is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

293

hebben, zal daarover in de eerste plaats worden behandeld.

Het alignement van den weg biedt voor den afvoer groote bezwaren aan.

De weg klimt van Moeara Kalaban tot Solok onder een maximum helling van 0,020, zoodat bij evenredige vermindering der helling in deze sectie, de maximum weerstand op 22 K.G. per ton kan worden gesteld.

De sectie Solok—Batoe Tabar heeft over korten afstand slechts onbeduidende hellingen.

De sectie Batoe Tabar—Padang Pandjang daarentegen klimt sterk (maximum helling 0.030), en beheerscht de capaciteit van den geheelen weg. De maximum weerstand bedraagt hier 35 K.G. Op de haltes Soempoer en Batipoe is gelegenheid tot kruisen voor de op- en nedergaande treinen gegeven.

Van het culminatiepunt Padang Pandjang valt de lijn sterk naar Kajoetanam; dit vak is gedeeltelijk met een getande middelstaaf voorzien en heeft een maximum helling van 0.060.

Bij Kajoetanam begint de vlaktelijn; aanvankelijk dalend in de richting van het grootste vervoer, is de weg over 30 K.M nagenoeg horizontaal.

De 5 secties, welke door kolentreinen zullen worden bereden : zijn dus:

1°. Moeara Kalaban—Solok lang 23.3 K.M.

2°. Solok—Batoe Tabar „ 33.2 „

3°. Batoe Tabar—Padang Pandjang . . „ 17.5 „ 4°. Padang Pandjang—Kajoetanam . . „ 15.5 „

5°. Kajoetanam—Haven „ 57 „

De snelheid der beweging zal zijn op de lste en 3de sectie 15 K.M., op de 2de en 5de 20 K.M. en op de 4de 10 K.M. per uur.

Op de adhaesiebaan zullen worden gebruikt locomotieven met drie gekoppelde assen, die een maximum gewicht van 24 ton en een trekkracht van 3000 K.G. hebben, en op de tandradbaan locomotieven gemengd systeem van 20 ton ge-