste. Zijn opleiding had hem geleerd den boekhandel te beschouwen als iets hoogers, iets edelers, iets nuttigers dan een tak van koophandel alleen. Zij had hem geleerd aan een boek den eisch stellen, dat het was een daad van het hart of van het hoofd, maar in elk geval een daad, verricht door de besten en edelsten van ons geslacht, ten behoeve van de menschheid. En zichzelf beschouwde hij als de verantwoordelijke tusschenpersoon, die de vruchten van zulk een daad moest brengen in de handen van honderden en duizenden. Die verantwoordelijkheid woog hem zwaar: om de plichten, hem door haar opgelegd, te vervullen, leefde hij mee met zijn tijd, stelde hij zich op de hoogte van den gang der intellectueele ontwikkeling en trachtte hij later als uitgever zijn eigene ernstige, weldoordachte levensbeschouwing als een kracht te gebruiken, om de ontwikkeling van de menschheid in de goede richting te doen voortgaan».

»Het kon niet anders, of zijn zaak en de wijze, waarop van Someren haar dreef, gaf een beeld van zijn karakter; zijn stad- en landgenooten wisten zeer spoedig zijn grondige kennis te waardeeren ; zijn debiet liep hoofdzakelijk over wetenschappelijke werken. Geen boek ging bij hem den winkel uit en den dwaalweg der bezichtiging op, waarvan hij niet kennis genomen had. Het lezen der voorrede was al de minste eer, die er aan bewezen werd. Zoo was van Someren ook als debitant de man, die zich onderscheidde door grooten ijver en kennis, gepaard met een stipte orde en nauwkeurige administratie, die hij ook aan zijne leerlingen en bedienden trachtte in te prenten».

Einde Juli 1858 verzond Noordhoff de circulaire, die den Nederlandschen boekhandel in kennis stelde met zijn aanstaande vestiging te Groningen, waarbij zijn voormalige patroons alle drie hem op de meest loffelijke wijze introduceerden. Het begin was, zooals wij reeds zeiden, zeer bescheiden. Een win-

1) Nieuwsbl. v. d. Boekh., 1890, blz. 330.

Sluiten