is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 46, 1931, no 20, 15-05-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 20 — 1931

Algemeen gedeelte 20.

A. 179

water. In totaal is 11.000 m3 grond weggegraven om de koelwaterkanalen te kunnen maken.

Onder den molenvloer zijn eenvoudige, goed ingerichte wasch-, bad- en schaftlokalen aangebracht.

De gebouwen door Gemeentewerken, onder leiding van ir. C. Slim uitgevoerd, zijn geheel als utiliteitsbouw opgevat, en er is niet getracht eenige schoonheid in de uiterlijke vormgeving aan te brengen. Hoewel de Centrale op het oogenblik nog zeer afgelegen ligt, is zij toch zeer zichtbaar vanaf het IJ, en zou er wel iets meer van te maken zijn geweest.

Bij de toelichting deelde dr. Lulofs mede, dat hij een Commissie had samengesteld van het onder hem werkzaam zijnd personeel, dat al zijn ervaring in de bestaande centrales opgedaan, in bespreking had gebracht, en dat bij den bouw van de nieuwe centrale van al deze ervaring was geprofiteerd. Zoodoende waren een aantal praktische verbeteringen aangebracht kunnen worden, en zou men van deze centrale niet kunnen zeggen, dat zij uit een catalogus besteld was.

Een woord van hulde verdient de snelle bouw, die tot stand kon komen door een hechte samenwerking tusschen G. E. W., bouwdirectie en leveranciers. Op 17 Sept. 1928 werd een begin gemaakt met het graafwerk, op 27 April 1929 begon de montage van den staalbouw, en op 15 Maart 1930 was het gebouw glas en waterdicht. Voor dien tijd, reeds op 13 Aug. 1929, en op 1 Dec. 1929 was een begin gemaakt met de montage van de ketels, resp. van de electrische inrichting, zoodat 1 Augustus 1930 een aanvang gemaakt kon worden met het proefbedrijf. Vanaf 3 Nov. 1930 is de centrale parallel geschakeld in het continubedrijf. Sr.

XVe Internationale Scheepvaartcongres te Venetië 12-23 September 1931.

De Internationale Permanente Vereeniging voor Scheepvaartcongressen heeft thans definitief besloten, dat het XVde Internationale Scheepvaartcongres zal worden gehouden te Venetië in September van dit jaar.

Het Congres, dat zal vergaderen in het Dogenpaleis, zal worden geopend op 12 September 1931 en gesloten op 23 September, terwijl excursies zullen plaats vinden naar Genua, Rome, Napels, Bari en Palermo, waaromtrent de bijzonderheden nader zullen worden bekend gemaakt.

Het Eerevoorzitterschap van het Congres zal worden bekleed door Z.K.H. den Hertog der Abruzzen, terwijl Z.E. Giovanni Giurati als voorzitter en Annibale Palucchini, ,,R. Magistrato alle Acque" te Venetië als Secretaris-Generaal zullen optreden.

Naast de door verschillende Regeeringen en door bij de Internationale Vereeniging voor Scheepvaartcongressen aangesloten lichamen aan te wijzen gedelegeerden zullen de permanente leden der bovengenoemde Vereeniging zich, onder vermelding dat zij in het bezit zijn van het bewijs van storting hunner contributie voor 1931, voor het lidmaatschap van het Congres kunnen aanmelden bij den secretaris-generaal te Venetië, terwijl niet bij de vereeniging aangesloten personen, alsmede familieleden der deelnemers zich tot een gezamenlijk aantal van ten hoogste 200, aan hetzelfde adres voor het tijdelijke lidmaatschap van het Congres kunnen aanmelden tegen betaling van 85 Lire, welk bedrag per cheque of postwissel moet worden overgemaakt aan „Cav. Ing. Luigi Vollo, aupres du R. Magistrato alle Acque" te Venetië, waarbij intusschen de beslissing omtrent hun toelating aan de secretaris-generaal is overgelaten.

Programma. Ie Sectie. Binnenscheepvaart. Ie Vraagpunt. Waterbeweging onder de fundeeringen van en lang de werken tot keering van water, en door dijken langs scheepvaartwegen. — Druk tegen de onder¬

zijde van bouwwerken. — Middelen om deze waterbeweging te voorkomen of te beperken en om den vernielenden invloed daarvan tegen te gaan.

2e. Vraagpunt. Werken voor de normaliseering en kanaliseering van stroomen en rivieren. Bereikte resultaren, meer in het bijzonder wat betreft wijzigingen in het verhang en van den verticalen en horizontalen vorm van het rivierbed, alsmede de beweging van vaste stoffen.

3e. Vraagpunt. Vooruitgang, welke in de laatste jaren gemaakt werd ten aanzien van de inrichting en de exploitatie van werken ten behoeve van de scheepvaart op kanalen en gekanaliseerde rivieren, alsmede ten aanzien van de inrichting van de toegangen tot die werken.

(De onderstaande toelichtende tekst, welke door de Fransche delegatie is voorgesteld, vult die van het bovenstaande vraagpunt aan, met dien verstande, dat deze tekst niet beperkend is).

Nieuwe inrichting van riolen en schuiven van sluizen. Mechanische en electrische beweging van deuren en schuiven van sluizen en spaarkommen. — Signalen, welke op een afstand zichtbaar zijn, voor het in- en uitvaren van sluizen. — Werktuigen om de schepen te bewegen in de toegangen tot de sluizen en in deze zelf (kaapstanders tractoren, enz.). — Het schikken van de schepen in de kolk. — Mechanische beweging van beweegbare stuwen.

Ie Mededeeling. Kanalen ten dienste van de scheepvaart en tevens van den landbouw. De wederkeerige dienstbaarmaking van een scheepvaartkanaal aan de bevloeiing en van het be vloeiingswat er aan de voeding van de kanalen.

2e Mededeeling. Binnenhavens: Algemeene inrichting. — Typen van kaden, in het bijzonder langs rivieren met sterk wisselende waterstanden. — Mechanische uitrusting voor het laden en lossen van schepen. — Verdediging tegen het ijs. — Doelmatige verdeeling van vluchthavens langs rivieren, welke veel ijs afvoeren. — Loodsen en opslagplaatsen. — Spoorwegaansluitingen. — Aanleg- en exploitatiekosten.

3e Mededeeling. Onderzoek van waterloopkundige vraagstukken met behulp van laboratoriumproeven op verkleinde schaal. Vergelijking van de resultaten dezer proefnemingen met de waarnemingen van de werkelijk optredende verschijnselen, ten einde onder meer te kunnen beoordeelen in welke mate de wet van overeenstemming (loi de similitude) daarbij kan gelden.

2e. Sectie. Zeescheepvaart.

Ie Vraagpunt. Spoorwegen en hulptransportbanen, toegang gevende tot de havens; spoorweginrichtingen op de haventerreinen.

2e. Vraagpunt. Verdediging van de kusten tegen de zee, zoowel wanneer er wel als wanneer er geen sterke verplaatsing van materiaal langs de kust optreedt.

Ie Mededeeling. Beheer van handelshavens. — Organisatie van de verschillende diensten voor den bouw, het onderhoud en de exploitatie.

Vrijhavens en daarmede overeenkomende gebieden in de havens; eischen voor de oprichting: inrichting, afmetingen en exploitatie. — Verkregen resultaten.

2e Mededeeling. Toepassing van beton en gewapend beton bij bouwwerken, verband houdende met de zeescheepvaart. Instandhouding van deze werken aan zee.

3e. Mededeeling. Inrichtingen voor de beweging van de deuren voor het afsluiten van droogdokken en sluizen (schipdeuren, roldeuren, glijdeuren en puntdeuren).

Electrische inrichtingen voor de automatische bewegingvan de deuren en van haar onderdeelen.

(Zie ook De Ingenieur van 12 October 1929 n°. 41 blz. A 369 en 370).

Nederlandsche rapporteurs.

Als Nederlandsche rapporteurs zullen optreden: In de le sectie (Binnen-scheepvaart).

Voor het le Vraagpunt: jhr. ir. G. W. van der Does te Zutphen.