is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

464

terugkeeren tot de burgermaatschappij, is te beschouwen als een goede stap in de eerstbedoelde richting, en het thans aangeboden begrootingsontwerp, waarbij gelden worden aangevraagd o. a. tot verhooging van de soldijen der Europeesche korporaals, mag als een nieuw bewijs gelden dat de Eegeering ook voor de bereiking van het in de tweede plaats genoemde doel een geopend oog heeft. Noch te Harderwijk noch elders is een goede toestand te verkrijgen, wat de koloniale werving betreft, zoolang het in de memorie van toelichting veroordeeld stelsel niet is losgelaten; maar het gaat niet aan toestanden, die bijkans eene halve eeuw bestaan hebben, plotseling, zonder deugdelijke voorbereiding, te willen veranderen. Het onderwerp maakt een punt van ernstige overweging uit bij den ondergeteekende, wien te dier zake van verschillende zijden zeer behartigenswaardige wenken zijn gegeven, welke door hem ter kennis gebracht werden van den Minister van oorlog en ten grondslag liggen aan het met dien Minister te voeren overleg, dat onmisbaar is, daar art. 10 van het Koninklijk besluit van October 1843 (Recueil militair, beknopte uitgaaf deel I, bladz. 120) het beheer der koloniale werving rechtstreeks aan den Minister van Oorlog opdraagt, in overleg met, doch zonder dadelijke bemoeiing van den Minister van koloniën. Natuurlijk dat ook de vraag, of dit beginsel gehandhaafd moet blijven, een punt van ernstige overweging uitmaakt.

Aangenaam was het den ondergeteekende te vernemen, dat zijne pogingen om verbetering te brengen in den bestaanden toestand en om tot de oprichting te geraken van een korps hier te lande gestationneerde vrijwilligers voor den Indischen dienst, bij verschillende leden instemming vonden. Het plan tot oprichting van zulk een korps heeft nog geen bepaalden vorm aangenomen. Wel meent de ondergeteekende, dat het — in overeenstemming met de denkbeelden der in 1879 bijeengekomen commissie — meer dan aanvankelijk het voornemen was, toen nog slechts van de oprichting eener Indische