is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236

doch ik dien hier te eindigen, omdat ik nu misschien reeds te veel plaatsruimte heb ingenomen.

Laat ik ten slotte nog zeggen, dat de heer Gransberg ons museum ook nog ten geschenke gaf twee modellen van roei-vaartuigen, zooals zij op het meer van Toba worden gebruikt in den oorlog, bij feestelijke gelegenheden of wel als men in de eene of andere streek menschen te weinig heeft voor den veldarbeid en dit tekort tracht aan te vullen door ze ergens anders te gaan stelen of weg te halen. Het is merkwaardig dat deze soort van lui later ook onder elkaar verhandeld worden; gewoonlijk tegen twee a drie dollars per stuk. Deze prijs is voor een mensch zeker niet hoog te noemen.

Uit het Toba'sche gebied en van de landstreek ten westen daarvan bezit ons museum ook nog enkele zeer merkwaardige voorwerpen en kleedingstukken, zooals b. v. een compleet bruidstoilet van een Battaksch meisje. Deze werden vroeger door den heer P. J. van Houten aan het Maritiem Museum Prins Hendrik geschonken en werden dus later bij de vereeniging met onze instelling in de collectie van de Battaklanden opgenomen. Deze is, volgens mijn bescheiden meening, alleen reeds voldoende om eene wandeling uit te lokken naar de westzijde van onze stad (die tegenwoordig zich zoo sterk ontwikkelt en uitgebreid wordt) en er dan, behalve in het Park en den Heuvel, ook een kijkje te gaan nemen in het Museum van Land- en Volkenkunde met zijn Battaksche kampong uit het voorgebergte in de Onafhankelijke Battak-landen in Oost-Sumatra, waarop ik de aandacht wenschte te vestigen.

(Nieuwe Eotterdamsche Courant.) A. Weritméus Btjning.