is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438

Javanen leggen zich vrijwillig eene belasting op van naar schatting f 50 millioen, waarvan slechts een derde in de schatkist vloeit; wij bedoelen het geld dat zij ten offer brengen aan het opiumverbruik. Eene Indische brochure, vestigt daarop de aandacht1), en betoogt, onzes inziens, te recht, dat uit de consumtie van opium grootere baten voor den Staat zijn te verkrijgen, zonder schade voor de bevolking.

Natuurlijk, gaat de steller uit van de stelling dat men bij het bespreken van het opium-monopolie alle ziekelijke philanthropie moet ter zijde stellen. Hij is volkomen van de leer, in de volksvertegenwoordiging door den heer van Loon verkondigd, dat het niet kwaad is uit volkszonden belastingen te heffen en wenscht hij daarom het monopolie zoo afdoende mogelijk te maken. Wij stellen er prijs op terstond te constateeren, dat wij niet meegaan met enkele draconische middelen, die hij voorstelt om het sluiken van opium tegen te gaan en die aanleiding kunnen geven tot arbitraire vexatie's van onschuldige personen of tot buitensporige organisatie's van controle-personeel; doch overigens getuigt de schrijver van zooveel zaakkennis, en van zooveel practischen gezonden zin om de opbrengst van het opium-monopolie voor 'slands kas te vermeerderen, dat wij niet kunnen nalaten onze medewerking te verleenen tot verspreiding zijner denkbeelden, in de hoop dat de overweging daarvan tot gewenschte verbeteringen, die uitvoerbaar worden bevonden, moge leiden.

„Het zou, zegt de brochure, eene dwaasheid zijn, in strijd met de besliste uitspraak der gansche geneeskundige faculteit, te willen beweren, dat een onmatig gebruik van opium niet schadelijk is voor de gezondheid en doodend voor de energie;

') Vijftien millio en vermeerd e ring der S taat si nk omst en zonder b ela st ing ver ho o ging. Open brief aan Z. M. den koning der Nederlanden, met diepen eerbied aangeboden door Bé ik Sam, Mandarijn der 4<> klasse oud-kapitein der Chineezen in de residentie Bagelen, oudopiumpaehter in verschillende residentien, grondeigenaar en koopman te Samarang. — Djokdjokarta, H. Buning. 1886.