is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

215

jaren geleden in de Engelsche graafschappen werden geruïneerd, emigreerde de landelijke bevolking naar de steden en vond daar werk in de groote fabrieken. Doch niets van dien aard is in Indie gebeurd. De ryot, die gewoon was te weven, wordt zonder eenig werk gelaten gedurende zijn vrijen tijd, want de afstanden zijn groot en er is weinig vraag naar arbeid in de steden; hij blijft dus gedwongen werkeloos, zoodat het moeielijk is de conclusie te vermijden dat door de AngloIndische finantiekunst een cadeau van zijn arbeid is gemaakt aan zijn Engelschen mededinger. De leer van het voordeel op de goedkoopste markt te koopeu helpt hem niet, want hij koopt niets goedkooper; en indien de Engelsche fabriekant het voordeel deelt met iemand in Indie, dan is het met den stedelijken verbruiker, niet met den ryot. Iedere inlandsche economist, met wie ik het onderwerp besprak, zou invoerrechten willen gelegd hebben op gefabriceerde goederen, uitgenomen op machineriën. Op die wijze, zeggen zij, zouden de rijken belast worden, en indien de invoerrechten mochten werken als een bescherming van of prikkel tot inheemsche nijverheid, wel, des te beter. Met bescherming konden fabrieken opgericht worden in de Indische provincie-steden, waarin de ryot werk zou vinden en het kwaad dat hem gedaan wordt, ten deele geneutraliseerd zou worden. Indien deze leer ongezond is, zal het mij verheugen te vernemen op welke wijze, want tot dusver komt zij mij niet weinig juist voor.

Ik was verwonderd, in een vergadering van hoofdzakelijk rijke personen, te vinden dat de meeste personen, waaruit de reeds vermelde meeting te Bombay bestond, voorstanders waren van een income tas. Niet dat zij hare onpopulariteit in 't algemeen ontkenden, doch omdat zij de noodzakelijkheid inzagen" den rijkdom te belasten. Zij beweerden dat tot onlangs de inkomsten steeds in den een of anderen vorm in Indie waren belast geweest; en dat, hoezeer het moeielijk is een income tax billijk te innen, men er altijd in berust had. De tegenwoordige licentie tax (patentbelasting), werd mij ver-