is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

229

regeering sedert den afval der Amerikaansche koloniën steeds ingezien dat zij hare afgelegen onderhoorigheden regeeren moet door middel van eene gevolmachtigde overheid, wier plaatselijke kennis den weg moet wijzen in iedere plaatselijke aangelegenheid. Van deze zich te beroepen op het Britsche parlement, zou nagenoeg even verkeerd zijn als het bekende beroep van den nuchteren Philippus op den beschonkenen. Een vast departement van algemeen bestuur, bediend door bekwame ambtenaren, toegerust met ervaring van Indië doch niet beneveld door de vooroordeelen van den ouden dag en de ambtenarij, en aan welks hoofd gesteld is een staats-secretaris die met het geheele ministerie verantwoordelijk is aan het parlement, ziedaar het eenige stelsel van moederlandstoezicht dat bestaanbaar is met eene krachtige en doeltreffende regeering over ons Indische rijk."

De schrijver eindigt zijn critisch betoog met er aan te herinneren dat de congrespartij zelve, hoe onbeschroomd ook in hare afkeuring over het Britsche bestuur, toch erkent dat dit bestuur gestadiglijk tot de hoogere ontwikkeling en welvaart der bevolking medewerkt. De daartoe strekkende maatregelen, in den vorm van middelen van verkeer, bevloeiingswerken, inrichtingen van onderwijs en verbeteringen in de wetgeving, zonder in de Indische samenleving anders dan behoedzaam en met overleg in te grijpen somt hij in groote trekken op. Daarna besluit hij: „Engeland trekt geene inkomsten uit Indie; het te verliezen zou voor ons een rechtstreeksch geldelijk voordeel zijn; het te behouden legt ons eene ontzaglijke verantwoordelijkheid op. Maar de langzame en gestadige vooruitgang van het volk, welke het eenige oogmerk is van ons koloniale bestuur, zal zekerlijk tot het hoogste doelwit voeren dat de wereld ooit aanschouwd heeft: de beschaving van 250 millioen menschen door eenige duizenden Engelschen. Hetzij wij eene Indische eenheid tot stand brengen, hetzij wij eene groep landen in